Moe(der)

26 maart 2019
Delen via:

Wakker worden, Marvin, het is tijd. Kleed je gelijk maar aan. Nee, Manuel, niet naar Marvin toe. Ga jij maar vast plassen. Nee, Marvin, niet deze sokken. Die zijn van gisteren. Heb je ze wéér niet in de was gedaan? Dat had ik toch gezegd? En je blouse zit scheef dichtgeknoopt. Ja, Manuel, ik kom eraan. Ik kan niet alles tegelijk. Heb je zelf het druppeltje al afgeveegd? Goed zo. Marvin, nog niet naar beneden gaan, ik wil eerst je haren kammen. Jongen, wat heb je schrale wangen. Ik zal ze even insmeren. Kom maar, Manuel, dan doe ik het bij jou ook meteen. Nee, niet de Playmobil. ’s Morgens geen speelgoed, daar is geen tijd voor, dat weet je toch?! Aan tafel, jongens.

Waar is je tas, Marvin? Wat zeg je, nog in de auto? Heb je dat expres gedaan, om ons te foppen? Nee, dat vind ik niet grappig. ’s Morgens hebben we geen tijd voor dit soort dingen, ga hem zelf maar halen. Goed zo, Manuel, je eet goed door, zeg! Fijn! Hier is je melk. Ja, dank je, Marvin. Jij hebt trouwens ook goed gegeten. Vergeet niet je melk op te drinken, dan kan ik je tanden poetsen. Waar je wanten zijn? Is dat nu nog nodig? Het is al april. Kom, Manuel, je jas. Wil je dat fluitje meenemen? Weet je dat zeker? Het is pas nieuw. Oké, als je maar goed oplet dat het niet kwijtraakt. Marvin, wat zit je toch te tobben met die veters? Ja, dat heb je als je je schoenen uittrapt zonder je veters los te maken. Heb je je gymtas? Nee, dat is je zwemtas. Het is vandaag woensdag, weet je nog? Zet de fietsen maar vast buiten.

Dag liefie

Rijden maar, Marvin. Niet zo dicht langs die geparkeerde auto’s. Poeh, wat waait het. Niet zo wiebelen, Manuel, als jij wiebelt, wiebelt de hele fiets en dan vallen we. Wat zeg je? Ik kan het niet verstaan, de wind blaast in mijn oren. Of Roan mag komen spelen? Ik vind het wel goed. Ik zal het strakjes aan Roans mama vragen. Remmen, Marvin, ja, rijden maar, we krijgen voorrang. Toch nog aardige mensen op de wereld. Houd eens op met die indianengeluiden tegen elkaar. Niet de hele straat hoeft te horen dat wij eraan komen. Kijk, daar is Wouter al, met z’n moeder. Hij is ook op de fiets, zie je wel? Fietsen is veel gezonder dan autorijden. Afstappen, je mag niet fietsen op het plein. Hoe vaak moet ik dat nog zeggen? Hier, je tas. Krijg ik nog een kus? Fijne dag en tot vanmiddag. Rennen, want de rij staat er al. Goed je jas opgehangen, Manuel! Knap van je. Kijk eens, je mag naast de juf, je bent knecht vandaag. Is dat even boffen? Dag liefie, zwaai je nog even naar mama door het raam? Bye bye, love you!

Na deze ochtendspits moet mijn werkdag nog beginnen. Ineens begrijp ik waarom een moeder een móéder wordt genoemd, het is de vergrotende trap van moe.

 

Een blog uit het boek ‘Voor jou wil ik de allerbeste mama‘ zijn van Annemarie van Heijningen

 

In korte verhalen neemt Annemarie met veel vaart en humor haar moederschap onder de loep. Met een flinke dosis zelfspot beschrijft ze de meest bijzondere, genante en leerzame situaties waarin ze met haar kinderen belandt, terwijl ze haar best doet om een goede moeder te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *