Monstermoeder?

29 maart 2019
Delen via:

Ik ben moeder, dus ik voel me schuldig. Heb ik nu een zoon die blaft als een hond – of hebben wij een hond die er uitziet als mijn zoon? Vandaag denk ik het laatste. Dit is geen hoesten meer, dit is blaffen. Manuel schijnt er zelf minder last van te hebben dan ik. Ik word er bloednerveus van. Het is een hartverscheurend geluid, dat door alle muren heengaat – zelfs door merg en been. Overal vergezeld het me. En als het ’s nachts even stil is, schrik ik wakker van de stilte en hoor ik het in mijn gedachten.

Vandaag besluit ik dat hij niet naar school gaat. Dit wil ik de juf niet aandoen. Het komt slecht uit, ik moet eigenlijk voor een boodschap naar de stad. Er moeten kledingstukken geruild worden en de termijn is bijna verstreken. Voor de zekerheid bel ik mijn zus. Mijn zus heeft een heleboel kindertjes en dus ook een heleboel ervaring. Zij is mijn persoonlijke coach, mijn vraagbaak wat betreft ieder mogelijk opvoedingsgerelateerd probleem. Een soort privéconsultatiebureau en dan veel leuker. ‘Kan het kwaad om hem op de fiets mee naar de winkels te nemen,’ vraag ik haar. Ze stelt me gerust. ‘Kinderen met koorts mogen ook gewoon naar buiten tegenwoordig. Als je ze maar goed aankleedt.’ Oké, ik besluit het te wagen. Het regent niet meer, het is niet ver en Manuel ziet er door al die lagen kleding uit als een astronautje in wording.

Ik fiets en Manuel hoest. ‘Hebben we allebei wat te doen,’ denk ik, in een grimmige poging de boel een beetje te relativeren. In de winkel trekt het gehoest de aandacht van het personeel. Ik zie hoe twee collega’s een veelbetekende blik naar elkaar werpen. Ik voel wat ze denken: ‘Wat een monstermoeder.’ Ik ruil wat ik ruilen moet en reken op de valreep nog twee overhemden af. Ik pin en Manuel hoest. ‘Hij heeft het goed te pakken,’ zegt de verkoopster. Het klinkt beschuldigend. Ik probeer er stamelend iets verdedigends tegenin te brengen, maar de verkoopster haalt haar schouders op. ‘Zulke kinderen horen binnen.’ Het zweet breekt me uit. Wat heb ik gedaan?

Nu zit ik hier, achter mijn bureau. Ik typ en Manuel – u raadt het al – hoest. Hij speelt lief met zijn lego. Hij zit droog, warm, wordt voorzien van alles wat hij nodig heeft en af en toe komt hij even mijn werkvertrek binnen voor een moeder-zoon-onderonsje. Allemaal heel keurig, zou je zeggen. En toch had die lamme verkoopster haar bemoeizuchtige mond moeten houden. Het is haar schuld, dat ik de hele dag achtervolgd wordt door een vreemd soort schuldgevoel. Alsof ik iedere minuut achter hem aan moet draven met kratten voorleesboekjes, emmers hoestsiroop en dozen vitaminepillen. Alsof ik zonder onderbreking over zijn rugje moet strijken en troostende woordjes moet fluisteren. Inderdaad, ik ben moeder, dus ik voel me schuldig.

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *