Trouwringen

5 januari 2018
Delen via:

Kletterend vallen mijn trouwringen op de douchetegels. ‘Verdraaid’, ik raap ze op en doe ze weer om, die van Gertjan achteraan, die van mezelf, de kleinste, vooraan. Ik wrijf met mijn linker wijsvinger over de beide ringen aan mijn rechterhand en laat het water over mijn rug en benen spoelen.

Met mijn ogen dicht tast ik naar de wasgel. Ik spuit mijn handen vol en laat het gel opschuimen, terwijl mijn handen het over mijn lichaam wrijven. Gertjan… Ik legde mijn hoofd graag tegen zijn brede borst en luisterde naar zijn hartslag terwijl zijn armen mij tegen zich aanklemden.

Twaalf dagen geleden, elf december, haalde ik de trouwring van zijn vinger.

Als ik klaar ben, ga ik op de rand van het bed zitten. Voorzichtig stop ik mijn voet in de opgerolde kous. Ik trek het nylon naar boven tot halverwege mijn bovenbeen. Ik herhaal de handeling met mijn linkerbeen. Ik ga staan, trek de kousen op, en rag met de kloof van mijn duim een haal in het nylon en prik met mijn rechter wijsvinger dwars door de kous.

‘Verdraaid , scheld ik opnieuw.

Als ik aangekleed ben, smeer ik corticosteroïd zalf op de eczeem op mijn handen. Ik spuit twee pufs in de voorzetkamer, zet mijn lippen en tanden om de tuit en adem tien keer in en uit. Plotseling herinner ik me die avond lang geleden dat ik bijna stikte.

Gods trouw

Die avond voelde het alsof de riem om mijn borst steeds strakker ging zitten. Mama’s haar zat in de war, donkere vlassige krullen en een grijze lok op haar voorhoofd. Haar ogen gleden onderzoekend over mijn gezicht en zwoegende borstkas. Mama veegde met haar hand de tranen van mijn wangen en legde haar koele hand op mijn voorhoofd. Het enige dat ik hoorde was mijn eigen piepende ademhaling. Het gewicht van de wollen dekens drukte zwaar op me. Mama pakte de stoel die aan het voeteneind tussen de bedden stond en zette die vlak bij mij neer. Ze begon te zingen van Jezus. Het waren liedjes, die mama nog van oma geleerd had: over de herder en over Gods trouw.

Pas toen er vijf liedjes uit waren, kwam de dokter. Hij stormde naar boven, smeet zijn tas op de commode en haalde er een injectiespuit uit. Met de naald prikte hij door de bovenkant van het flesje en zoog de vloeistof op. Hij hield de spuit rechtop, tikte tegen het flesje en duwde een paar druppels uit de spuit. ‘Draai haar om’, commandeerde hij terwijl hij naar mij toe stampte en over me heen boog. Ik voelde hoe ik op mijn buik gedraaid werd, toen kwam er een prik in mijn bil, dwars door mijn pyjamabroek. Ik kreunde zachtjes.  Plotseling werd ik weer om mijn rug gelegd, paars,groen en oranje draaikolkten allemaal tegelijk door mijn hoofd. Mama pakte een washandje en veegde de tranen van mijn gezicht.

Bidden voor een wonder

Mam trok mij een beetje omhoog en steunde me tegen zich aan. Ik rook de zachte rozengeur van haar huid en legde mijn hoofd tegen haar borst.

‘Waarom huilt ze niet mama, waarom zegt ze niets?’ Irene fluisterde.

‘Ze heeft geen lucht om te huilen of te praten of te bewegen, lieveling’

Mama’s stem klonk een beetje schor.

‘Nu moeten we afwachten’ zei de dokter toonloos.

Als ik aangekleed ben, merk ik dat het koud is in huis. Ik ga aan het werk om de kachel aan te krijgen. Zodra ik de lucifer tegen de aanmaakblokjes houdt, vatten ze vlam. Ik blijf een tijdje kijken naar het vuur dat in heftigheid toeneemt.

Als het vuur goed brandt, draai ik me om en loop naar de boekenkast. Eén voor één pak ik er boeken uit. Hoeveel Bijbels heeft een man precies nodig? Dat is iets waar we het nooit over eens zijn geworden.

‘Ik bid voor een wonder, maar als ik niet genees, is God ook trouw’, zei Gertjan toen we erachter kwamen dat er een dodelijke ziekte in hem huisde.

Schuurpapier

Hij bleef, ondanks dat het steeds slechter ging, zo nu en dan stukjes voorlezen. De woorden waren als schuurpapier op mijn ziel, maar ik zei op het laatst niets terug. NBG, NBV, HSV, Amplified, het boek, de Bijbel in gewone taal, de Willibrord zelfs, ik leg ze allemaal op tafel. De oude boeken zijn stoffig en ik begin benauwd te hoesten. Als ik onze trouwbijbel opensla, valt er een liniaaltje op de grond. Ik zie hier en daar potloodonderstrepingen en naast sommige verzen staan in de kantlijn aantekeningen in zijn kriebelige handschrift. Ik klap de bijbel woedend dicht.

Als ik het deurtje van de kachel open doe en het boek boven op het vuur wil leggen, trek ik hem terug. Eerst scheur ik de kaft eraf, nu brandt het een stuk gemakkelijker. Eén voor één geef ik de bijbels aan het vuur. Er waaien lichtgrijze vlokken de kamer in. Met een klap sluit ik het deurtje en begin te hoesten, mijn borst trekt zich langzaam weer dicht.

Als de deurbel gaat sta ik kreunend op uit mijn geknielde houding. Ik loop met de kaften naar de keuken en gooi ze in de prullenbak. Door het zijraam zie ik mijn zus met een pannetje voor de deur staan. Ik klem mijn kaken op elkaar en doe de deur open.

‘Kom erin’, hijg ik

‘Stoofpot’, zegt zij.

Ze loopt door naar de keuken zet het pannetje op het achterste pitje van het gasstel.

‘Met brood’ Ze haalt een zakje met gesneden plakjes stokbrood uit haar tas.

‘Kijk aan, bedankt’

‘Je piept’, zegt ze, ‘Wat heb je gedaan?’

‘Beetje last van de kachel, ik red me prima, ga maar’

Ik leg mijn hand op haar rug en dirigeer haar richting de deur. ‘Met de jaarwisseling moet je niet alleen zijn, kom bij mij’, zegt ze nog, maar ik doe de deur dicht.

In de keuken grabbel ik door het rommellaatje en vind de salbutamol. Ik plof in mijn stoel bij de kachel. Het vuur is felrood. Het is nu zo heet dat ik de deur nu niet meer kan openen zonder me te verbranden. Twee pufs adem ik diep in.

Trouwringen

Ik weet nog dat mijn moeder goed oplette, omdat de benauwdheid overal zijn vingers om mijn keel zou kunnen leggen en zou kunnen aanknijpen tot ik mijn moeder in de verte zag, alsof ik door een verrekijker keek, die ik verkeerd om hield.

De ziekte zat in een logeerbed, waaide rond op de kinderboerderij, was te vinden in de gymzaal en verstopte zich in de letters van het schoolbord.. Het was op zoveel plaatsen dat ik soms dacht dat ik graag astronaut zou zijn. ‘In het heelal is helemaal niets’, zei juf. Waar niets is, kon astma ook niet zijn.

Als ik de volgende dag wakker word, wrijf ik over een ringloze vinger. Ik schiet omhoog en gooi het dekbed van me af.

Systematisch doorzoek ik ons bed, mijn bed. Eromheen lopend struikel ik over Gertjans sloffen. Ik zet ze terug naast zijn bed, ons bed, mijn bed. In mijn pyjama draaf ik door het huis en ga al mijn gangen na van gisteravond. ‘Waar zijn ze?’

De douche, de wastafel, niets. Ik schud mijn jurk uit en voel aan de manchetten, nee. Ik ren naar beneden, de keuken, de gootsteen.

‘Waar zijn ze, verdraaid nog aan toe’.

Ik ren weer naar boven, naar onze slaapkamer. Opnieuw zoeken, al het beddengoed schud ik uit en smijt ik op de grond.

Mijn mobiel jengelt, natuurlijk Irene

‘Mijn trouwringen zijn kwijt’, schreeuw ik.

‘Ik kom eraan’, zegt ze en hangt direct daarna op.

Ik gooi mijn mobiel op het kale matras en ga huilend op mijn buik liggen om onder het bed te kijken.

Als Irene er is grijp ik haar bij de schouders. ‘Ze moeten er zijn, ik ben niet weg geweest. Waar kunnen ze zijn?’

‘Kalmeer, we gaan samen zoeken, ga jij eerst maar eens douchen en je medicijnen doen. Dit is toch niets gedaan in je pyjama, in de kou in de weer met stoffig beddengoed.’

Ze dirigeert me naar de badkamer.

As

Een half uurtje later zet ze me koffie en ontbijtkoek voor en laat ze me precies vertellen wat ik gisteren gedaan heb nadat zij weg ging. Als ik vertel van de bijbels in de kachel trekt ze haar wenkbrauwen op. Ze reikt over de tafel, snikkend pak ik haar handen vast. De klok tikt, de wind ritselt om het huis door dorre blaadjes.

Dan staat ze op en loopt naar de kachel en doet de deur open.

Met een stokje duwt ze al het as door het rooster in de asla. Ze haalt ze de la eruit, metaal schuurt tegen metaal. Samen lopen we naar het aanrecht. Met haar vingers voelt ze voorzichtig door het as. Haar vingers en handen worden grijs.

‘Ha’, zegt ze. Ik houd mijn hand op. Twee trouwringen liggen, omringd door as, in de palm van mijn hand.

Geschreven door Gretha van der Laan

De Viaductman van Noor van Haafen

In haar eerste verhalenbundel ‘De viaductman’ neemt Noor van Haaften je mee naar gebeurtenissen die het hart raken. De volwassen man die maandenlang op een viaduct naar auto’s stond te zwaaien, het kistje in de klerenkast dat ‘gekraakt’ werd, het bruiloftsfeest voor daklozen of de nachtelijke bezoeker in een vakantiehuis… verhalen die je zullen vermaken of ontroeren, maar je altijd tot nadenken stemmen. Deze verhalenbundel beleeft in Duitsland herdruk na herdruk en is daar ook als luisterboek een succes!

U kunt dit boek voor €12,99 bestellen bij boekenwereld. U betaalt 1,95 aan verzendkosten.

 

 

 

 

 

 


Getrouwd zijn is de hemel niet is een huwelijksboek dat helemaal anders is. Annemarie weet de lezer te raken met haar korte, prikkelende teksten. Hilarisch, confronterend, kwetsbaar en ontroerend. Alsof je al lezend naar een cabaretvoorstelling kijkt, balancerend tussen schaterlach en stilte.

 

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *