Bijbelstudie: Verkeerde plaats

1 juli 2018
Delen via:

Lezen: Psalm 139

Hagar ging prat op haar verhoging en deed er een schepje bovenop door Sara te verachten. Hieruit blijkt duidelijk dat zij de inhoud van de psalm van gisteren niet mee kon en wilde zingen. Ze wilde zichzelf handhaven en die hoge plaats vaststellen.

Als we door de Heilige Geest in het hart geraakt zijn, zullen we van die houding van Hagar niet zo vreemd opkijken. Het zit allemaal in ons, dat we ten koste van een nader onszelf omhoog willen steken. We gunnen de ander zijn plaats niet, omdat we ten diepste de Ander Zijn plaats niet willen geven. Hij heeft recht op de eerste en belangrijkste plaats in ons leven. Hij is onze Schepper; wie zijn wij dat we Hem ongehoorzaam durven zijn of het beter willen weten dan Hij?  Hij is de Maker, wij zijn het leem (Jes. 64:8). Hij wil ook onze Verlosser zijn. Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus gegeven tot redding en verlossing van zondaren. Hij is de Weg en de Waarheid en het Leven. Durven wij dan nog op een verheven troon te blijven zitten en te zeggen: ik kan het zelf wel?

Als ik oog krijg voor mijn rebellie en opstand tegen de Heere zal ik smeken om genade en vergeving. Ik zal telkens weer blijven vragen of Hij, die mijn Schepper is, ook mijn Redder en Leidsman wil zijn.

Doorgrond m’en ken mijn hart, o Heer’;
Is ’t geen ik denk niet tot Uw eer?
Beproef m’ en zie, of mijn gmoed
Iets kwaads, iets onbehoorlijks voed’.

Psalm 139:14a OB


Deze bijbelstudie komt uit het boekje Vrouwen onderweg en is geschreven door Marianne Buitink-Heijblom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *