Er gewoon zijn

27 november 2018
Delen via:


Met lood in mijn schoenen ben ik weer in het buurthuis waar ik Nederlandse les geef aan volwassenen. Er zit één vrouw in de gehorige keuken. De grote snijtafel is nu de tafel waar iedereen aanschuift voor de les. Ik zit aan het hoofd met een whiteboard naast me. Meer hebben we niet nodig.

Ik ken deze vrouw van eind vijftig nog niet. ‘Ze is hier voor het eerst’, zegt de leidster van het centrum. ‘Maar ze kan al wel een beetje Nederlands’. Gelukkig maar, want de rest spreekt redelijk Nederlands en we zijn bezig om dat te verbeteren.

Er komen meer vrouwen binnen. De andere docent is ziek en al haar leerlingen komen nu bij mij. Ik ben even van mijn stuk gebracht, want waar ik eerder één tot drie mensen lesgaf, zitten er nu ineens tien om de tafel en onderling wordt er druk in het Turks en Arabisch gecommuniceerd.

De laatste les

Vlak voordat de les begon, had ik bij de leidster van het centrum aangegeven dat het mijn laatste les zou zijn. Hoewel ik het heel leuk vind om dit te doen, kost het me te veel energie en dat niet alleen omdat ik slechthorend ben. De ene keer komt er één leerling opdagen, de andere keer drie en soms zelfs niemand. Ik besteed steeds veel tijd aan de voorbereiding, maar vaak komt het erop neer dat ik de les van vorige week opnieuw geef, maar dan aan een of twee anderen.

Heel frustrerend. Maar nu zit ik dus met tien vrouwen aan tafel. Ik begin met een voorstelronde. We vertellen elkaar waar we vandaan komen, hoe lang we in Nederland zijn, of we kinderen hebben. En weer ben ik onder de indruk van de moed van deze kostbare vrouwen. Hoe ze een nieuw bestaan opbouwen,een andere taal proberen te gebruiken en een vreemde cultuur proberen te begrijpen.

Een oudere vrouw uit Afghanistan is aan de beurt. Ze vertelt dat ze een dochter heeft en dat haar man dood is. Tenminste, dat is wat ik ervan begrijp. Maar een andere dame, uit Turkije, zegt: ‘ze is gescheiden’. Nu vraagt iedereen zich af wat ze bedoelt. Het duurt even, maar uiteindelijk gaan we er allemaal vanuit dat deze mevrouw bedoelt dat haar man er niet meer is.

Ik besluit uit te leggen hoe je moet zeggen dat je man dood is in het Nederlands. En ik schrijf op mijn wiebel whiteboard: ‘mijn man is overleden’, en:‘mijn man is gestorven’. En terwijl ik dat doe, voel ik me ongemakkelijk. Is dit niet wat bizar? Maar het voelt belangrijk en nodig. Dit is belangrijk voor deze vrouw. Ze zegt het al bij het eerste voorstelrondje. Als ze dit niet goed kan vertellen in het Nederlands, is dat pijnlijk en een gemis. Ik ga dus stoïcijns door met schrijven en leg uit hoe je vertelt dat je man is overleden.

Dan vraagt een andere leerling: ‘wat zeg je dan als man iemand is overleden?’ Ik leg uit, zodat iedereen in de groep het kan begrijpen: ‘Als iemand jarig is, zeg je: ‘gefeliciteerd’. Toch?’ Iedereen knikt. Ze begrijpen wat ik bedoel. ‘Nou. En als iemand overleden is, zeg je: gecondoleerd.’
Ik zie dat wat ik zeg, overgekomen is.

En dan gebeurt er iets ontroerends: de vrouwen zeggen tegen deze vrouw van wie de man is overleden: ‘gecondoleerd’. De taal en de werkelijkheid van deze vrouwen komen bij elkaar en verwonderd besef ik hoe we hier ook ‘gewoon’ zitten als vrouwen onder elkaar. Met verschillende achtergronden, maar ook met een universele bewogenheid als iemand iets ergs is overkomen.

We gaan verder met de les. Ik schrijf op het bord: ‘wat heb je gisteren gedaan?’ En de een na de ander vertelt: ‘gisteren ik heb afspraak tandarts’. Ik schrijf op: ‘gisteren had ik een afspraak met de tandarts’. We hebben plezier in elkaars alledaagse belevenissen terwijl ik ondertussen de zinnen die ze maken op het bord schrijf en aan de hand daarvan uitleg hoe het zit met voorzetsels, tegenwoordige en verleden tijd, zinsvolgorde. De tijd gaat snel voorbij. Aan het einde vertel ik dat dit mijn laatste les was en dat volgende week de andere docent er weer is.

De reacties die ik krijg, brengen me aan het twijfelen. Ik kom erachter dat zij net zoveel van mij hebben genoten als ik van hen. Ze gaan weg met: ‘wat jammer’ of een gelaten ‘ok’. En ik besef dat wat het meeste nodig is, niet mijn expertise is. Wat vooral nodig is, is dat ik er gewoon ben en ze help vertellen wat ze willen vertellen in die lastige moedertaal van mij.

Ik blijf ontroerd en een beetje ontdaan achter. De leidster komt weer naar me toe en zegt: ‘Ineke, was dit nu echt je laatste les?’ En ik stamel: ‘Ja, nou, ik weet niet. Ik zit vaak de hele ochtend te stressen over wat ik nu moet onderwijzen en hoe ik het moet aanpakken en dat kost teveel tijd omdat ik ook aan het schrijven ben en voor mijn kinderen zorg.’

Ze vertelt dat het ook anders kan. Dat ik assistent kan worden van de andere docent en haar kan ondersteunen en nu en dan misschien een les kan overnemen. Ik denk dat ik dat maar ga proberen. Misschien is gewoon er zijn wel genoeg.



PUUR! boekentip

Alinda Bol geeft in ‘PUUR! in balans, Genietend leven’ een handreiking voor een mindful leven. Iedereen heeft het druk. Volle agenda’s, veel afspraken… Juist dan is het belangrijk om rust te nemen en te genieten van kleine momenten. In haar persoonlijke en warme stijl schrijft Alinda Bol over het zoeken naar balans tussen rust en werk, vanuit haar eigen ervaringen en de verhalen van andere vrouwen. In ‘Genietend leven’ verbindt ze het zoeken naar rust aan christelijke meditatie en mindfulness. Want alleen in God is uiteindelijk echte rust te vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *