Het zaad van de gerbera’s

16 maart 2018
Delen via:

De geur van latex en allesreiniger vulde het nog onbezielde en hol klinkende huis. Overal stonden nog dozen met witte stickers met daarop de naam van het verhuisbedrijf, en met stift geschreven termen als ‘keuken’ en ‘eerste verdieping’. De eettafel stond dwars in de kamer, het boeket in een vaas die niet van haar was, met het kaartje ‘welkom in de buurt’ eraan, stond er op.

De meubels waren bekend, maar het huis voelde als koud, vreemd. De keus voor de verhuizer was gevallen op een bedrijf uit de omgeving waar ze heen gingen. Elsa had het logischer gevonden, een bedrijf te kiezen uit Almelo maar Kees had uitgelegd dat het handiger was een bedrijf te kiezen uit het Westen. Daar gingen ze immers heen, dus was dat volgens de decisionmaker Kees meer voor de hand liggend. Elsa had nog gemompeld dat dat toch niets uitmaakte, maar Kees was degene die de knoop had doorgehakt. Offertes hadden over elkaar heen gevallen. Na de tweede met veel cijfers en voorwaarden had Elsa besloten hem ook maar de keus te laten maken. Erkende verhuizer van de Berg, ‘maakt van uw verhuizing geen berg’, was de slogan. De mannen die op de vrijdag kwamen om in te pakken, spraken een taal die ze niet begreep. De rollende r, de snelheid, de woordgrappen waren anders dan in de streek waar Elsa was opgegroeid. De snelheid van spreken van de drie inpakkers ging gelijk op met de snelheid van inpakken. Kamer voor kamer werd ingepakt, als ontzield voelde het zelfs, door de zo zorgvuldig opgebouwde sfeer systematisch in vloeipapier te wikkelen en in grote kartonnen dozen te verpakken. Lijdzaam had ze er bijgestaan; als de mannen een doos vol hadden, vroegen ze wat er op het etiket moest komen te staan. Na de eerste dozen had ze het al niet meer geweten. “Doe maar ‘eerste verdieping’”, had ze gezegd, “dan zien we het wel waar het straks heen moet”.

World wide village

“Ik heb een nieuwe baan”, had Kees trots gezegd, nu vier maanden geleden, en hij had de kurk uit de fles champagne die hij had meegenomen, laten ontsnappen. “Proost”, had ze gezegd, “gefeliciteerd voor ons beiden!”. Ja, ze wist dat hij toe was aan een nieuwe uitdaging. Al elf jaar werkte hij bij hetzelfde bedrijf, en al langer had hij aangegeven dat hij geen uitdaging meer zag verder te groeien in het kleine bedrijf. Natuurlijk had ze dat begrepen. Ze had hem gesteund, met hem meegedacht, en hem gewezen op vacatures op vacaturesites. Met zijn opleiding en jarenlange ervaring, waarbij hij ook nog eens veel en makkelijk contacten legde, zou hij waarschijnlijk snel een functie vinden waar hij beter tot zijn recht zou kunnen komen dan in het provinciebedrijf dat Elkon was. Toen het eerste gesprek in Zwolle niet leidde tot succes, had ze hem ook gestimuleerd verder te kijken. “We leven in een World wide village, Kees”, had ze vaker dan eens gezegd. Met de telefoon en internet zou elke afstand te overbruggen zijn, had ze zichzelf voorgehouden. Kees was druk geweest met afronden bij Elkon en was zelfs nog betrokken geweest bij het werven van zijn opvolger. Hij floreerde als nooit tevoren. Het vooruitzicht te beginnen aan een nieuwe uitdaging, de complimenten die hij kreeg bij Elkon en het idee dat hij gemist zou gaan worden, streelden hem. Het deed hem goed, zag Elsa ook. Ze genoot als hij glunderend vertelde hoe klanten hem hadden gefeliciteerd en zichzelf hadden betreurd omdat hij zou vertrekken. Elsa voelde zelf ook de trots, op zo’n man, die zoveel betekend had. Ze merkte dat Kees’ zelfvertrouwen groeide.

Rode gerbera’s

De rode gerbera’s in het boeket grepen haar aandacht, ze vingen steeds weer haar blik. De bloemen kleurden  niet bij de kleur paars die ze voor de muren van de keuken en eetkamer had uitgezocht. De vaas, die waarschijnlijk was meegeleverd door de bloemist, was van glas. Er was een stukje afgebroken, zag ze. Elsa draaide de vaas zo dat dat niet meteen opviel. Het rood van de bloemen stoorde haar echter meer dan  de vaas. Of, nee, eigenlijk stoorde het hele boeket haar. Het misstond. Het was misplaatst. ‘Welkom in de buurt’, wat betekent dat nou als je niet eens weet wie er komt. Ze voelde woede in zich opkomen. En wie zegt er welkom, en hoe kan een buurt nou een welkom zeggen. Een loze boodschap op een kant en klaar kaartje van de bloemist, door de zaterdaghulp er op geschreven omdat dat toevallig was doorgegeven. Ze stelde zich voor hoe een van de buren die ze nog niet kende, dat had doorgegeven: “doe maar een vrolijk rood boeket, met een kaartje eraan met ‘welkom in de buurt’. En o ja, ze hebben vast niet meteen een vaas, dus kunt u er een vaas bijleveren?”.

Dozen

Kees zou straks thuiskomen van zijn eerste werkdag. Ze moest nu echt wat gaan opruimen. De bloemen liet ze staan, de vaas zo naar de muur gekeerd dat het mankementje van de vaas niet opviel. Maar elke keer als ze er langs liep, stoorden haar de kleuren van het boeket tegen de paarse muur. En zoals de kleuren misstonden tegen de muur, voelde ze zich opeens zelf ook misstaan in haar nieuwe huis. Het paste niet. De holheid van het huis, de kleuren, de geuren, de taal van de verhuizers: alles om haar leek, net als de kleuren van het boeket tegen de muur, te vloeken met haar binnenste. Het besef leek als een dolk in haar hart binnen te komen. De pijn voelde ze als een vlijmscherpe scheut, ze kromp ineen en vocht tegen de tranen. “Dit kan niet, ik moet Kees steunen en blij met hem zijn; hij heeft mijn support nodig”, hield ze zichzelf voor. Ze richtte zich snel op draaide zich om, probeerde het op die manier letterlijk van de andere kant te bekijken. Ze kon net als Kees een nieuwe start maken. Hun oude huis was donker en zou eigenlijk helemaal opgeknapt moeten worden, de tuin was klein, en steeds meer familie vertrok uit Daarle. Twente leek meer en meer geïsoleerd te raken, als een ontwikkelingsgebied waar de industrie steeds meer terrein verloor aan de lage lonen landen en steeds meer panden leeg kwamen te staan. Een nieuwe kans, die kregen ze, met de verhuizing, en ze herinnerde zich weer hoe ze keer op keer de ‘world wide village’ had genoemd. De gedachten tuimelden over elkaar heen. Ze zou snel kennis maken met de buren, zich opgeven voor een toneelcursus, op zoek gaan naar vrijwilligerswerk. Elsa pakte een doos en begon met het uitpakken ervan. Doorgaan, zei ze tegen zichzelf; blijven zitten in het verdriet en de pijn, zou haar niet verder helpen. Daarmee help ik Kees ook niet, ik moet blij zijn met de kans die hij krijgt en hem steunen, hield Elsa zichzelf voor. Doos na doos pakte ze uit; de vaste plek die de spullen in Daarle allemaal hadden, riep bij alles wat ze uitpakte, de herinnering op aan het oude huis. Elsa merkte dat ze steeds terugging in gedachten, en dat benauwde haar. Ze verbaasde zich over hoe haar gedachten hun eigen gang gingen, en ze daar nauwelijks richting aan kon geven. “Ik ben een emotionele trut”, zei ze tegen zichzelf, en hoopte dat ze zichzelf daarmee aan kon pakken door te gaan. Steeds weer probeerde ze de gedachten te stoppen en haar aandacht te richten op de nieuwe omgeving.

Emotioneel gezeur

Toen ze de auto van Kees voor het huis zag stoppen, zette Elsa abrupt, verstandelijk, een punt achter de gedachten die haar de hele middag steeds meer in hun greep hielden. Kees verdiende het niet te worden lastig gevallen met dit emotionele gezeur, vond ze, en snel wreef ze haar wangen nog wat op, om er wat vrolijker uit te zien. Kees viel het huis binnen, vol van nieuwe indrukken en emoties. Het was geweldig geweest, het bedrijf had zoveel groeimogelijkheden voor hem, hij zag kansen en mogelijkheden om verder te groeien en carrière te maken. Elsa hield zich voor dat ze blij voor hem was, toch. Ze tilde zichzelf op en luisterde naar zijn verhalen, probeerde niet te laten merken hoe zij zich had gevoeld. Hij was zo vol van zijn verhaal dat hij het ook niet merkte, plofte op de bank en merkte niets.

De weken daarna verliepen op dezelfde manier. Als Kees naar zijn werk was, probeerde Elsa het huis weer een thuis te maken en vocht ze elke dag weer tegen de gedachten die meer en meer op de voorgrond kwamen. Als ze wist dat Kees bijna thuis bijna thuiskwam, herpakte ze zich en stelde ze zich in gedachten alvast open voor zijn verhaal. De rode bloemen waren allang verwelkt en daarmee hoopte Elsa dat de gedachten die de bloemen als eerste hadden opgeroepen, ook langzaam zouden verwelken. Maar het was alsof het zaad dat de bloemen hadden gemaakt, was gezaaid in haar binnenste. In haar groeiden opnieuw en opnieuw rode bloemen, zo voelde het, en steeds weer probeerde ze de bloemen te laten verwelken. Boosheid over dat de gedachten steeds terug kwamen en toenamen, maakte zich heer en meester over haar. Als Kees er was, leek het alsof de bloemen netjes in een hoek van haar bestaan bleven staan, maar als Kees er niet was, voelde ze zich overwelmd door de emoties. De rode bloemen drongen zich steeds meer op en beheersten Elsa. Het was alsof haar leven ging bestaan uit twee delen. Een deel dat er was voor Kees en een deel dat werd beheerst door de bloemen die symbool waren gaan staan voor de eenzaamheid. Langzamerhand werd het idee door de rode bloemen beheerst te worden, groter. Het vechten tegen de gedachte bepaalde haar dag, haar leven, haar zijn. Genieten kon Elsa niet meer en ze voelde zich schuldig over hoe ze dat zelf niet kon veranderen. Elsa vocht, streed, bad in stilte. De afstand tussen haar en Kees werd ongemerkt groter.

Afstand

Tot ze, fietsend, en zich meer dan ooit eenzaam voelend omdat niemand maar dan ook niemand wist van waar ze mee bezig was, realiseerde dat de afstand tussen hen er ook in Daarle was geweest. De zelfverzekerde Kees, met successen die hij graag liet zien, waarmee hij ook koketteerde, liet geen ruimte voor de angst van haar. Het succes van Kees had ook haar altijd op de been gehouden, maar nu besefte ze dat het succes van hem diende als stut voor haar eigen onzekerheid. Ze liet haar gedachten en gevoelens gaan, schreeuwde het uit, als een vrije val vanaf een hoge bergtop, en liet alles wat er gebeurd was, over zich heen glijden. Onderaan de berg lag ze en bleef ze liggen. Gebroken, tussen de rode bloemen, als een vreemdeling tussen haar eigen gedachten. De eenzaamheid bleef over. Ze wist niet meer hoe ze verder kon. Er was geen weg terug. Ze besloot te gaan. Bij de supermarkt kocht ze een bos rode gerbera’s die ze in een vaas met een stukje eraf, zette, op de tafel tegen de paarse muur. Ze voelde zich een vreemdeling in hun huis, en vertrok. Op weg naar zichzelf.

Dit verhaal is geschreven door Janny Zaadstra. Ze schreef dit verhaal in 2015 voor de verhalenwedstrijd van Uitgeverij Mozaïek.


Dichterbij dan je denkt van Elizabeth Musser is het ontroerende verhaal van drie sterke vrouwen die ondanks alles wat ze meemaken vertrouwen in God vinden.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *