Kerstavond deel III

16 december 2018
Delen via:

Cur Deus Homo. Waarom werd God mens? De oude boektitel nog uit haar opleidingstijd springt in haar gedachten. Om God te zijn met een lichaam.

Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. ‘Ik ben erbij.’

Met voeten die naar je toe komen, met handen om je aan te raken. Hij legde kinderen de handen op, zegende hen. God met ons. ‘Aanraken,’ mompelt ze.
Liefde, genegenheid, aanraken, dat komt toch bij hem vandaan? Ze is haar hele leven aangeraakt, geknuffeld door haar kinderen, omhelsd door vrienden, gekust door buren en mensen van haar kerk, waarom is deze aanraking belangrijk voor haar. Waarom is dit in haar opgekomen?

De eerste jaren kon ze niet naar de kerk met kerst. Met haar kleine kinderen thuis worstelde ze zich de jaren en speciaal de decembermaand door. Het wende niet en toch werd ze sterker. Ze pakte haar verlies op en verweefde het in haar leven.

Ze loopt haar straat in. Kerstbomen in de kamers of gordijnen dicht met licht door de kieren, het lijkt altijd zo gezellig en warm. Hier en daar loopt nog iemand op straat, maar de meeste mensen hebben hun boodschappen binnen. Op de tast zoekt ze naar haar huissleutel. De thee is snel gezet.
Nu haar pantoffels en dan lekker in haar beige fauteuil zitten. Denkend aan haar aankoop wacht ze af. Vanaf het dressoir kijkt Peters lachende hoofd haar aan. Rommelige krullen, grijze ogen, de beminde lijnen van mond en kaak en voorhoofd. Zijn trekken zijn van lieverlee vervaagd in haar ziel en hebben als communicerende vaten de contouren van de foto aangenomen, wat haar als verlies voorkomt.

Hij heeft alleen nog maar dit gezicht. Dit gezicht, jonger dan dat van haar kinderen. Wanneer ze met leeftijdsgenoten praat, meent ze een enkele keer iets van zijn gezicht te herkennen in de gelaatstrekken van de ander. Ze zoekt dat niet, ze ziet het alleen maar en vraagt zich af of hij er zo ongeveer uitgezien zou kunnen hebben. Hoe zou hij oud geworden zijn, in welke vorm? Er was een tentoonstelling in het museum met sepiafoto’s van jonge mensen. Naast elke foto hing het portret van dezelfde mens in zijn ouderdom, het was schokkend en fascinerend tegelijk. In de jonge gezichten verborg zich het oude hoofd en omgekeerd. ‘Ik weet niet waarom ik het graag wil,’ zegt ze richting de foto. ‘Ik heb het daar bedacht in het huisje, aan zee weet je wel, en nu denk ik steeds…’ Peter blijft lachen. ‘Dus je vindt het wel goed.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *