Psalm 139: 13-14

24 maart 2019
Delen via:

Het is niet alleen onze moeder die veel voor ons betekend, maar God hield van ons ver voordat onze moeder wist dat wij geboren zouden worden. Loof Hem!

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

Dat wéten – het is eigenlijk te groot, te ingewikkeld voor me. Het is zo’n wonder dat alles in mijn lichaam het doet: dat mijn hart klopt, mijn bloed stroomt, mijn hoofd denken kan, dat ik slikken en uitspugen kan. Dat ik elke dag naar de wc kan, dat mijn mond praten en kussen kan, dat mijn ogen kunnen knipperen en knipogen. Dat via mijn vingers wordt doorgegeven aan mijn brein of ik iets warms of iets kouds oppak.

Ik fluister die woorden met eerbied: ‘Een ontzaglijk wonder.’

En het allermooiste is dat ik me dat bewust ben. dat ik het wéét, zonder dat ik het hoef te begrijpen.

Een wonder begrijpen is erg jammer voor dat wonder.

Want dat bestaat dan niet meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *