U ziet naar mij om

21 oktober 2018
Delen via:

De laatste tijd vallen mij steeds meer nieuwe dingen op wanneer ik in de Bijbel lees!  Bijbelgedeeltes die ik al zo vaak gelezen heb, komen ineens in een ander daglicht te staan. Zo ook wanneer ik dit gedeelte lees uit Genesis  16 waarin de verstoorde huishouding van Abraham, Sarai en haar slavin Hagar beschreven staat. Sarai die in haar wanhoop tegen Abraham zegt:

“Aangezien ik jouw geen kinderen kan geven, neem je mijn slavin Hagar maar – mijn zegen heb je, zij kan je misschien wel een nageslacht geven!

Een uitspraak die ze ongetwijfeld met pijn in haar hart doet! Terwijl ik deze woorden lees, voel ik het verdriet vanwege de leegte en het gemis van kinderen in haar leven en in mijn leven incluis! Maar ik proef tussen de woorden door, ook haar boosheid die langzaamaan opkomt drijven en dit word hoe verder je in het verhaal komt, almaar groter! Tot het moment waarop haar slavin Hagar, zwanger raakt, en dit eens even haarfijn onder de neus van Sarai wrijft, haar zelfs vernedert (staat er in de Bijbel beschrijven), dan komt het onvermijdelijke en barst de bom!

Woedend keert Sarai zich tot Abraham, en zegt:

‘kijk hoe onrechtvaardig Hagar met mij omgaat’ zie hoe ze mij kleineert en mijn kinderloosheid te schande maakt! Doe hier iets aan Abraham!

Al nadenkend besef ik: “hoe vaak wij onze frustratie afreageren op die ander, wanneer het in ons leven niet zo loopt als we gehoopt of gedacht hadden! Zo herkenbaar, deze reactie van Sarai richting Abraham! Ze geeft hem zelfs de schuld, terwijl ze in eerste instantie, geheel bereidwillig, haar slavin Hagar aan Abraham aanbood! Maar nu, op dit moment, legt ze de verantwoordelijkheid bij Abraham neer en wil ze dat hij een beslissing neemt, in deze situatie. Afschuiven, zo zou je het kunnen noemen. Iets wat wij mensen ook maar al te vaak toepassen in ons leven! Maar Abraham laat zich niet van de wijs brengen en antwoordt (Gen 16:6):

Zie, het is jou slavin, ze is in jou macht. Doe met haar wat goed is in jou ogen”.

Deels begrijp ik zijn redenatie maar aan de andere kant denk ik, kon je niet even meedenken met je vrouw! Ze voelde zich zo wanhopig en misschien zelfs wel onzeker. Waarom steunde je haar op dit punt niet? Vanuit mijn eigen ervaring, zou ik juist willen dan mijn man, me zou helpen om de juiste beslissing te nemen, zodat ik later niet zou denken: “had ik maar niet zo voortvarend en ondoordacht gehandeld, dan was alles misschien heel anders afgelopen”, maar nee, je leest nergens dat Abraham naast zijn vrouw staat! Ik kan daarom de beslissing van Sarai, nog beter begrijpen. Vermoedelijk had ik hetzelfde gereageerd.

En ja, dan is Sarai degene die haar slavin Hagar vernedert en het doet Hagar zelfs wegvluchten (Gen 16:6). Rivaliteit, jaloersheid, boosheid en bitterheid, het brengt zoveel negatieve dingen teweeg! Niet alleen toen maar ook nu vandaag de dag!

Ik zie Hagar gaan, zwanger en totaal ontredderd! Zou Abraham haar vaarwel gezegd hebben denk ik nu, of zou hij haar de rug hebben toegekeerd? Met andere woorden: “uit het oog, uit het hart”. Allemaal vragen waar we nooit een antwoord op zullen krijgen, maar wat mij zelf, nog meer het verhaal intrekt.

Hagar weet maar één plek waar ze heen kan gaan, namelijk de woestijn, ver weg van haar meesteres, ver weg van iets of iemand die haar alsnog kwaad zou willen doen! Ik kan me voorstellen, dat ze misschien zelfs gedacht heeft, daar te midden van de woestijn, “God laat mij maar sterven, wat heeft mijn leven nu nog voor zin”. Maar dan is daar de Engel van de Heer, die haar in de woestijn opzoekt en haar toespreekt. Zo opmerkelijk hoe de Engel zijn gesprek opent, hij zegt namelijk:

“Hagar, slavin van Sarai! Waar komt u vandaan en waar gaat u heen?”

De engel spreekt haar direct aan op haar positie en laat haar hiermee duidelijk weten, dat ze ondergeschikt is aan haar meesteres! Ook al dacht ze voor een tijdje, dat zij de meerdere was, voelde ze zich verheven boven haar meesteres, met deze enkele zin, veegt de Engel dit gelijk van tafel! Ook wij moeten soms tot de orde geroepen worden, wanneer we in onze hoogmoed en trots, ons zelf (be)roemen boven de ander en boven God! God, wil niet dat wij ons verheffen t.o.v. de ander, we zijn allemaal gelijk! Denk maar aan het kinderlied: “Niemand is minder, niemand is meer, ieder is nodig bij de Heer”.

Hagar, antwoord de Engel vervolgens:

“ik ben op de vlucht voor mijn meesteres Sarai”.

Hieruit maak ik op, dat ze de woorden van de Engel, ook direct begrepen heeft, want ze spreekt over “mijn meesteres”. Iets wat bij ons vaak niet het geval is! We willen de ander wel aanhoren maar het écht horen, en ter harte nemen wat hij of zij zegt, dat is een ander geval!

De Engel, antwoordt Hagar en spoort haar aan om weer terug te gaan naar haar meesteres en te doen wat zij (Sarai) haar opdraagt! Maar dat is niet het enige! Hij geeft haar ook te kennen, dat de Heere haar nood gezien heeft. Ze is zwanger, zal een zoon zal baren, die ze de naam Ismael moet geven.

Wat zal Hagar gelukkig geweest zijn, toen ze dit hoorde! God, had haar niet alleen gelaten, Hij zag naar haar om en ze zou moeder worden! Wat een zegen! Maar als ik vervolgens lees, dat de Engel zegt:

“je zoon zal een wilde ezel van een mens zijn, zijn hand zal tegen allen zijn en de hand van allen tegen hem en hij zal wonen tegenover al zijn broers”,

dan denk ik, kun je dan nog wel blij en dankbaar zijn? Als je weet dat je kind “een tegenstander zal zijn tegenover alle anderen”. Dat wil je als moeder toch niet horen! Je wilt toch dat je kind geliefd is bij anderen! Maar nergens lees je een onvertogen woord vanuit Hagar, in plaats daarvan, dankt ze God, geeft ze Hem de glorie en de eer! Onbegrijpelijk en bewonderingswaardig! Wat is Hagar hierin een voorbeeld voor ons! Ik vraag me af, wat er allemaal in haar hoofd omgegaan is, maar tegelijkertijd denk ik, dat haar dankbaarheid zo groot is geweest, dat er wellicht helemaal geen gedachten door haar hoofd zijn gegaan! Dat ze op een wolk zweefde van geluk wat haar door God in de schoot geworpen werd!

Ik zie haar vervolgens teruggaan naar haar meesteres, met een blij hart, vol van vreugde! En ik hoor haar zachtjes voor zich uit prevelen:

“Dank u Heer, dat U in Uw genade en liefde naar mij omzag! Dank U voor Uw goedheid! Help mij, om mij nederig op te stellen richting mijn meesteres Sarai, geef mij woorden van liefde in het hart en leer mij U in alles om hulp te vragen!

En ja, denk ik nu, mag dit ook mijn gebed zijn nu vandaag! Leer mij alles te (ver)dragen, wetend en vertrouwend, dat U ook naar mij en ons omziet. Elke dag opnieuw!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *