Interview met Margriet Ruurs I

1 december 2017
Delen via:

Recent verscheen bij Uitgeverij Callenbach het ontroerende boek Steen voor Steen van kinderboekenschrijfster Margriet Ruurs en kunstenaar Nizar Ali Badr. Dit bijzondere boekje vertelt het verhaal van Rama, die moet vluchten uit haar land. Margriet komt uit Nederland, maar woont nu in Canada. Speciaal voor PUUR! mocht ik haar interviewen toen ze weer even in Nederland was… Lees snel verder!

Kun je in een paar zinnen kort vertellen waar het boekje over gaat?

Steen voor steen vertelt het verhaal van een kind dat in een land woont waar oorlog uitbreekt en daarom moeten zij en haar familie vluchten. Dat doen zij door te lopen, door weg te lopen en hun reis is heel moeilijk. Heel veel mensen halen het niet. Uiteindelijk komen ze aan in een land waar zij welkom worden geheten en een nieuw tehuis vinden.

Wilde je al eerder een boek schrijven over vluchtelingen of kwam dat pas nadat je de steenkunst van Nizar zag?

Nee, pas echt toen ik de steenkunst van Nizar Ali Badr tegen kwam op het internet. Als kinderboekenschrijfster weet ik dat ik meestal niets te maken heb met de illustraties, maar ik weet ook dat die illustraties, vooral in prentenboeken, heel belangrijk zijn. Heel veel van mijn boeken zijn schitterend geïllustreerd met papiercollages en eentje zelfs met olieverfschilderijen. In Canada zijn ook illustraties met klei heel erg in trek. En toen ik de stenen zag, dacht ik; dat heb ik nog nooit gezien in een kinderboek. Zodra ik één plaatje zag, ben ik gaan zoeken: Wie is dat? Wie heeft dat gemaakt?

Ik kon op internet alleen een Facebookpagina vinden. Het was een man die in Syrië woonde. Het was heel moeilijk om met hem in contact te komen, maar uiteindelijk heb ik toestemming gekregen om de plaatjes te gebruiken! Ondertussen heb ik uit al die foto’s een aantal gekozen die ik bij elkaar vond passen. Als ik ze op een rijtje legde, vertelden ze een verhaal van vluchtelingen. Nergens in mijn verhaal heb ik Syrië genoemd, want het jaar daarvoor was het ergens anders en volgend jaar is het weer ergens anders.

Het is dus eigenlijk een heel universeel verhaal van mensen die moeten vluchten.

Hoe ben je in contact gekomen met Nizar Ali Badr? En hoe verliep dat contact?

In eerste instantie heb ik hem in het Engels een Facebook bericht gestuurd en gezegd: Wat een schitterende plaatjes, zou ik die mogen gebruiken om te zien of ik hier een kinderboek van kan maken? Mijn woorden, jouw plaatjes? Daar kreeg ik geen antwoord op, dus heb ik het wel tien keer opnieuw gestuurd! Aangezien hij in Syrië woont, werd ik ook een beetje bezorgd. Misschien was er wel iets gebeurd. Maar toen zag ik dat hij wel bleef posten op Facebook. Toen dacht ik dat hij het Engels misschien niet kon lezen, want hij zet alles in het Arabisch erop. Nou, toen heb ik iemand gevonden die mijn berichtje kon vertalen, maar nog steeds kreeg ik geen antwoord.

Het bleek dat ik, vanwege het maximumaantal Facebook volgers, hem niet kon volgen en daarom kreeg hij ook mijn berichtjes niet. Een vriendin in Pakistan heeft toen een van zijn beste vrienden opgespoord. Hij sprak goed Engels en had ook een emailadres (die had Nizar ook niet). Van hem kreeg ik meteen een email terug.

En ja hoor, dolgraag!

Sommige foto’s waren niet scherp genoeg als je ze zou uitvergroten, dus ik vroeg hem ook of hij misschien nieuwe foto’s kon maken. Nee, was het antwoord, want hij had geen geld voor lijm! De donkere achtergrond is vaak een stuk stof en daar legt hij de stenen op, waarna hij een foto maakt met zijn telefoon. Dan kan hij de stenen hergebruiken. Ze liggen dus los.

Bijzonder hoe je zo hebt doorgezet!

Ja, ik vond het zo schitterend dat ik niet zomaar wilde opgeven. Het is een belangrijk verhaal. Het was iedere avond op het nieuws en nu is het nog steeds bijna elke avond op het nieuws. Gisteren Iran, vandaag Syrië, morgen…

Heeft het lang geduurd om dit boek tot stand te brengen?

Het proces ging achterstevoren. Normaal als schrijfster krijg ik een idee, dan doe ik research en schrijf een verhaal. Meestal kost het me twee jaar om een prentenboek te schrijven, soms zelfs acht jaar. Steen voor steen duurde korter. Ik had de plaatjes al. Nu zag ik het verhaal al, dus het was heel makkelijk te schrijven.

Zelf ben je geëmigreerd van Nederland naar Canada. Heb je die ervaring ook meegenomen bij het schrijven van dit boek?

Ik ben na de Tweede Wereldoorlog geboren, maar mijn vader heeft ondergedoken gezeten. Mijn ouders woonden in Rotterdam toen dat gebombardeerd werd, die moesten vluchten. Mensen moesten vluchten, verloren hun bezittingen. Mijn vader sprak daar nooit over. Mijn moeder vertelde weleens over de Tweede Wereldoorlog en ja, dat was eigenlijk toch hetzelfde als wat er nu elders gebeurt.

Het is dus ook mijn achtergrond geweest. Het is niet alleen het Midden-Oosten.

In het boek wordt Rama met open armen ontvangen. Als je naar de situatie in Europa kijkt is dat niet altijd zo het geval. Wat vind je daarvan?

Dat kan ik me goed indenken door de getallen die hier komen en door de enorme problemen die dat oplevert. In Canada ligt dat toch anders. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de afstand en de grootte van het land. In Canada vormen mensen soort sponsorgroepjes, bijvoorbeeld een school, een kerk of een gemeenschap. Die beginnen dan een comité en zo vragen ze een familie aan. Die families vragen om naar Canada te komen. Het comité heeft een jaar om 50.000 dollar in te zamelen en te zorgen dat er een huis, een baan, een school et cetera klaar is. Daarna komen die mensen pas. Ze worden niet in kampen gezet en ze komen in de gemeente als één gezin. Ze moeten meteen Engels leren en gaan werken. Omdat ze opgenomen worden door zo’n comité worden ze meteen helemaal in de gemeente aangepast.

Ik vind het heel belangrijk dat mijn kleinkinderen horen dat er plekken in de wereld zijn waar oorlog is, maar ook dat ze weten dat we klaar moeten staan voor andere mensen die moeten vluchten. Ik wilde ook aan hun vertellen waarom er vluchtelingen komen en dat we niet zomaar moeten zeggen:

‘Hier komt niemand binnen’.

Kun je iets vertellen over het educatieve doeleinde van dit boek?

In Noord-Amerika wordt het boek veel op scholen gebruikt om discussie aan te gaan en om te praten over oorlog en vrede en het opvangen van vluchtelingen. De tweetalige uitgave vind ik heel imposant. Het is leuk voor kinderen om een heel ander schrift te zien. Vaak als ik het voorlees op een school of in de bibliotheek is er wel een kind dat dan het Arabisch kan lezen. Het is heel leuk voor de andere kinderen om die taal te horen.

Het meest geweldige is dat ik twee weken geleden een email van een kind kreeg en die zei: ‘Het boek heeft mijn mening over vluchtelingen veranderd. Als dat bij één kind gebeurt, vind ik het al de moeite waard. Als die van huis uit te horen krijgt dat al die mensen ergens anders heen moeten gaan, als er dan een kind zegt: ‘nee het zijn mensen die moeten we opvangen’, dan vind ik dat al educatief genoeg.

Meer weten over Margriet Ruurs? Morgen komt het tweede deel van het interview online!

Meer weten over het boekje? Kijk dat ook eens op de officiële website!


In Laat je zien! deelt Rachel Hollis een welverdiende schop onder je kont uit: verstop je niet langer achter de leugens over jezelf! Je bent vaak zelf de enige die erin gelooft, dus daar kun je nog beter vandaag dan morgen mee stoppen. Je hoeft niet eerst af te vallen, succesvoller te worden of een man te vinden om een leuk mens te zijn. Laat je zien!

 

 

 

 

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *