Pluk de dag

15 januari 2018
Delen via:

In december heb ik nog weleens de neiging om weemoedig te zijn en besprongen te worden door gedachten als ‘Weer een jaar voorbij.’ En de droom die ik vannacht had en waaruit ik huilend wakker werd, hielp ook niet echt om die weemoed te verdrijven. De confrontatie die ik in de droom met mijzelf had, was zo heftig en kwam zo diep binnen dat hij ook na het ontwaken nog wat tranen gaf.

In mijn droom kwam er iemand bij mij op de koffie, als een verlaat ziekenbezoekje na mijn ziekenhuisopnames van afgelopen zomer. Nadat ze had gevraagd hoe het nu met mij ging, vroeg ik hoe het met haar was. Ze begon te vertellen over haar gezin en over haar werk. Hoe ze van hot naar her rende om alle ballen in de lucht te houden. Wat voor inspanning het steeds weer kostte om haar werk voor de deadline af te krijgen. Dat het iedere dag om kunst- en vliegwerk vroeg om de kinderen op tijd op het dagverblijf en op school af te leveren. En dat het nog meer kunst- en vliegwerk vereiste om alles te regelen als de kinderen ineens ziek werden. Of onverwacht vrij hadden. Dat er dagen waren waarop ze haar man nauwelijks sprak. En dat het kerkenwerk eigenlijk ook meer tijd van haar vroeg dan ze had. Enzovoort.

O ja, ze was heus wel gelukkig hoor, zei ze, maar de dagen glipten gewoon als zand door haar handen. ‘En dan heb ik het nog niet eens over mijn ouders gehad,’ besloot ze tussen twee slokken koffie door.

‘Zij hebben eigenlijk ook meer zorg en aandacht nodig dan ik hen geven kan.’

Ik zei weinig terug, maar in mijn hoofd gebeurde van alles. Het was alsof er een film werd geprojecteerd, waarin ik mijn kinderen als baby en kleuter terugzag. Ook zag ik mezelf, jonger, fitter en veel gezonder dan nu. Moeiteloos de trap oprennend. Door het dorp fietsend. Met een kind voorop en eentje achterop. En ineens werd ik zo overvallen door heimwee naar die tijd van toen, dat de tranen over mijn wangen rolden. Maar niet alleen van heimwee, ook van spijt.

Spijt

‘Voel je je niet goed?’ vroeg mijn gast, terwijl ze haar koffiebeker neerzette en een papieren zakdoekje voor mij uit haar tas viste. ‘Ik praat natuurlijk ook veel te veel. Sorry.’ Ik pakte het zakdoekje aan en schudde mijn hoofd. ‘Nee, je praat niet te veel. Maar wat je zegt, komt zo binnen. Het is alsof ik mijn jongere ik terug hoor.’

Enigszins verward keek ze me aan. ‘Wat bedoel je?’

Ik veegde mijn wangen af en vertelde hoe ik ook altijd maar had gerend, zonder echt tijd te nemen om ook te geníeten van alles wat ik had gekregen. En hoeveel spijt ik daar nu van had. ‘Wat zou ik graag nu mijn kind op schoot zetten, alle tijd voor hem of haar nemen en daarvan genieten,’ zei ik, ‘maar mijn kinderen zijn al veel te oud om op schoot te zitten. Wat zou ik graag de trap oprennen zonder hijgen, zonder pijn, of een lange wandeling gaan maken, en daarvan genieten, maar dat kan niet, want mijn gezondheid laat dat niet meer toe. En wat zou ik graag lekker rustig bij mijn ouders op de bank gaan zitten of een wasje voor hen doen, en daarvan genieten, maar dat kan niet, want ik heb geen ouders meer. Had ik maar minder gewerkt, minder gerend, geracet, minder ballen opgegooid, en meer genoten van mijn gezondheid en alle lieverds om me heen.’

Had ik maar…

Tijdens het praten, dienden zich nieuwe tranen aan. Er was geen tegenhouden meer aan. En met natte wangen werd ik wakker.

In- en in verdrietig door al die ‘had ik maar’s.

Maar… met dat de dag verstrijkt, gaan de verdrietige gevoelens opzij. Niet dat ze helemaal verdwijnen, maar ze maken ruímte. Ruimte voor gevoelens van dankbaarheid. Dankbaarheid voor het feit dat ik wakker werd en dus nog leef. Een nieuwe dag beginnen mocht. Met mijn man naast me, mijn kinderen in een straal van slechts vijftig kilometer om mij heen en nog zo veel andere lieverds in de buurt. Met een lichaam dat dan weliswaar veel dingen niet meer kan, maar ook nog heel veel dingen wel aankan!

Een dag met minder ballonnen in de lucht, maar met meer slingers aan de muur.
Een dag om te leven.
Een dag om te plukken.
Een dag om te genieten.
Een dag om uit te zien naar de 365 dagen in het nieuwe jaar dat God ons geven zal.
En vooral een dag om lief te hebben.
Elkaar en het leven.

Maar ook een dag om tegen jou te zeggen: Pluk die dag! En zorg alsjeblieft dat je nooit zo’n blog over spijtgevoelens hoeft te schrijven als ik nu deed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *