De sluier

7 juli 2018
Delen via:

Kunnen we eindigen? Verbaasd kijkt Jacob op. “Wat een haast”. Langzaam lepelt hij verder. “Je weet toch dat ik naar het AZC moet”. Welja, nog een beetje. Kan ze weer vijf minuten wachten. “En wie wast eraf?”, vraagt hij. “Jij”, snauwt ze, “ik heb geen tijd en het is jouw beurt”. “Ik ga hoor”, en met een zucht van opluchting stapt ze in haar auto. Ziezo, een avond voor haarzelf. Natuurlijk gaat ze ook naar het AZC, maar een uur rustig boodschappen doen kan wel van de bezoektijd af. Ze nestelt zich in de autostoel.

Voldaan parkeert ze haar met tassen beladen auto op het parkeerterrein van het AZC. Ze gaat eerst maar naar het Afghaanse gezin op nummer 10. De deur wordt opengedaan door twee donkerogende meisjes. Een palet van geuren waait haar tegemoet: knoflook, uien, olijfolie. De waspoeder is een dissonant in het geheel. “Waar is mama?” De oudste haalt haar schouders op. Een jonge man komt de gang in. “Welkom”, zegt hij vriendelijk. Ze stapt de kamer binnen. Wat een kale bedoening is het hier. Een tafel, vier stoelen  en een makkelijke stoel zijn het enige meubilair. In de hoek wachten een oude kinderwagen en twee fietsen  op een opknapbeurt. Je zult hier maar moeten bivakkeren. Uit haar tas diept ze twee bellenblaasflesjes op. Ze zal de boel hier eens opvrolijken. Even later dansen  twee schaterende kinderen achter de gekleurde zeepbellen aan. Ze spatten een voor een uit elkaar.

Sluier van liefde

“Ik mijn vrouw roepen, mijn vrouw moe van stress”, zegt de man zacht. “Wij volgende week maandag op reis voor verblijfsvergunning, laatste kans. Zij ligt op bed, ik kijken of wakker is”. Bijna geruisloos opent Gzifa de deur. “Kom”, zegt hij, terwijl hij zijn hoofd om het hoekje van de slaapkamerdeur steekt “bezoek voor ons, kom ik zal helpen”. Hij zet thee en maakt een schaal koekjes klaar. Verbaasd kijkt ze toe. Hm, dat is in deze cultuur niet de gewoonte. Een man die vrouwenwerk doet. Het mag in deze woonruimte dan wel aan decorum ontbreken maar een ding is zeker: het ontbreekt hier niet aan liefde. Het is als een tere sluier die de naaktheid van dit onderkomen  bedekt. De vrouw laat zich overhalen door haar man en komt erbij zitten. Ziet Idres mijn verbaasde blik? Ze glimlacht. “Mijn man goed voor mij. In mijn land wanneer man zo doet..”Met een veelbetekenend gebaar strijkt ze langs haar keel. “Mijn man eerst niet zo, toen christen. Hij zo anders, ook voor mij en kinderen. Eerst altijd ruzie, schreeuwen, slaan. Daarna mij helpen, geduldig, praten en zo.  Toen ik ook christen geworden”. Gzifa knikt. “Daarom, paspoort Nederland graag, maar wij hebben al paspoort voor hemel, meest belangrijk”. Uit zijn ogen straalt warmte en licht. Hij knikt zijn vrouw bemoedigen toe.

Leegte

Ergens heel diep in haar steekt pijn de kop op. Ze denkt aan haar eigen huis. Wat een wereld van verschil. Aan de buitenkant een thuis, maar  binnenin onvrede, irritatie, boosheid, angst en verdriet. Leegte die ze probeert op te vullen door hard te werken en actief te zijn in kerk en maatschappij. Ze vliegt van hot naar her. Jacob zegt er niet veel meer van. Af en toe schiet hij uit zijn slof. Meestal verbergt hij zich achter zijn hobby’s. Uren zit hij achter de PC. “Fijn”, denkt ze schamper. Ik sta overal alleen voor. Er ligt een waslijst aan klusjes te wachten, maar een hand uitsteken, ho maar. Wanneer ze het zelf wil doen of door een ander wil laten doen, is het huis te klein. Ik begrijp het niet. Jezus was toch ook op onze bruiloft genodigd?  Ze voelt het verzet weer in haar oprijzen. En dan moet ik ook nog onderdanig zijn en slikken wanneer spontane plannen worden afgekapt. Ze was zo blij geweest, toen ze trouwden. Eindelijk een maatje voor haarzelf. Ze zouden samen reizen, wandelen. Hun huis zou een warm nest zijn waar bezoekers in en uit zouden vliegen. Maar al gauw bleek Jacob een echte huismus te zijn die erg op rust gesteld was. Altijd, denkt ze verdrietig, wanneer ik me in deze wereld wil nestelen is er wel een of andere doorn die maakt dat ik zo weer weg wil vliegen.

Ze drinkt haar thee op. “Ik ga weer, tot de volgende keer hè. “ Gzifa en Idres maken een hoffelijke buiging.  “Bedankt voor bezoek”.

Ze heeft geen zin meer in nog een bezoekje. Met gebogen hoofd loopt ze naar haar trouwe lelijke eend. Een naaktslak steekt vlak voor haar voeten het pad over. Wat was het goed om daar te zijn. Wie herbergde nu eigenlijk wie? Het lijkt alsof een tipje van de sluier haar nog steeds bedekt.

Afgewezen

“Hé mevrouw, niet meer bij ons komen”. Opeens staat Ilena voor haar. “Jij poos niet geweest. Jij boos dat wij niet met jou meegingen? Mijn moeder moest naar vriendin”. “Prima toch”, reageert ze laconiek. “Iedereen is vrij om te doen en te laten wat hij wil”. Het meisje kijkt haar onderzoekend aan. Ze ziet een glimp van spot in haar ogen. “Is ook zo”, reageert het meisje kort. “Nou doei hè”. Ze heeft me door denkt ze. Kinderen zien scherp. Ik voelde me beledigd en afgewezen. Hoe kan dit. Als ik zeg als vreemdeling op aarde te wandelen, kan ik toch niet zulke lange tenen hebben?   Ze start de auto en hobbelt  het terrein af.

Vreemdeling

Onderweg speelt, als een briesje die een sluier speels doet opwaaien, steeds dat ene zinnetje door haar hoofd. Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij niet geherbergd. Maar  ik doe toch veel voor anderen. Voor anderen ja, echoot het in haar na. Ergens begint er iets te dagen. Een citaat, dat ze ooit eens gelezen heeft komt boven drijven. Ze denkt diep na. “We weten nooit met wie we trouwen: dat denken we maar. En zelfs als we met de juiste persoon trouwen, duurt het maar even en hij of zij is veranderd. Want het huwelijk is zo iets groots, dat we na onze huwelijksdag niet meer dezelfde zijn. De voornaamste uitdaging van het huwelijk is – leren hoe je moet houden van en zorgen voor de vreemdeling met wie je getrouwd blijkt te zijn. “ In een flits ziet ze haar man zitten. Zijn puzzelen om haar snelle verhalen te kunnen volgen.  Haar aanhoren van zijn verhalen, zonder echt te luisteren omdat ze met haar gedachten al bij een volgende activiteit zit. Haar drammen als een klein kind, om haar zin te krijgen. Wanneer had ze voor het laatst zijn lievelingsmaaltje gekookt? Het was een maand geleden dat ze een keer vroeg thuis was gekomen.

O Heere, ik wist niet dat de vreemdeling zo dichtbij kon zijn.

Begin opnieuw, fluistert het door haar heen. Bij God mogen mag je altijd opnieuw beginnen. Stop met negatief denken, denk positief. Ze slaat rechtsaf. Zijn ogen lichten verrast op wanneer ze binnenkomt. Ha Ruchama. Ze nestelt zich op zijn schoot. Ze voelt zijn baard prikken. Iets in haar begint te huppelen. “En Gij Mijn God, schenkt vreugdewijn”.

Deze blog is geschreven door Gertine de Jong

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *