Valentin

10 juni 2018
Delen via:

Het is maandagochtend. Valentin uit Boekarest stapt aan de hand van zijn moeder de bus uit, het kampterrein op. Ik zie hem wel, maar hij ziet mij niet. Sinds bij hem een hersentumor is verwijderd, leeft hij in het donker.

Juli 2014

Terwijl zijn broertje en zusje op het veld staan te volleyballen en hoepelen, wijkt Valentin niet van zijn moeders zijde. Hij is spierwit en oogt heel vermoeid. Ons team probeert hem nog een loomarmbandje te laten maken, maar het mag niet baten: Valentin verdwijnt naar de slaapzaal, waar hij drie dagen lang zal blijven.

Op woensdagmiddag beschilderen we T-shirts met textielverf, en een van de vrijwilligers maakt een T-shirt voor de slapende Valentin. Op donderdag zien we hem er ineens trots in rondlopen. Hij voelt zich wat beter. ‘Hij heeft vannacht over engelen gedroomd,’ zegt zijn moeder. ‘Hij beweert dat hier engelen zijn.’ Die avond spelen we ‘Romania’s got talent’ na en Valentin tapt zowaar een paar moppen op het podium. Bravo, Valentin!

Oktober 2014

Ik ben in Boekarest op bezoek bij mijn schoonfamilie en spreek ook af met Shannon, een Amerikaanse zendeling die ik op het kamp heb leren kennen. Ze heeft sindsdien contact met de alleenstaande moeder van Valentin en stelt voor om spontaan bij het gezin langs te gaan. Eenmaal in hun flatje kijken het gezonde broertje en zusje straal langs mij heen, maar Valentin roept mijn naam zodra ik mijn mond opendoe. Op de bank komt hij dicht tegen me aan zitten en vraagt: ‘Heb je sleutels bij je?’ Hierop geef ik hem mijn sleutelbos. ‘Waar is deze van?’ vraagt hij, al voelend. ‘En deze?’ En zo voeren we een gesprek over mijn voor- en achterdeur in Engeland en de fiets waarmee ik de heuvels van Kent beklim. Na een kwartiertje nemen we afscheid en krijg ik zomaar een knuffel van hem. La revedere! Tot ziens!

Zomer 2016

Half augustus is het weer zover. Dan mag ik voor de derde keer meehelpen met een kinderkamp van Hospices of Hope in Roemenië. Vorig jaar was ik met zieke kinderen uit Brasov naar de kust, dit jaar ga ik weer met kinderen uit Boekarest naar het platteland. Gezonde kinderen deze keer – het zijn familieleden van (voormalig) patiënten. Veel van hen zijn bereaved: ze hebben hun ouder of broer of zus verloren aan een terminale ziekte. Ik kijk ernaar uit om ze een zorgeloze week te bezorgen en ze de aandacht te geven die ze heel hard nodig hebben. Ik mail Shannon. Gaat ze misschien ook weer mee als leiding? Via Whatsapp kletsen we gezellig bij, maar dan typt ze een zinnetje dat mijn hart even doet stilstaan. Wist je dat Valentin is overleden?

Ik staar er een paar seconden naar. Valentin. Overleden.

Als je met terminaal zieke kinderen op kamp gaat, weet je dat deze kans erin zit. En toch schieten woorden tekort als het dan echt gebeurt. Wat overblijft, is de herinnering. Aan Valentin en de manier waarop hij anderhalf jaar geleden mijn aandacht vroeg en kreeg, met dank aan een paar simpele sleutels. ‘Tot ziens’ zit er niet meer in. Althans, niet hier. Rust zacht, lief jongetje.

De doelgroep van mijn kamp krijgt ineens een gezicht. Bereaved children, dat zijn het broertje en zusje van Valentin. Kinderen wier leven jarenlang om een ziek familielid heeft gedraaid. Kinderen die hun leed wanhopig graag even willen vergeten. Kinderen die snakken naar een week vol lol en gezelligheid. Wat een dankbare taak om daarin een schakel te mogen zijn.

Nog tien dagen. Het aftellen is begonnen.

Sandra van Tongeren woont in Engeland. Ze heeft een tekstbureau (Ieder woord), geeft Nederlandse taal- en cultuurles en werkt als vrijwilliger voor de organisatie Hospices of Hope, die zich inzet voor betere palliatieve zorg in Oost-Europa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *