Etiquettelessen uit Dunleigh Hall – Deel 1

6 februari 2018
Delen via:

Tijdens de Maand van de Historische Roman presenteren de uitgeverijen Mozaïek en Kok  zes hartverwarmende en toegankelijke kwaliteitsromans van bekende buitenlandse auteurs met een positieve, hoopvolle boodschap, tegen een aantrekkelijke prijs. Hieronder vind je deel 1 van de etiquettelessen uit Dunleigh Hall, door auteur Dineke Epping!

Les 1: Zwijgen is goud door Caroline Garney, gravin van Rassmore

Lieve help, mag ik nu de spits afbijten van een serie over etiquette? Heel wat Londense dames zouden in lachen uitbarsten – of in tranen, daar ben ik niet zo zeker van.

Goed dan, ik zal vertellen wat ik uit allerlei etiquetteboeken heb moeten leren over het voeren van gesprekken. Dat komt nogal nauw, zie je, en bij de Britten al helemaal. Om te beginnen vinden zij ons, Amerikanen, erg schreeuwerig. Het is onbeleefd om luid te spreken en de aandacht op jezelf te vestigen, aldus gidsen als Cassell’s Household Guide. Maar natuurlijk probeert iedereen toch de aandacht te trekken.

Tijdens mijn seizoen in Londen heb ik weinig meisjes ontmoet die ik ervan kan beschuldigen een spraakwaterval te zijn. Dat komt ook omdat ze slechts een paar jaar les hebben gehad van een suffe gouvernante. Hoewel ik het strenge lesschema dat mijn moeder had bedacht vaak verafschuwde, kan ik tenminste wel meepraten over meerdere onderwerpen. Dat maakt het leven toch veel interessanter? De Britse heren verwachten echter weinig intelligentie en tegenspraak. Tja…

Maar laat ik bij het begin beginnen: iemand aanspreken.

Je steekt niet zomaar je hand toe en zegt: ‘Hallo, ik ben…’ tegen een Engelsman. Nee zeg, hij zou er zowat in blijven! Hier kan ik alleen met iemand kennismaken als iemand anders – die ons allebei kent – ons aan elkaar voorstelt. Daarmee voorkomen we blijkbaar contacten met verkeerde sociale kringen. Immers, als één persoon met beide anderen contact heeft, zitten ze meestal wel op hetzelfde niveau.

Pas na die officiële introductie is het toegestaan een praatje met de ander aan te knopen, ook als we elkaar bijvoorbeeld de volgende dag op straat tegenkomen. Sterker nog, het zou dan onbeleefd zijn om te doen alsof we de ander niet kennen. Dat mag alleen als we elkaar op een bal hebben ontmoet, bijvoorbeeld bij die vervelende vent die steeds op onze tenen trapte.

Ai, en daar ga ik in de fout. Ik had natuurlijk over een ‘heer’ moeten spreken. De Britten zijn akelig formeel in hun woordkeus. Plat of populair taalgebruik kan ons uitnodigingen kosten!

Stel, we doen het wel goed en we worden uitgenodigd voor een theevisite, hoe pakken we dat dan aan? In de eerste plaats ploffen we niet meteen ergens neer. Het komt beleefder over om eerst te blijven staan. Voor heren geldt sowieso dat ze blijven staan totdat alle dames zijn gaan zitten. Terwijl we staan, is het overigens niet de bedoeling dat we alle spulletjes op de schoorsteenmantel gaan herschikken of de schilderijen aan de muur grondig bestuderen. We houden het een beetje neutraal.

Dat geldt ook voor de gesprekken. Er is geen plaats voor lange politieke discussies of het doorvertellen van roddels en schandalen. Het is ook niet de bedoeling dat we iemands geloofsovertuiging gaan afbranden, vooral niet als die persoon aanwezig is. Dit soort zaken kun je echt in etiquetteboeken nalezen.

Alleen naaste familieleden mogen we naar hun gezondheid vragen en gezegende omstandigheden worden meestal ook niet genoemd (al helemaal niet in banalere termen). Ja, ze zijn hier vreselijk kieskeurig als het om gespreksonderwerpen gaat. De vraag hoeveel broers of zussen iemand heeft, vindt men al bemoeizuchtig. Ook mijn mond viel daarvan open, maar dat wordt dan ook weer niet als erg beschaafd beschouwd.

Ik sluit af met het meest belachelijke taboe van allemaal: geld. Wij Amerikanen zijn trots op wat we hebben bereikt, zeker als we dat van de grond af hebben opgebouwd. Maar in Engeland vraagt men niet naar winstbedragen. We bespreken niet de kosten van levensonderhoud, iemands zakelijke successen of dure sieraden (ook al willen we ze wel graag laten zien).

Dat is vulgair.

Toch bekruipt me dan soms de vraag: als heel Londen al na twee dagen wist hoe groot mijn erfenis was, hoeveel beschaafde mensen zijn er dan werkelijk?

Les 2: Kleren maken de dame door Imogen Bingham, burggravin Kilbrooke

Je hoeft me niet te verbeteren. Ik weet dat het echte spreekwoord ‘Kleren maken de man’ luidt. Toegegeven, een jongeman in een avondkostuum kan oogverblindend zijn. Totdat hij de middelbare leeftijd bereikt en zelfs een perfect gesneden jacquet zijn uitdijende middel niet meer kan verbergen.

Laten we daar maar niet te lang bij stilstaan en ons richten op de kledingkeuze van dame. Waar komt zij beter tot haar recht dan tijdens het uitgaansseizoen in Londen?

Een ochtend in Londen begint met een ritje door bijvoorbeeld Hyde Park, rijkostuum vereist. Dit is een nauwsluitend model van zwarte, marineblauwe of donkergroene wol. Alleen buitenlanders dragen opvallender kleuren, maar zij kennen het woord ‘traditie’ niet. Natuurlijk mogen de hoge hoed met kleine sluier, handschoenen en rijlaarzen niet ontbreken.

Thuisgekomen trekken we een bescheiden ochtendjapon aan voor enkele huishoudelijke taken, zoals een gesprek met de huishoudster en kokkin, het beantwoorden van de post en misschien het doen van enkele boodschapjes. De jurk is vrij eenvoudig: netjes maar niet opzichtig. Altijd heeft hij lange mouwen. We willen tenslotte niet dat iemand denkt dat we zelf staan te poetsen en te soppen.

Na dit werk hebben we het aangename vooruitzicht van een lunch waarvoor we zijn uitgenodigd. Een uitgaansjapon is hiervoor gepast, en nu moet je bij ‘uitgaan’ niet denken aan theaters of feesten, maar meer letterlijk aan het feit dat we de deur uit gaan. De uitgaansjapon is een tikje fraaier dan de ochtendjapon van hiervoor. Gemaakt van zijde of soms brokaat heeft hij wat meer versiering, van borduurwerk met chenillegaren tot chiffon franjes. Een bijpassende hoed, handschoenen en een parasol of tasje maken de outfit af, hoewel de Amerikanen de neiging hebben hierin te overdrijven.

Als je van nature geen gevoel voor stijl hebt, compenseer je dat met dollars, neem ik aan.

Naar visites, wandelingen en tuinfeesten dragen we ’s middags eveneens een uitgaansjapon. Voor de Henley-regatta, de Ascott-races of een cricketwedstrijd zijn iets lichtere stoffen geschikt.

En dan is het tijd voor het diner. Dit moment is zo belangrijk dat een speciale gong de tijd aangeeft om met kleden te beginnen. Avondjaponnen zijn chic. Ze hebben een lagere halslijn, maar wel mouwtjes tot ongeveer de ellebogen, niet korter. Er horen handschoenen bij, die we tijdens het eten op schoot leggen. De japonnen zijn van satijn en chiffon, met kant en bijpassende sieraden. Elegant, maar niet grandioos.

Want daarvoor komen we bij het sluitstuk van de avond en deze les: de baljapon. Fluweel en brokaat, kant en gouddraad, afgezet met pareltjes en andere luxe versiering… Voor een bal haalt een dame alles uit de kast! De baljapon heeft een sleep die we tijdens het dansen optillen. Natuurlijk dragen we ook nu handschoenen en bovendien een waaier waarmee we op allerlei manieren signalen kunnen afgeven. Als getrouwde dame mag ik een tiara dragen en japonnen in rijke, warme kleuren. Jonge debutantes dragen lichte pasteltinten die bij hun leeftijd passen. Typisch iets voor zo’n nieuw Amerikaans meisje om in een vuurrode jurk te verschijnen, maar ze heeft er wel een aantrekkelijke graaf mee aan de haak geslagen. Sneu dat ze niet besefte dat mannen van hun echtgenotes niet zulk onaangepast gedrag accepteren.


In het romantische en meeslepende Thuis op Dunleigh Hall van Dineke Epping, ontvouwt een kil verstandshuwelijk zich tot een diepe liefde.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteur: Puur Vandaag
Etiquettelessen uit Dunleigh Hall – Deel 1


Bekijk dit boek!