Joy: de vrouw van wie C.S. Lewis hield

19 maart 2019
Delen via:

Gevangen in een relatie met een alcoholistische man komt Joy Davidman in aanraking met het gedachtegoed van C.S. Lewis. Joy, een briljant schrijfster en een strijdbare moeder, raakt gefascineerd. Heel voorzichtig ontwikkelt zich een vriendschap, die uitmondt in een huwelijk. Dan wordt Joy ernstig ziek…

Dit is het verhaal van de vrouw die het hart van C.S. Lewis veroverde en hem inspireerde tot het schrijven van boeken die ook vandaag nog miljoenen mensen tot inspiratie zijn.

 

 

Proloog

Jullie zouden niet om mij hebben geroepen
als ik niet om jullie geroepen had.

Aslan in De zilveren stoel,C.S. Lewis
1927

Bronx, New York

Vanaf het begin was de Grote Leeuw degene die ons bij elkaar bracht. Dat zie ik nu. Het ontembare, liefhebbende beest trok ons naar elkaar toe, langzaam, onverbiddelijk, over de tijd heen, over een oceaan en verder, tegen de halsstarrige bolwerken in ons beider leven in. Hij wilde het ons niet gemakkelijk maken; zo werkt Hij niet.
Het was de zomer van 1927. Mijn jongere broer Howie was acht jaar oud en ik was elf. Ik knielde naast zijn bed en schudde voorzichtig aan zijn schouder.
‘Laten we gaan,’ fluisterde ik. ‘Nu slapen ze wel.’
Naar buiten glippen was onze beloning voor het verdragen van het leven in ons gezin, en onze onopgemerkte rebellie. Die dag was ik thuisgekomen met mijn schoolrapport, en tussen de lange kolom met achten stond het onuitwisbare stempel van één zesenhalf diep in het zachte papier gedrukt.
‘Vader…’ Ik had hem op zijn schouder getikt en hij had opgekeken van de proefwerken die hij aan het beoordelen was; met een rood potlood markeerde hij het werk van zijn leerlingen. ‘Hier is mijn rapport.’ Hij las de lijst vluchtig door; de leesbril balanceerde op het puntje van zijn neus, die een echo was van de foto’s van zijn Oekraïense voorouders. Hij was als kind in Amerika aangekomen en op Ellis Island was de spelling van zijn naam veranderd: van Yosef naar Joseph. Voor hem was het van levensbelang zich zo goed mogelijk aan te passen aan het leven in de Verenigde Staten. Nu stond hij op om me recht aan te kijken en hief zijn hand op. Ik had een stap achteruit kunnen doen; ik wist wat hierna
zou komen. In ons gezin had prestatie de hoogste prioriteit. Zijn vlakke hand overbrugde de ruimte tussen ons – een ruimte die aan mijn kant boordevol hoopvolle verwachting van aanvaarding en complimenten was – en sloeg op mijn linkerwang, het maar al te bekende geluid van huid op huid. Mijn gezicht schokte naar rechts.

De stekende pijn bleef, zoals altijd, net lang genoeg hangen om de verbale zweepslag die erna kwam te doorstaan. ‘In onze familie is geen plaats voor slordig werk.’
Nee, daar was absoluut geen plaats voor. Tegen de tijd dat ik elf was, zat ik in de tweede klas van de middelbare school. Ik moest beter mijn best doen, beter worden, alle schande verdragen tot ik een manier vond om succes te hebben en mezelf te bewijzen. Maar ’s nachts hadden Howie en ik onze geheimen. In de donkere kamer stond hij op, waarbij zijn kleine gymschoenen bijna in het laken bleven hangen. Hij glimlachte naar me. ‘Ik heb mijn schoenen al aan. Ik ben er klaar voor.’

Lees dit hoofdstuk hier verder.

‘Een diep ontroerend verhaal over liefde en verlies.’
– Pam Jenoff, bestsellerauteur van Het meisje van de commandant.

‘Een ongelooflijk mooi portret van een complexe
vrouw.’ – Publishers Weekly, starred review

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *