Lady Jayne?

19 oktober 2018
Delen via:


Londen, Engeland, 1861

‘Goed, miss Harcourt, bent u of bent u niet Nathaniel Droll?’

Innerlijk kromp ik ineen, gezeten in een stoel aan het bureau van de oude uitgever die ze ‘Ram’ noemden. Wat vreselijk om die dierbare naam uit de vlezige mond van die man te moeten te horen, maar voor hem was het natuurlijk enkel een naam. ‘Dat ligt ingewikkeld, sir.’ De crinoline onderlagen van mijn rok prikten in mijn benen, die elke minuut die ik doorbracht op het kantoor van Marsh House Press warmer begonnen te worden.

‘Dat is het omwisselen van de laatste aflevering op het allerlaatste moment ook. U moet me vergeven dat ik twijfel als hier een of ander brutaal wicht opduikt, zogenaamd uit naam van een landelijk bekende schrijver, die niet ouder lijkt dan zijn eerste boek. Hebt u enig bewijs van uw band met hem?’

Dit ging een heleboel uitleg vergen. Misschien was het tijd om de aftocht te blazen. Maar nee, dit móést gebeuren. Als ik nu wegliep, zou dat betekenen dat het laatste deel van het feuilleton over een paar dagen gepubliceerd werd, en dan zou de man van mijn dromen erachter komen hoe verliefd ik op hem was. Ik kon me na zoiets vreselijks geen leven meer voorstellen.

‘Dit.’ Ik legde een opschrijfboekje neer voor de kalende buldog van een man die over zijn bureau vol bergen papier en rommel hing. ‘Is dit niet hetzelfde type als Droll u sinds jaar en dag stuurt?’

Hij bladerde met zijn grove vingers door de bladzijden en scheurde er zelfs één aan de bovenkant in. Vervolgens schoof hij over het bureaublad een inktstel naar me toe.

Natuurlijk. Ik moest hem ter vergelijking mijn handschrift tonen.

Ik zocht een lege bladzijde, tilde de zware pen uit de glazen inktpot en schreef: Ik ben Aurelie Harcourt. Ik heb Nathaniel Drolls betaling opgehaald op Headrow Lane nr. 32 in Glen Cora, Somerset. De letters die mijn trillende vingers vormden, vertoonden langere lussen en waren minder netjes dan de rest in het boekje, maar het was onmiskenbaar hetzelfde handschrift.

De man trok het opschrijfboekje naar zich toe en inspecteerde het aandachtig terwijl de seconden op de klok achter hem wegtikten. Ik concentreerde me op de ivoren schouw in de hoek van de kamer en telde de seconden mee.

Toen hij klaar was met zijn inspectie, liet hij zijn zware lijf achterover in zijn stoel zakken en bestudeerde me, elke knoop en elke plooi van mijn bruine reistenue. Zijn dikke vingers tikten tegen zijn wangen. ‘Nou, nou, nou. Ik heb altijd al het geweldige enigma willen ontmoeten dat me zo veel geld heeft opgeleverd, en ziedaar. Een vrouw. Een nogal onopvallende vrouw zelfs.’

Alsof ik minderwaardig was.

‘Scribent.’ Mijn stem brak. ‘Ik ben sinds jaren zijn scribent.’

‘En hoe hebt u Nathaniel Droll leren kennen?’ Hij kneep zijn ogen tot spleetjes.

Kon ik weigeren te antwoorden? Hij geloofde me toch al nauwelijks, dat was wel duidelijk.

‘Een lang, oninteressant verhaal, sir. Maar op dit moment ben ik hier enkel om te informeren naar de mogelijkheid om het einde nog te veranderen.’ Ik gebaarde naar het notitieboekje dat voor hem lag.

Met zijn bril op zijn neus bestudeerde hij het boekje, toen mij, toen weer het boekje, waarbij zijn linkeroog bijna in zijn wantrouwende rimpels wegzakte. ‘Dit heeft hij nog nooit gedaan.’

‘Dit boek is anders.’

Hij gromde, schoof zijn stoel achteruit en sloeg zijn armen over elkaar. ‘Zeg mister Droll maar dat hij geluk heeft. Ten eerste omdat u dit hebt onderschept voor de boel op de drukpers ligt. Op het nippertje. En ten tweede omdat zijn roem mij vandaag gunstig stemt.’ Hij stak een mooi versierde pijp op, trok eraan en blies vervolgens kleine kringetjes rook uit.

‘Ik weet dat het veel gevraagd is, maar –’

‘Gelukkig ben ik een geweldig mens.’ Met een grimas wuifde hij de rookwolken voor zijn gezicht weg.

Ik slaakte bijna onhoorbaar een zucht. Het was gelukt. Alles was veilig. ‘Dus u verandert het einde?’

‘Nou, dat hangt ervan af. Als ik dit einde vreselijk vind, ga ik toch echt het slot gebruiken dat hij me al gestuurd heeft. Dat is geaccordeerd, dit niet.’

Ik rechtte mijn rug tegen de harde leuning van de stoel. ‘Ik kan u dat niet laten drukken.’

‘O, o, o – het scribentje verbiedt me iets!’ Hij draaide rond in zijn stoel en leegde de pijp in een asbak. ‘Ik weiger risico’s te nemen met het laatste deel. We vermoeden dat de verkoopcijfers alle huisrecords zullen gaan breken en het einde mag niet teleurstellen.’ Hij sloeg met zijn hand op het bureau om zijn woorden kracht bij te zetten. ‘Het eerste hoofdstuk verkoopt een boek, maar het laatste verkoopt het volgende. Snapt u dat?’

‘Ja, sir, maar ik moet u echt verzoeken om –’

‘Waar komt u eigenlijk vandaan?’

‘Nou, ik –’

‘We moeten dit van zijn vergoeding aftrekken, weet u.’

‘Dat maakt niet uit. Maar kan ik –’

‘Hoe oud bent u eigenlijk?’

De frustratie won het van mijn zelfbeheersing. ‘Tweehonderdendrie. En u?’ Ik sloot geschrokken weer mijn mond.

De man achter het bureau, grijnzend als een boer met kiespijn, trok aan zijn pijp. Zijn ogen lieten mijn gezicht niet los. ‘Nú bent u iemand met wie ik wil praten.’ Hij boog zich naar voren, de leren stoel kraakte onder zijn gewicht. ‘Goed, piepkuiken. Vertel me exact hoe u in het bezit bent gekomen van Nathaniel Drolls opschrijfboekje. En waarom zijn werk uw handschrift draagt.’

‘Dat kan ik niet, sir.’

‘Dat begrijp ik.’ Hij draaide zich van me weg. ‘Dan kan ik helaas niet langer overwegen om uw alternatieve einde te gebruiken.’

In het kleine houten stoeltje dat zijn secretaresse had gebracht, beet ik op mijn lip en greep de armleuningen beet. ‘Ik kan u, denk ik, wel de korte versie van het verhaal vertellen. Als u belooft het alternatief serieus te overwegen.’

Hij draaide zich weer terug zodat hij me kon aankijken. Zijn ogen glommen en hij plantte zijn ellebogen op het bureaublad. ‘Flauwekul. Als we het over Nathaniel Droll gaan hebben, wil ik alles tot in detail weten. Begrepen? Elk detail, hoe klein ook. Ik wil weten wie zich achter die naam verschuilt, en wat zijn verhaal is. Begin maar met uw aandeel in dit geheel, en vertel me alstublieft ook over de bedriegers. Ik kan niet wachten.’

Met een huivering en een zucht diepte ik herinneringen op die de moeite van een bezoekje eigenlijk niet waard waren. Misschien volstond het om hem enkel de gebeurtenissen van de laatste paar maanden te vertellen? Ik haalde diep adem en gaf me over aan het enige talent dat ik bezit: verhalen vertellen. ‘Het begon allemaal in de schuldenaarsgevangenis van Shepton Mallet, waar ik woon. Dat wil zeggen, tot voor kort.’

En Nathaniel Droll wist waar Lady Jayne was gebleven…

Lady Jayne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *