Gast en toerist

30 maart 2018
Delen via:

Enthousiast kwam Ahmet thuis, bijna zingend. Meryem wist niet wat haar overkwam. Sinds twee jaar had hij niet zo vrolijk gekeken. Zijn ogen waren dof geworden en om zijn mond lag een verbeten trek. Maar nu… hij straalde gewoon.

“Meryem, het is gelukt. Volgende week vertrek ik. De betere tijd is gekomen.” Hij keek zijn vrouw aan en kuste haar wel drie keer. “Alles wordt nu anders en onze zorgen zijn vanaf vandaag voorbij. Kijk, een voorschot.” Met ogen als theeschoteltjes keek Meryem naar het stapeltje bankbiljetten in de hand van haar echtgenoot. “Hoe kom je daaraan? En waar ga je naar toe?”
Ahmet glunderde en wapperde haar met het geld koelte toe. “Dit is een voorschot op m’n loon. Volgende week sta ik 4000 kilometer verderop in een fabriek in Holland en verdien ik per maand meer dan ik hier in een jaar verdien. En over twee of drie jaar hebben we zoveel gespaard, dat ik hier m’n eigen bedrijf kan beginnen.” Triomfantelijk keek hij naar haar vragende gezicht.
“Maar… hoe moet dat dan? We kunnen toch niet….”

Keus

“Ik,” zei Ahmet en voelde een lichte steek in zijn borst. Hij realiseerde zich ineens hoe moeilijk het zou zijn om haar en de beide jongens achter te laten. “Niet we, Meryem, maar ik. Jij blijft hier met de jongens en ik stuur jou elke maand geld. Over een jaar kom ik voor een paar weken vakantie hier.” Elk woord betekende een hap vrolijkheid minder en eenmaal uitgesproken, straalde hij nauwelijks meer. “We hebben geen keus, toch?” Meryem knikte. Het was of armoe troef, of een paar jaar afzien. Maar kon je dan spreken van een echte keuze? “Dat Allah ons moge behoeden,” zei ze, en ook zij voelde een steek in haar borst. Ze legde haar hoofd tegen Ahmets schouder en zuchtte.

Een paar dagen later liep het halve dorp uit om Ahmet uit te zwaaien. Meryem toonde zich een sterke vrouw en huilde niet. Dat haar hoofdkussen die avond nat werd van haar tranen zou niemand ooit te weten komen.

Landgenoten

Het leven in het pension was zwaar. Met zijn landgenoten had hij net zoveel gemeen als een Fries met een Limburger heeft en slechts het toilet en de douche boden privacy. De twee mannen waarmee hij de slaapkamer deelde waren niet ongeschikt, maar hielden er een totaal andere levensstijl op na. Ahmet was geschokt toen hij bemerkte dat zij wekelijks een bezoek brachten aan een prostituee. De uitnodiging om ook eens mee te gaan wees hij af door naar zijn trouwring te wijzen. De een had schuldbewust gekeken, de ander had geantwoord dat ie een man was – alsof dat een excuus was. Elke avond, voor hij ging slapen, keek Ahmet naar de foto van Meryem met de beide jongens. En elke avond droomde hij even hoe het was om thuis te komen. Het werk was vies en zwaar, maar hij verdiende goed en de gedachte dat het tijdelijk was, hielp hem door te gaan.

De vakantie werd een feest dat veel te snel voorbij was. Maar hij had Meryem in zijn armen gehad en zijn jongens hadden paardje gereden op zijn knieën. De geboorte van zijn derde zoon vervulde hem met blijdschap – Meryem was een goede vrouw. Kemal was vier maanden toen zijn vader hem voor het eerst op de arm had. Negen maanden daarna schonk Meryem het leven aan een dochter en toen die vijf maanden oud was, verruilde een vrouw met vier kinderen haar eenvoudige woning in een Turks dorp voor een vierkamerappartement op de zesde etage in een middelgrote stad in Nederland. Warm en koud stromend water, een heuse douche en centrale verwarming – was er iets mooiers te bedenken?

Tuinkruiden

In de plantenbakken op het balkon kweekte Meryem tuinkruiden. Als ze er aan rook en haar ogen dicht deed, waande ze zich in Turkije. Van sparen kwam niet veel. De vaste lasten waren fors en elke maand moest er geld naar Turkije. Ahmets vader was ziek en de broers van Ahmet waren blij dat ze het hoofd boven water konden houden. Ahmet was de rijke man, dat hadden ze tijdens de vakanties wel gemerkt. Het ging heel langzaam, maar de droom van een eigen bedrijf in Turkije werd vager en vager… .

“Ik kan  niet meer, Ahmet, ik moet naar Turkije. We zijn al vijf jaar niet geweest.” Ahmet zucht. Het is niet de eerste keer dat Meryem hem hieraan herinnert en elke keer doet het meer pijn. “Ik weet het,” zegt hij zacht. “Deze zomer gaan we. Wat er ook gebeurt; we gaan.” Hij kijkt zijn vrouw aan en streelt haar gezicht. Beloofd, zeggen zijn ogen, maar in zijn hart is twijfel. Met de auto die hij nu heeft durft hij de reis niet te maken en geld voor een andere is er niet. Het zit hen aan alle kanten tegen en soms vraagt hij zich af waar het eind is.

Spaargeld

De eerste jaren gingen ze elke zomer naar Turkije en ze genoten van het weerzien met de familie. Het kostte handenvol geld – de familie wilde ook wel eens iets anders zien dan het dorp. Hij kon ze dat moeilijk weigeren. De kinderen werden groter, de flat steeds kleiner en ze verhuisden naar een eengezinswoning met een flinke tuin. Meryem was de koning te rijk en tuinierde naar hartelust. Hun kinderen konden goed leren, maar het leven werd er duurder door. De ziekte van zijn vader was een streep door de rekening – het spaargeld dat er nog was ging volledig op. Tot overmaat van ramp werd het bedrijf waar hij werkte gereorganiseerd en kwam hij op straat te staan. Hij vond een andere baan – voelde zich een geluksvogel, ondanks het lagere salaris. De belofte aan Meryem drukt zwaar en ten einde raad klopt Ahmet aan bij zijn beste vriend. Kan hij deze zomer de auto van Yilmaz lenen om naar Turkije te gaan? Yilmaz kijkt zijn vriend aan en knikt. Dat is het minste wat hij kan doen en tegelijk het meeste.

Bepakt en bezakt maken ze de lange reis. Het gaat allemaal goed en ze kijken hun ogen uit. Het weerzien met de familie is hartverwarmend, maar anders dan de laatste keer. Het is net of ze elkaar ontgroeid zijn. Het huisje waar ze samen zijn begonnen doet bekrompen aan en na twee weken voelen ze het gemis van stromend water. De kinderen hebben constant het gevoel dat ze op bezoek zijn en worden geconfronteerd met een verwachtingspatroon waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze hebben wel wat geld te besteden, maar kunnen het niet laten rollen – niet iedereen die in Nederland woont is rijk. Als het moment van afscheid nemen aanbreekt zijn ze eigenlijk blij. Natuurlijk zullen ze opa en oma missen. Het zou fijn zijn als je elkaar wat vaker kon bezoeken. Duurt het nu weer zo lang voor we jullie zien? Dat weet Allah alleen en ja, Nederland is toch wel ver weg. Het leven is niet gemakkelijk, ook daar niet.

Gedesillusioneerd

Op de terugweg brengen ze enkele dagen door in Istanbul. Ze bekijken de Sultan Ahmet moskee, wandelen over de Kapali Carsi – de overdekte markt en de Misir Carsi – de Egyptische markt, waar ze kruiden kopen, varen op de Bosporus en raken onder de indruk van alles wat ze in Topkapi, het voormalige paleis van de sultans zien. De souvenierverkopers hebben van verre in de gaten wie toerist is en wie niet – hun vloeiende Turks ten spijt. Gedesillusioneerd komen ze terug in Nederland. Twee maanden later vraagt Ahmet de Nederlandse nationaliteit aan voor zijn hele gezin. Zijn zoons hoeven dan tenminste niet te dienen in het Turkse leger. Als de naturalisatie een feit is, wordt Ahmet kort daarop uitgescholden voor ‘stomme Turk’. Thuis vertelt hij Meryem wat hem is overkomen. Zijn ogen staan dof en de verbeten trek om zijn mond spreekt boekdelen.

Dit verhaal is geschreven door Sipke de Boer. Hij schreef dit verhaal in 2015 voor de verhalenwedstrijd van Uitgeverij Mozaïek.


Over muren heen van Lody van de Kamp en Oumaima Al Abdellaoui is een briefwisseling tussen een rabbijn en een moslima en biedt een boeiende inkijk in twee culturen in onze Nederlandse samenleving.

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *