Ik houd je vast

19 november 2018
Delen via:


Het is zondagochtend. De kerk stroomt vol met zo’n 200 mensen. Op deze mooie herfstdag straalt een bundel zon door de oude katholieke kerkramen uit 1933. Ik kijk rond naar de mensen die binnenkomen. Jong en oud. Ik verwonder me elke week weer over de diversiteit in onze kerk. Vorige week nog deelden acht Syrische vluchtelingen in het Arabisch hun bekeringsverhaal. De verhalen van de televisie zijn dan niet ver weg, maar dichtbij.  Vanuit alle hoeken van de aarde vult de kerkzaal zich hier in Utrecht.

Vandaag valt mijn oog op een vrouw van rond de zestig. Ze zit rechts voor me in de zaal. Ik ken haar als een hartelijke en enthousiaste vrouw. Vol energie. Ze is mooi gekleed en druk in gesprek met de mensen om haar heen. Soms neemt ze kittens mee naar de kerk, die ze als vrijwilliger van het asiel opvangt. Ik ken haar vooral van het knuffelen van deze lieve pluizenbollen. Mijn kinderen smeken me elke keer om een kitten mee naar huis te nemen.

De muziek begint te spelen. Ik zie haar zitten naast haar man. Een oudere man in een rolstoel. Hij kan nauwelijks praten. Waar zij energie uitstraalt, kan ik hem lastig peilen. Zijn gezicht kijkt vaak naar de grond en ik heb geen idee wat er in hem omgaat. Maar hij is er altijd. Samen met zijn vrouw. Terwijl het licht op hun stoelen valt, kijk ik met vertedering naar dit echtpaar. Zij houdt zijn hand vast. Lang. Liefdevol. Ze laat hem niet los. Met zorg ontfermt zij zich over haar man. Ik vraag me af hoe dit moet zijn voor haar. Wat hebben ze samen allemaal al beleefd? Hoe voelt dat wanneer je zelf vol energie zit, maar je man niet meer mee kan doen? En hoe voelt hij zich nu hij geen woorden meer kan gebruiken om zich te uiten? Vragen waarop ik geen antwoord heb. Maar ik vind het een troostrijke gedachte dat zij gekend en geliefd zijn door onze Hemelse Vader. Hij kent alle verhalen van de mensen hier om me heen. Zoals de vrouw de hand van haar man vasthoudt, zegt God tegen ons: Ik houd je vast en laat je niet alleen.” Volgende week neem ik het boekje Met liefde zorgen voor haar mee.

Petra van Leeuwen
Stafmedewerker Reliëf

Gedicht van Rita Renema, uit Met liefde zorgen (p. 77)

Medemens zijn
is mededogen hebben
met de ander

je zonder voorbehoud
openstellen
voor die ander
met zijn verhaal

je naast die ander zetten
met oren die horen
ogen die zien

kwetsbaar
durven zijn

vanuit
eigen sterfelijkheid

mens zijn
medemens zijn

laat de ander weten:
je mag er zijn.

Dat geeft moed, kracht
in eenzaam lijden.

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *