Joop ter Heul: een altijd leuke klassieker

9 januari 2019
Delen via:

Joop ter Heul is bijna honderd jaar oud. Ze ontstond in 1918 in het hoofd van Cissy van Marxveldt en zag in november 1919 het levenslicht. De h.b.s.-tijd van Joop ter Heul lag die maand voor het eerst in de boekhandel, 290 bladzijden dik, voorzien van tekeningen van Isidoor van Mens en te koop voor fl, 2,90 ingenaaid en fl 3,90 gebonden. Dat was niet bepaald goedkoop, van fl 3,90 in die tijd was ongeveer gelijk aan € 25. Wie tot de arbeidersklasse hoorde, kon dit boek onmogelijk aanschaffen, want de meeste arbeiders verdienden in deze tijd zo’n tien gulden per week.

Maar voor arbeiders was dit boek dan ook niet bedoeld. Van Marxveldt schreef haar boeken met de lezers uit de middenklasse in het achterhoofd. Bovendien gingen haar romans bijna altijd over mensen uit de zorgeloze hogere middenklasse. Zo ook de Joop ter Heul-serie. Joop – officieel Josephine – is de dochter van een succesvolle zakenman. Ze woont met haar ouders, zus en broer in een villa in het welvarende Amsterdam-Zuid, vlak bij het Vondelpark. Haar ouders kennen geen geldzorgen en maken zich niet druk over problemen als de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog (waaraan in 1918 een einde was gekomen) en de armoede onder de arbeiders. Ook de oprichting van de Volkenbond en de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 gaan aan hen voorbij. Soms maakt Joops vader zich zorgen over schommelende aandelen, maar verder is er geen vuiltje aan de lucht. Behalve dan dat zijn jongste dochter liever met haar vriendinnen van de Jopopinoloukicoclub taartjes gaat eten dan dat ze haar huiswerk maakt.

Dat alles is echter precies wat de Joop ter Heul-serie zo aantrekkelijk maakt, ook nu nog, na honderd jaar. Afgezien van wat details, zoals kleding en sommige woorden, is Joop niet aan een bepaalde tijd gebonden. De jonge Joop is wat we nu een puber noemen. Ze heeft een hekel aan school en haat recepties en opgeprikte visites. Ze vindt niets leuker dan haar snobistische zus te choqueren. Met haar vriendinnen treitert ze haar leraren en leraressen en rookt ze stiekem sigaretten in het fietsenhok. En als Joop ouder wordt, blijft ze in zekere zin een belhamel.

Daar komt bij dat Van Marxveldt een taal gebruikt die nog steeds fris, bondig en vooral geestig is. Haar humor is onderkoeld en relativerend, want Joop neemt niet alleen anderen op de hak, maar ook zichzelf. Bovendien is Joop veel geëmancipeerder dan je op de eerste blik zou denken. Ze gaat altijd haar eigen gang, zelfs als echtgenote van een niet bepaald progressieve man. Voeg daaraan toe dat Joop in huizen woont waarvan de meesten van ons alleen maar dromen en je snapt waarom de boeken over Joop ter Heul honderd jaar na de eerste verschijningsdatum nog steeds worden gelezen. De Joop ter Heul-serie was de lievelingslectuur van Anne Frank en de jonge prinses Juliana, en is dat nog steeds van talloze andere meisjes en jongens, mannen en vrouwen, tot welke klasse die ook horen. Daarom lang leve Joop ter Heul! En dat ze nog minstens honderd jaar langer haar malle streken mag uithalen.

Monica Soeting

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *