Onderweg met Ruth – Mister Fixit

5 juli 2020
Delen via:

In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonene weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang in de vlakte van Moab te gaan wonen. De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Noömi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in Moab waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen. – Ruth 1:1-2

Die eerste zin. Daar is iets mee. Het boek Ruth opent met een hongersnood. Dat doet alle alarmbellen afgaan. Een hongersnood in het beloofde land?! Een hongersnood in het land, vloeiende van melk en honing? Een hongersnood in het land waar druiventrossen groeiden, zo groot, dat twee verspieders nodig waren om een tros naar Mozes te tillen? Wat is er mis gegaan?

In Leviticus 26:20 waarschuwt God zijn volk, dat wanneer zij zijn geboden niet zouden volgen het land zijn opbrengst niet zou geven en de bomen van het land geen vrucht zouden dragen. Het is niet normaal dat er een hongersnood in het land van God heerst. Het gegeven van de hongersnood wijst op zonde.

Dat wordt ook gesteund door de zin: ‘In de tijd dat de rechters het volk leidden…’ De periode van de rechters duidt op de tijd tussen de verovering van het Beloofde Land door Jozua en het ontstaan van het koningschap in Israël, onder leiding van de profeet Samuel. In het boek Rechters zien we een golfbeweging: zolang er een krachtige rechter leiding gaf aan het volk ging het goed, maar zodra de leiding wegviel, vervielen de mensen in afgoderij en verdeeldheid en ging het hard bergafwaarts met het land. Tot een nieuwe rechter opstond en het volk weer op God wees. De golfbeweging bracht het volk niet in een positieve flow. Rechter na rechter zakte het volk dieper weg in zonde en afgoderij. De laatste hoofdstukken van Rechters beschrijven hoe de stammen van Israël optrekken tegen de stam Benjamin, en deze stam zo grondig verslaan dat zij in haar voortbestaan bedreigd wordt.

Als een refrein komt in Rechters de zin terug:

In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen.

Het was de tijd van het Wilde Westen in Midden Oosten. Ieder deed maar waar hij zin in had. Er heerste wetteloosheid en het recht van de sterkste gold. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat er in deze tijd een hongersnood uitbreekt. We weten niet precies in welke tijd van de Rechters de geschiedenis van Ruth zich afspeelt. Het kan zijn dat het in de tijd van Gideon is geweest, toen Midjanitische bendes het land keer op keer binnen vielen en alle oogst roofden, zodat er hongersnood ontstond.

De hongersnood is een feit, de vraag is dan echter hoe daarop te reageren? Mike Tyson heeft eens gezegd:

Everybody has a plan, until they get punched in the face.

Vrij vertaald betekent dat: ‘Iedereen heeft een plan, totdat je een klap in het gezicht krijgt.’ Dan schieten veel mensen in een reflex van vechten, vluchten of bevriezen. Elimelech kiest ervoor om te vluchten.

Waarom koos hij ervoor om te vluchten? Zegt de Bijbel niet in 1 Petrus 5:6-7:

Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

Is dat niet de Bijbelse lijn? Als God onze aandacht niet kan krijgen communiceert hij soms via de megafoon van het lijden, juist met het doel dat wij ons vernederen en wachten totdat hij ons verhoogt.

Maar Elimelech is een man. Een man met een prachtige naam, want die betekent: mijn God is koning. Maar evengoed blijft hij een man en is hij, zoals zoveel mannen, Mister Fixit. Er is hongersnood, het leven geeft hem een rechtse directe, en in plaats van zich te vernederen onder de hand van God en zijn volksgenoten op te roepen terug te keren naar Jahweh, kiest hij ervoor om te emigreren.

Blijkbaar is Elimelech een bemiddeld man. In tijden van oorlog of crisis zijn het de rijkeren die er in slagen om een veilig heenkomen te zoeken. Elimelech is een man met mogelijkheden, die ook nog eens zijn klassiekers kent. Want deden de grote aartsvaders van het volk Israël niet precies hetzelfde toen zij te maken kregen met hongersnood?

In Genesis 12:10 zegt de Bijbel:

Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar.

In Egypte komt hij in de problemen doordat hij liegt en Sarai voorstelt als zijn zus in plaats van zijn vrouw. Vanwege deze leugen neemt de farao Sarai tot vrouw en overlaadt hij Abram met geschenken, zodat er na zijn terugkeer uit Egypte wordt gezegd:

Abram was bijzonder rijk: hij had veel vee, zilver en goud. Genesis 13:2

Ook Isaak nam zijn toevlucht in het buitenland, toen er in zijn tijd een hongersnood uitbrak. Hij vluchtte naar de Filistijnen:

Eens brak er in het land een hongersnood uit (een andere dan de hongersnood die er vroeger was geweest, in de tijd van Abraham), en daarom ging Isaak naar Gerar, de stad van Abimelech, de koning van de Filistijnen. Genesis 26:1

Bij de Filistijnen liegt Isaak op dezelfde wijze over zijn vrouw Rebekka, als zijn vader Abraham. Maar ook hij wordt bijzonder gezegend bij de Filistijnen:

Isaak zaaide in dat land en hij oogstte nog hetzelfde jaar honderdvoudig, want de Heer zegende hem. Hij werd rijker en rijker, schatrijk werd hij. Genesis 26:12-13

Er ontstaat toch wel iets van een patroon, zeker wanneer blijkt dat ook Jacob zijn toevlucht zocht in het buitenland, wederom in Egypte. In Genesis 42:5 lezen we dat de zonen van Jakob naar Egypte kwamen om daar graan te kopen, omdat de hongersnood in Kanaän in zijn greep hield. Omdat de hongersnood aanhoudt, trekt de hele familie uiteindelijk op uitnodiging van Jozef naar Egypte, waar zij in Gosen gingen wonen. Genesis 47:27 zegt dan:

Zo gingen de Israëlieten in Egypte wonen, in Gosen. Ze verwierven er bezittingen, ze kregen kinderen en breidden zich sterk uit.

Abraham, Isaak en Jakob. Stuk voor stuk vluchtten ze naar het buitenland om aan de hongersnood te ontkomen. En voor alle drie de aartsvaders pakte dat ook nog eens heel goed uit. Ze verwierven grote rijkdommen in den vreemde. Als God dat bij de aartsvaders had gedaan, zou hij dat dan niet ook bij Elimelech doen?

Ik kan me Elimelechs redeneertrant voorstellen. Er was hongersnood. Hij had de mogelijkheden om Bethlehem te verlaten en in Moab een nieuw bestaan op te bouwen. Hij kende de verhalen van de aartsvaders en Gods zorg voor hen, juist ook in het buitenland. En Elimelech doet wat de meesten van ons misschien precies zo zouden doen: hij trekt weg. Maar met dat hij het beloofde land ontvlucht, wurmt hij zich onder de hand van God uit. Elimelech zal zijn eigen zegen wel even regelen, is het niet in Israël, dan wel in Moab. Voor het gemak vergeet Elimelech een paar belangrijke dingen. Ten eerste werken zaken bij God nooit automatisch. Het feit dat God Abraham, Isaak en Jakob op hun vlucht en ondanks hun leugens zegende, betekent niet dat hij dat bij jou ook zal doen. Van Gods handelen in het verleden kunnen wij veel leren, maar wij moeten daar niet klakkeloos ons leven op programmeren of plannen. In het verleden behaalde resultaten bieden in die zin geen garantie voor de toekomst. Elke situatie is uniek en het vraagt een gelovig ziel en een nederig hart om in een specifieke situatie de juiste inschatting te maken. Bovendien speelde de vlucht van Abraham, Isaak en Jakob zich af voordat God zijn woorden op de berg Sinai had gegeven en het volk Israël het beloofde land had binnen geleid. De vlucht van de aartsvaders vond plaats voordat Leviticus 26 bekend was.

Elimelech fixt zijn weg bij de hongersnood vandaan om zichzelf en zijn gezin in veiligheid te brengen. En ergens kennen wij deze neiging. Er ontstaat hongersnood in je huwelijk en je partner geeft jou niet meer waar je meent recht op te hebben. Of er ontstaat hongersnood in je plaatselijke gemeente en je mist de voeding die je nodig hebt. Of je krijgt te maken met hongersnood in je persoonlijke geloofsleven en ervaart God niet meer. Wat doe je op zulke momenten? Inventariseer je je mogelijkheden en middelen, verdiep je je in de verhalen van mensen die in soortgelijke situaties met succes gevlucht zijn en knijp je er tussenuit? Om het minste of geringste voelen we ons geleid om te vertrekken. We verlaten onze partner, onze kinderen, onze vrienden, onze kerk, onze God omdat we door een periode van hongersnood gaan, en ervoor kiezen onze eigen zegen dan maar te fixen. De tekst uit 1 Petrus 5:6-7 herinnert ons eraan dat crisis en lijden dikwijls door God gebruikt worden om ons iets duidelijk te maken en dat we erop mogen vertrouwen dat hij voor ons zorgt, ook te midden van de hongersnood.


Vraag: Deed Elimelech er volgens jou goed aan om naar Moab te vluchten? Zijn er gebieden van hongersnood in jouw leven? Herken je de neiging om de hongersnood in jouw leven te ontvluchten? Bevind jij je momenteel in Moab of in Bethlehem? Herken je Mister Fixit in jezelf? Vertel.


Gebed: Vader in de hemel, geef mij de genade om in tijden van hongersnood trouw te blijven aan u en aan datgene dat u mij toevertrouwd hebt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *