Onderweg met Ruth – De hoogste vorm van liefdadigheid

26 juli 2020
Delen via:

In het vorige hoofdstuk maakten we kennis met Boaz en focusten wij ons vooral op zijn karakter, afkomst en godsvrucht. In dit hoofdstuk richten wij ons op de wijze waarop hij Ruth in dit hoofdstuk behandelt.

In vers 8 wisselt Boaz zijn eerste woorden met Ruth. In enkele zinnen verandert hij haar perspectief op de komende maanden. Hij biedt haar een ‘vaste baan’ op zijn oogstvelden. Ze hoeft niet dag na dag op zoek naar een andere boer waar zij een dagje mee mag werken. Tot aan het eind van de tarweoogst mag zij op de velden van Boaz blijven. Niet alleen geeft hij haar vastigheid, ook biedt hij haar veiligheid: ‘Ik zal mijn mannen zeggen je niet lastig te vallen.’ Letterlijk staat er: ‘Ik heb de jongens geboden je niet aan te raken.’ Blijkbaar kon dat nogal eens gebeuren bij arme vrouwen die in het kielzog van de landarbeiders meetrokken. Noömi bevestigt het risicovolle van het aren plukken, wanneer zij in hoofdstuk 2:22 zegt: ‘Het is goed dat je optrekt met de vrouwen op zijn land, mijn dochter, want dan zal niemand je op een ander veld lastig kunnen vallen.’ Werden weduwen en vreemdelingen soms aangerand? Of verkracht? Werd hun schamele dagopbrengst soms geroofd? Of hun lunchpakket gestolen? Het was de tijd van de rechters en ieder deed wat goed was in eigen ogen. Het was ieder voor zich in het Wilde Westen van het Midden Oosten. Maar niet op de velden van Boaz. Daar was Ruth veilig. Wie Ruth ook maar een haar krenkte zou met Boaz te maken krijgen.

Ook vandaag de dag zijn het de weduwen, wezen en vluchtelingen die te maken krijgen met misbruik, uitbuiting en mishandeling. In januari 2016 berichtten verschillende media dat er volgens Interpol minstens 10.000 geregistreerde vluchtelingenkinderen vermist waren. Het vermoeden bestond dat de meeste van deze kinderen – en mogelijk nog veel meer – in handen waren gevallen van mensenhandelaars en in de slavernij of seksuele uitbuiting terecht waren gekomen. Eerder al waarschuwden hoge functionarissen dat vooral jonge vrouwen en meisjes als vluchteling bijzonder kwetsbaar zijn en dikwijls ten prooi vallen aan gewetenloze mensenhandelaren. Ik durf me geen voorstelling te maken van de wreedheden die deze ‘vreemdelingen’ moeten ondergaan. Het is niet zomaar dat de Bijbel keer op keer oproept om de weduwen, wezen en vreemdelingen te beschermen en wel te doen. ‘U heeft zelf immers ook als vreemdeling in Egypte gewoond’, zegt de Bijbel erbij. Hoe kan het toch dat de mensheid zo duister en harteloos kan zijn dat de meest kwetsbare groepen mensen het meeste risico lopen om gemolesteerd en verkracht te worden? De schaal waarop dat vandaag de dag gebeurd is niet eerder vertoond en ten hemel schreiend. Nooit eerder zijn er zoveel slaven geweest als vandaag de dag. Het grootste deel van deze slaven bestaat uit kinderen en vrouwen die worden uitgebuit in de seksindustrie.

Boaz kwam hier expliciet tegen in het verweer. Hij wachtte niet af tot er misschien een incident zou plaatsvinden. Hij maakte zijn medewerkers vanaf het eerste moment duidelijk dat hij geen enkele onzuiverheid op zijn velden zou tolereren.

Niet alleen gaf Boaz Ruth een vaste aanstelling en een veilige werkomgeving, ook zegende hij haar met voedsel en drinken. Ruth was kort geleden met Noömi in Bethlehem gearriveerd. Ik denk niet dat zij een lunchpakket mee naar het werk had. Er was simpelweg geen eten. De aren die zij die dag zou plukken, zouden hun magen die avond moeten voeden. Als vreemdeling kon zij niet zomaar drinken van het water dat daar voor de arbeiders van Boaz was klaargezet. Boaz opent echter alle voorzieningen die hij zijn arbeiders biedt ook voor Ruth. Ze mag drinken uit de waterkruiken van de arbeiders. Toen het etenstijd was nodige Boaz haar aan tafel met zijn knechten en gaf haar brood en wijn om die in te dopen. Bovendien gaf hij haar met honing geroosterde graankoeken, meer dan zij op kon.

Zegen op zegen stort Boaz over Ruth uit. Ze krijgt een baan, bescherming, voedsel en drinken zoveel als ze wil. Daarenboven instrueert Boaz zijn mannen om Ruth midden tussen hen in te laten werken en zelfs hele halmen expres voor haar te laten vallen. Hij beveelt zijn arbeiders dat zij haar niet beschaamd mogen maken. Hun hulp moet dus onopvallend gebeuren, als ware het een dag vol ongelukjes.

Die dag vol ongelukjes resulteert er echter in dat Ruth met een efa gerst naar huis kan. Een efa bestond uit 22 tot 30 liter gerst, voldoende voedsel voor een huishouden voor meer dan een week! Maar voordat ze met de gerst aan de slag gaan kan Ruth haar schoonmoeder eerst nog het restant van haar gerstekoek als avondeten geven.

Boaz doet veel meer dan van hem gevraagd werd. Boaz maakt het te bont, zou je kunnen zeggen. De opstelling van Boaz doet me denken aan Efeze 3:20: ‘Hem nu, die blijkens de kracht welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen…’ Dat is wat Boaz deed voor Ruth: hij gaf haar oneindig veel meer dan zij die ochtend had kunnen vermoeden ooit te zullen ontvangen.

In vers 10 vraagt Ruth waar zij zoveel vriendelijkheid aan te danken heeft. Het woord dat daar gebruikt wordt komt meerdere keren voor in het boek Ruth en beschrijft een van de kernkaraktereigenschappen van God: zijn chesed. ‘Chesed’ is een woord, rijk aan betekenis. Zo kun je het bijvoorbeeld vertalen met vriendelijkheid, goedgunstigheid, barmhartigheid, goedheid, trouw, liefde. Psalm 136 bezingt de chesed van God als het fundament van zijn handelen en karakter. Boaz is niet alleen prins Valiant, hij is een man van chesed en weerspiegelt daarmee het karakter van God.

De grote Joodse filosoof Maimonides geeft een opsomming van de acht treden van tzedakah. ‘Tzedaka’ is een begrip dat liefdadigheid en rechtvaardigheid met elkaar verbindt. In onze studie zouden wij kunnen zeggen dat Boaz een man van tzedakah was.

De laagste trede van tzedakah is dat je iemand wel iets geeft, maar dat onvriendelijk doet. Een niveau daarboven is iemand minder geven dan gepast, maar tenminste wel met een vriendelijk gezicht. Een stap verder is pas geven aan iemand nadat hij er om gevraagd heeft. Een trede daarboven is aan iemand geven voordat hij daarom heeft gevraagd. Na deze vier laagste treden komen de vier hoogste niveaus van tzedakah. Het eerstvolgende niveau betreft de situatie waarbij de arme weet van wie hij ontvangt, maar de gever niet weet aan wie hij geeft. Grote Joodse leraars bonden bijvoorbeeld munten in de uiteinden van hun sjaal, zodat de armen die daar achter hun rug uit konden pakken zonder beschaamd te hoeven raken. Een niveau daarboven is de situatie waarbij de gever wel weet aan wie hij geeft, maar de ontvanger niet weet van wie hij ontvangt. De grote leraars maakten er bijvoorbeeld een gewoonte van om ’s nachts langs de deuren van de armen te gaan en daar geld achter te laten. Het is de antieke versie van de anonieme enveloppe op de deurmat. Daarna komt de situatie waarbij zowel de gever als de ontvanger niet weten aan wie zij geven of van wie zij ontvangen. In de tempel was een hal waar mensen in het geheim giften konden achterlaten en arme mensen in het geheim giften konden ophalen. Maar het hoogste niveau van tzedakah is de situatie waarbij de gever de ontvanger zelfstandig maakt, door het geven van een gift, het verstrekken van een lening of het bieden van een baan. Een belangrijke Bijbeltekst hierbij was Leviticus 25:35: ‘Stel een broeder van jou raakt aan lager wal,- zijn hand wankelt en zoekt steun bij jou: vasthouden zul je hem -ook als hij zwerver en bijwoner is- en léven zal hij bij jou!’

De chesed die Boaz laat zien is van het hoogste niveau tzedakah. Hij stelt Ruth in staat om een nieuwe start te maken. Opvallend is dat bij de indeling van Maimonides anonimiteit een grote rol speelt. Het is van het grootste belang de ontvanger in zijn of haar waarde te laten en nieuwe waardigheid te verschaffen. De heimelijke opdracht van Boaz aan zijn arbeiders in vers 15 en 16 is hier een schitterend voorbeeld van: ‘Laat haar tussen de schoven aren lezen, zeg daar niets van.’

Ik geloof dat wij als Boaz geroepen zijn om mensen zo te helpen dat zij zelfstandig verder kunnen leven, zowel in pastorale als praktische hulpverlening. Ook zijn wij als Boaz geroepen om veilige zones te creëren; plaatsen waar de meest kwetsbaren in onze samenleving op adem kunnen komen, waar ze veilig zijn en hun waarde als mens gerespecteerd wordt.


Vraag: Op welk niveau van tzedakah bevindt jouw geefgedrag zich meestal? Zijn er situaties waar jij chesed op het hoogste niveau van tzedakah zou kunnen bewijzen? Heb je wel eens chesed van iemand ontvangen, zoals Ruth van Boaz?


Gebed: Here, u heeft de blijmoedige gever lief. U heeft de hemel leeggegeven voor ons mensen. Laat mij meer op u gaan lijken, door vrijgevig te zijn en mensen te leiden naar zelfstandigheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *