Onderweg met Ruth – Prins Valliant

19 juli 2020
Delen via:

Als kind kreeg ik van mijn ouders een ingebonden boek met een verzameling verhalen van de op de Arthurlegende gebaseerde stripfiguur Prins Valiant. Eindeloos las en herlas ik de avonturen van de onverschrokken held. Op de een of andere manier hielden sommige verhalen halverwege op en moest ik zelf het einde raden. Toch bleven de strips van Prins Valiant lange tijd mijn favoriet.

Hoofdstuk 2 opent met de introductie van de man die het leven van Ruth en Noömi zou veranderen. Ruth 2:1-17 zullen we in dit en het volgende hoofdstuk vooral bestuderen met het oog op de persoon van Boaz. Dezelfde verzen passeren in de hoofdstukken daarna opnieuw de revue, maar dan zullen we die beschrijven vanuit onze focus op Ruth en Noömi.

Boaz wordt geïntroduceerd als een ‘belangrijk’ man. Het woord dat daar gebruikt wordt is in het Hebreeuws chayil. Dit woord kan zowel karakterologisch als fysiek als met het oog op rijkdom worden vertaald. Het betekent ‘kracht of vermogen, met betrekking op manschappen, middelen of andere bronnen’. Het kan vertaald worden met ‘leger, deugdzaamheid, kracht, rijkdom, macht, vermogen’. In het Engels kan het vertaald worden met het woord ‘valor’, dat in het Nederlands zoveel betekent als ‘galant, heroïsch, dapper, moedig’. Boaz is prins Valiant! De NBG zegt: ‘een zeer vermogend man’, de Statenvertaling heeft ‘een man, geweldig van vermogen’ en Het Boek ‘schatrijk’.

Eindelijk, na alle verlies, ellende, honger en dood is daar Boaz, de held op zijn witte paard die het verhaal komt binnen rijden. Hij is alles dat een vrouw zich maar kan wensen. Hij is welgesteld, machtig, invloedrijk en ook nog eens een man van onbesproken karakter, deugdzaam en liefdevol.

Boaz heeft zijn naam ook mee. Die betekent namelijk: snelle of sterke. Boaz is de verpersoonlijking van zijn naam. Uit de tekst blijkt dat hij een wat oudere man is. In hoofdstuk 3 zegt hij tegen Ruth: ‘Je hebt niet omgekeken naar jonge mannen, arm of rijk.’ Ook krijg ik de indruk dat hij single was. Nergens wordt gesproken over een vrouw of kinderen. Hij wordt gepresenteerd als schatrijke, vaderlijke, heldhaftige vrijgezel.

Zijn afkomst vertelt ons veel over zijn persoon en geschiedenis. Volgens Matteüs 1:5 is Boaz de zoon van Salmon en Rachab. Rachab is de vrouw die de verspieders in Jericho onderdak bood en het scharlaken koord uit haar raam hing om de vernietiging voor haar en haar familie te voorkomen. Rachab wordt in Jozua 2 omschreven als ‘hoer’. Blijkbaar werd deze prostituee opgenomen in het volk Israël en trouwde zij met Salmon. Boaz was een nakomeling van een van de stammen van Kanaän, waarvan God had bevolen dat zij allemaal uitgeroeid moesten worden. Ware het niet voor het geloof en de moed van zijn moeder, dan had Boaz er nooit mogen zijn. Met heidense wortels en een moeder die bekend stond als prostituee heeft Boaz het in Israël denk ik niet makkelijk gehad. Hij was zelf een vreemdeling onder het volk van God, zoals Ruth als vreemdeling haar toevlucht kwam zoeken in Israël.

Hoewel zijn afkomst allerminst voordelig was, was Boaz er in geslaagd om een succesvol ondernemer te worden. Hij was een welgestelde landbouwer, met slaven die voor hem werkten, zowel mannen als vrouwen, een eerste bediende die al zijn personeel aanstuurde en zowel gerste- als tarwevelden.

Na haar aankomst in Bethlehem heeft Ruth het plan opgevat om aren te gaan lezen op het veld van een boer die haar dat zal toestaan. In Deuteronomium 24:19 zegt God: ‘Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. De Heer, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt.’ In Leviticus zegt God tot tweemaal toe dat de randen van het veld niet geoogst mogen worden en dat de halmen die vergeten worden niet opgehaald mogen worden. Die kleine beetjes oogst zullen ten goede komen van de allerarmsten. Met een dag hard werk zouden zij op die manier misschien net voldoende voedsel voor een dag kunnen verzamelen. Deze bepalingen van God fungeerden als een soort voedselbank voor de armen, kwetsbaren en vluchtelingen.

Uit Ruth 2:2 blijkt echter dat niet iedere boer deze bepaling van God ook daadwerkelijk naleefde. Ruth zegt tegen Noömi:

Ik zou graag naar het land willen gaan om aren te lezen bij iemand die me dat toestaat.

Het was immers de tijd van de rechters en ieder deed wat goed was in eigen ogen. Blijkbaar waren er ook boeren die alle randjes meenamen en de armen van hun veld afjoegen, wanneer die daar kwamen om aren te rapen. Het was immers een van de eerste oogsten na jaren van hongersnood?!

Maar Boaz is anders dan de andere boeren. Hij eerbiedigt de wet van God, hoewel zijn wortels voor de helft in het heidendom liggen. Is hij zo ruimhartig voor de weduwen, wezen en vreemdelingen, omdat hij uit eigen ervaring weet wat het is om een vreemdeling te zijn? Zijn ruimhartigheid raakt mij. Hij is niet alleen welgesteld, maar ook vrijgevig. Dikwijls zie ik een tegengesteld patroon bij mensen: hoe rijker ze worden, hoe minder ze bereid zijn e geven. Zo niet Boaz. Hij is een godvrezend en godvruchtig man. Dat blijkt ook wel uit de wijze waarop hij zijn medewerkers begroet. Wanneer hij zijn landerijen buiten Bethlehem bereikt is het eerste dat hij tegen zijn medewerkers zegt: ‘De Heer zij met jullie!’ Dat is me nogal wat. Menig ondernemer kan een voorbeeld nemen aan de bedrijfscultuur die Boaz op zijn landgoed heeft weten te creëren. Zijn werknemers groeten hem namelijk terug: ‘De Heer zegene u.’

Boaz is echter geen pilaarheilige. Hij is evengoed een man van vlees en bloed. Na zijn begroeting van zijn medewerkers is het eerste dat hij vraagt:

Bij wie hoort die jonge vrouw daar?

Blijkbaar was Ruth hem meteen opgevallen. Zijn ogen had hij niet in zijn zak zitten. En plotseling bevinden we ons in de Oudtestamentische versie van Boer zoekt Vrouw. Vanaf dit moment bevindt de geschiedenis van Ruth zich voortdurend op twee niveaus: aan de ene kant het romantische verhaal van de onmogelijke liefde tussen een schatrijke, oudere ondernemer en een mooie, jonge vluchtelingenweduwe en aan de andere kant de diepe theologische boodschap van de wijze waarop God een individu, een geslachtslijn, een volk en uiteindelijk de hele wereld verlost. En misschien liggen die beide niet eens zo ver van elkaar en is de wijze waarop God de wereld verlost vooral een van romantiek doortrokken liefdesverhaal.

In het volgende hoofdstuk zullen we zien op welke wijze Boaz Ruth zijn liefde bewijst, een liefde zo overweldigend dat Ruth het uitroept: ‘Waarom? Waaraan heb ik zoveel liefde te danken?’ (:10). Is dat niet de ultieme vraag die wij aan God zouden moeten stellen? ‘God, waarom? Waaraan heb ik zoveel liefde te danken? Waaraan heb ik het offer van uw Zoon aan het kruis te danken?’ Waarom? Het antwoord op die vraag kunnen wij niet vinden in iets dat wij van nature hebben, of hebben gepresteerd. De essentie van het antwoord ligt in de romantische liefde van God voor ons liefde. Hij wil ons. Hij achtervolgt ons. Hij bindt ons met zijn koorden van liefde. Zijn lange armen van genade weten ons te vinden, zelfs wanneer het duister ons omringt. Het theologische verhaal van de verlossing van de mensheid is vooral een verhaal van de passionele, zelfopofferende liefde van God, degene die ons veldje kwam oplopen en als door de bliksem getroffen bleef staan en zei: ‘Wie is dat?’ Tja, dat was ik dus. Ik kan er zelf niet bij, maar in het wonder van de waarheid van de liefde van Jezus Christus voor mij wil ik leven. Hij. Houdt. Van. Mij. Ik. Ben. Van. Hem.


Vraag: Welke eigenschappen van Boaz spreken jou aan? Als je een man bent: in hoeverre lijk jij wel of niet op Boaz? In hoeverre zou je dat willen? Als je een vrouw bent: in hoeverre heeft Boaz de eigenschappen die jij zoekt in een man?


Gebed: Vader in de hemel, geef mij de genade om goed om te gaan met de mensen en middelen die u mij toevertrouwt, zodat ik mensen tot zegen kan zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *