Bijbelstudie: Onderweg met Ruth – Schuilen bij God

16 augustus 2020
Delen via:

In dit hoofdstuk sluiten wij onze gedachten over Ruth 2 af met een aantal observaties. Al een paar hoofdstukken verblijven we op de warme oogstvelden rond Bethlehem. Het land zindert van de nieuwe verwachting. De hongersnood is voorbij. Er gloort een nieuwe dageraad. En niet alleen is er weer voedsel, ook tussen Ruth en Boaz bloeit er voorzichtig iets op. De twee weten elkaars hart te beroeren, door wat zij zeggen, hoe zij zich opstellen en het karakter dat zij uitademen. Het gesprek waar wij in vallen lijkt op geen enkele wijze gelijkwaardig. Ruth ligt languit op de grond en noemt zichzelf minder dan een slavin. Boaz is de welgestelde, gearriveerde boer aan wie de inwoners van Bethlehem respect betonen. Toch spreken beiden met elkaar van hart tot hart.

Lezen: Ruth 2:11-13; 18-23

Boaz zegt tegen Ruth:

Moge de Heer je rijkelijk belonen – de Heer, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht.

Met deze woorden opent Boaz een prachtig beeld van het schuilen van de gelovige bij God. In het vorige hoofdstuk zagen we hoe Khaled en zijn gezin hun toevlucht zochten in Nederland. Hier was het veilig en konden zij asiel aanvragen. Ditzelfde beeld wordt hier gebruikt voor wat Ruth heeft gedaan. Zij heeft asiel gezocht bij God. Dat was de kern van haar reis naar Israël. Het ging haar niet om het voedsel van Bethlehem, niet om haar vooruitzichten op de arbeidsmarkt, nee, zij wilde wonen bij God, zij wilde schuilen onder zijn vleugels.

In de Psalmen komt deze uitdrukking vaak voor. In Psalm 17:8 zegt David:

Behoed mij als de appel van uw oog, verberg mij in de schaduw van uw vleugels.

Psalm 36:8-9 zegt:

Hoe kostbaar is uw liefde, God! In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen, zij laven zich aan de overvloed van uw huis, u lest hun dorst met een stroom van vreugden.

En in Psalm 57:2-3 zegt David:

Wees mij genadig God, wees mij genadig, want bij u is mijn leven geborgen. In de schaduw van uw vleugels zal ik schuilen, tot het doodsgevaar is geweken.

De grote vraag bij deze verzen is: waar schuil jij wanneer je bang bent, of uitgeput, of je alleen voelt? Bij mezelf merk ik dat ik soms de neiging heb om te vluchten in werk, of in een serie van Netflix, of in sport. Misschien herken je dit. Wanneer het leven spannend wordt, zoeken wij een toevlucht. Sommige mensen zoeken hun heil in de armen van een minnaar, in drank, in overmatig eten, in het kijken van porno of in exotische vakanties. Ruth wist echter wat het betekende om te schuilen onder de vleugels van God.

Om te kunnen schuilen onder de vleugels van God is het belangrijk dat we hartswegen naar God ontwikkelen. Als ik alleen door de polder of het bos ga hardlopen, weet ik dat ik vroeg of laat bij God uit kom. Bidden en stil zijn bij God is een tweede natuur geworden op de momenten dat ik in mijn eentje buiten ben. Het lezen van de Bijbel met op de achtergrond mooie aanbiddingsmuziek helpt mij eveneens om de weg naar intimiteit met God te vinden. Een of twee keer per jaar heb ik meer nodig dan alleen een uur met God. Als ik dan met een groep mannen de wildernis intrek, om daar God te zoeken, kom ik herboren terug.

Boaz’ woorden raken Ruth. ‘U heeft mij moed ingesproken’, zegt ze. Letterlijk staat er: ‘U heeft gesproken tot mijn hart.’ De zegen van God stroomt wanneer wij er in slagen om op hartsniveau te communiceren.

Die avond keert Ruth terug met een omslagdoek boordevol gerst. Nadat Noömi de rijke oogst zag waar Ruth mee thuis was gekomen, barstte ze in een jubel uit: ‘Gezegend zij hij, die zijn oog op u heeft geslagen!’ Noömi realiseerde zich dat er die dag iets bijzonders was gebeurd. Ruth had iemand ontmoet, die haar daadwerkelijk had gezien, iemand die haar begreep en zich haar lot had aangetrokken. Zo vaak leven we langs elkaar heen, als schimmen die elkaar in de avondschemering passeren. We zien elkaar, zeggen ‘Hallo’, of ‘Hoe gaat het?’, maar komen niet met elkaar in verbinding. Maar Boaz had Ruth opgemerkt. Hij had zijn oog op haar laten vallen.

In Genesis 16 lezen we het verhaal van Hagar die vlucht voor Sarai, haar jaloerse meesteres. Uitgeput belandt ze bij een waterbron in de woestijn, waar God tot haar spreekt. Hagar omschrijft God vervolgens op schitterende wijze: ‘U bent de God van het zien, want ik heb hier gezien, de God die naar mij ziet.’ Hagar voelde zich gezien door God en dat gaf haar de kracht om terug te keren naar Abraham en zich te vernederen onder de hand van Sarai.

Kort geleden besloten Ruth en ik om een groot bedrag weg te geven. Het was middenin de winter en onze ketel was eigenlijk al een paar jaar aan vervanging toe. Maar zolang hij werkte wilde ik nog geen nieuwe kopen. Nu we al dit geld hadden weggegeven zou de aanschaf van een nieuwe ketel ook wel ongelukkig uitkomen. De dag nadat we het geld hadden weggegeven ontving ik een appje van een bevriende installateur. Of we een nieuwe ketel wilden? ‘Zie het maar als een knipoog van Degene die alles begrijpt’, schreef hij erbij.

Het was een prachtig moment van bemoediging. God is de God die ziet en de situatie waar je in zit volledig begrijpt. De NBV vertaalt vers 19: ‘Gezegend de man die zo goed voor jou is geweest.’ Blijkbaar zit er voor de Bijbel weinig ruimte tussen het zien en het handelen. Boaz had de nood en de hartsgesteldheid van Ruth gezien en daarop gehandeld. Dat is goddelijk kijken. Het is een zien dat onze besluiten stuurt.

Het is op dit moment dat de grote kentering in het boek Ruth plaats vindt. Vers 20 is het centrale vers van het boek:

Moge de Here hem zegenen, want hij heeft trouw bewezen aan de levenden en de doden.

Het woord ‘trouw’ is het woord chesed, dat we al eerder tegenkwamen. ‘Chesed’ duidt niet alleen op vriendelijkheid en liefde, maar ook op trouw en toewijding. Het gaat niet over een eenmalige actie, maar over een zien dat ons handelen beïnvloedt en ons in werkelijke verbinding met mensen brengt.

Het is niet helemaal duidelijk op wie het woordje ‘hij’ slaat: op Boaz of op God. En misschien is dat ook wel wat de Bijbel wil communiceren: de chesed van God blijkt uit de chesed die Boaz aan Ruth heeft betoond. God wil zijn liefde en trouw bewijzen en doet dat dikwijls door de liefde en trouw van zijn kinderen heen.

Noömi ontdekt waar Ruth deze lange dag heeft gewerkt: op het land van Boaz, een van de mensen die het land van Elimelech kan ‘lossen’. God heeft Ruth op het veld van hun losser gebracht. Binnen 24 uur ziet alles er anders uit. ’s Ochtends was Noömi nog depressief en timide, nu zijn haar woorden vol enthousiasme en hoop. De liefde en trouw die andere mensen ons bewijzen is een weldaad voor onze ziel en kan ons uit onze apathie en verlamming leiden. Op dezelfde wijze kunnen wij dit ook voor andere mensen doen.

Wat een hoofdstuk is Ruth 2. Het is niet alleen een hoofdstuk in een Bijbelboek, maar een hoofdstuk in een levensverhaal. De schrijver houdt de spanning er echter nog wel even in. We voelden de liefde tussen Ruth en Boaz opbloeien, maar er komt nog geen bruiloft. In het laatste vers van hoofdstuk 2 lezen we dat Ruth de daarop volgende maanden bij Boaz blijft werken, tot het einde van de gerste- en de tarweoogst. Maar ‘al die tijd woonde ze bij haar schoonmoeder.’ Boaz zet geen verdere stappen richting Ruth of Noömi. Wacht hij af tot Ruth initiatief neemt? Durft hij als rijke, oudere man geen verdere toenadering te zoeken bij deze arme, jonge vrouw? De lezer blijft in het ongewisse. Er is een wonder nodig om de romantiek tot vervulling te brengen.


Vraag: Waar schuil jij als je het moeilijk hebt? Welke hartswegen helpen jou om bij God te schuilen? Heb jij het idee dat God jou ziet en begrijpt?

Gebed: Vader in de hemel, laat mij zodanig zien dat ik zal begrijpen. En laat mij handelen naar datgene dat mijn oog heeft gezien.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *