Dat vreemde woordje hoop

10 januari 2021
Delen via:

Vorige week moest ik voor de zoveelste keer voor controle naar de oogarts. Samen met mijn broer reden we ernaartoe. Dat op zich is altijd leuk én noodzakelijk, want de arts gooit er een bepaald soort druppels in waardoor mijn wereld voor een aantal uren heel wazig is en autorijden niet verantwoord.

Ik had een nieuwe arts en assistent dus ik wilde nog eens vragen of er kans is op herstel en zo ja hoeveel. Mijn vorige arts had me namelijk verteld dat er een kans van 1 op een miljoen was op herstel. Maar Hoop doet leven en zeker bij mij. Ik ben iemand die zich niet zomaar ergens bij neer wil leggen als ik ook maar ergens een heel klein sprankje hoop zie.

Ik werd binnengeroepen bij de assistent en ik vroeg hem of die sliertjes en dwarrels die constant in mijn gezichtsveld zijn, niet weggezogen konden worden. Hij antwoordde dat dat een riskante operatie was, maar dat ik het het beste aan de arts zelf kon vragen.


Ineke Marsman-Polhuijs neemt je mee op ontdekkingstocht in het leven van Daniël. Elk hoofdstuk bevat vragen en overdenkingen ter versterking van jouw relatie met God, jezelf en de ander. 


Na een poosje werd ik door de arts binnengeroepen en hij onderzocht mijn oog. Op mijn vraag of de slierten en stipjes weggehaald konden worden, keek hij nog eens beter en schrok inderdaad van ‘het gordijn’ zoals hij het noemde wat voor mijn oog slingert en bij elke beweging van pupil meebeweegt. Hij ging me uitleggen dat opereren wél zou kunnen maar dat dit dan een soort van Russische roulette zou worden, waarbij de kans van slagen net zo klein was als groot. En dat ik dan mijn zicht helemaal kwijt zou raken. Ik zei toen direct: nee laat maar, ik ben blij wat ik nog kan zien en dit risico wil ik niet lopen.

En zo ging ik naar huis. Een illusie armer. Geen hoop. Want ja: ik had toch altijd ergens nog zoiets van: ze kunnen dat nu wel zeggen, maar de techniek wordt toch steeds beter, wie weet. En die hoop, dat verlangen geeft mij ook kracht om de moed erin te houden en de tegenslagen op te vangen als er wéér eens een fikse ontsteking was.

En nu? Een paar dagen later? “Er is altijd hoop”, heeft voor mij een andere dimensie gekregen. Ik heb die dag en de nacht die erop volgde behoorlijk in een zwart gat gezeten en flink wat tranen gelaten. Mijn verwachtingen, die dus niet terecht waren, waren weggeveegd. Geen zicht op gehele genezing. Ik moest mijn hoop en kracht ergens anders op richten en vandaan halen. Voor mij is dat Jezus, Die zegt: Ik ben er en IK ga met je mee hoe lastig het soms ook is en hoe teleurgesteld je nu ook bent. De oogdruppels zijn uitgewerkt. De tranen weg, en ik heb weer hoop: Hoop op Jezus.

Hoe gaan jullie om met verlies van hoop? En wat of wie geeft jou hoop?

Reacties (1)

  • Anja de Jong schreef:

    Kleine aanvulling: Het betreft de ziekte sarcoïdose die er voor zorgt dat er allerlei ontstekingen in mijn ogen zitten die het zicht belemmeren. Eén lui oog met beperkt zicht, dus ik ben dankbaar met het zicht zoals het nu is 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *