Kerstavond – Deel II

9 december 2018
Delen via:

Texel. De naam roept het eilandgevoel op dat ze na Peters dood geadopteerd en gekoesterd heeft: vakanties dienen te worden doorgebracht op een plek waar je de zee kunt horen stormen, waar drieteenstrandlopertjes langs het water achter de afrollende golfjes aanrennen, waar de grens tussen water en lucht soms wazig is, niet meer te onderscheiden valt, soms helder en messcherp is, zoals de grens tussen haar leven en het zijne scherp is geworden.

Hoeveel waddenweekenden hebben ze al fietswandelend langs polders, kwelders, plassen en duinen doorgebracht. Visarenden, pijlstaarten, zilverplezieren, hij heeft ze waargenomen, benoemd en voor haar aangewezen, haar lieve kijkgrage strandloper die zo plotseling uit haar groene land is weggewiekt.

Ze strekt zich uit op het bed, haar schoenen op de dikke plastic voetenstrook. Het kussen voegt zich naar haar grijze hoofd als een ergonomische wattenbol rond een oud sieraad. Ze beweegt haar hoofd om het meebewegen van het kussen te testen. Hoe kom je er in minder dan een halve minuut achter hoe zo’n ding zich houdt gedurende jouw nachten?
De verkoper reikt een ander kussen aan, en nog een. Ze probeert ze allemaal, draait zich om en om, maar vindt niet het gevoel dat ze zoekt.

Send me the pillow.

Er wordt een hoefijzervormig kussen onder haar hoofd geschoven, ze voelt de handen van de jonge man een moment aan haar
slapen, voordat hij terugwijkt en haar vragend aankijkt. Ze ligt stil op haar zij wanneer ze zegt: ‘Doe deze maar.’ Moeizaam staat ze op, kantelt haar bekken, trekt als het ware een denkbeeldige staart onder zich om te voorkomen dat ze door haar rug gaat. Het is een vanzelfsprekendheid
geworden bij het opstaan waaraan ze geen aandacht schenkt, al merkt ze dat ze nu niet zo stijf is als ’s morgens. Bij de kassa kijkt ze hem op de vaardige handen. Ze steekt haar pasje in het apparaat, toetst de bekende nummers in, haar vrije hand als een verweerd dakje erboven.
‘Kunt u hem vanmiddag nog bezorgen?’ ‘Dat wordt volgende week mevrouw, de bezorgdienst is al naar huis.’
‘Kunt u hem zelf niet even brengen, dan? Meteen na sluitingstijd?
Ik woon hier vlak naast het woonplein. Alstublieft.’ Haar stem heeft iets smekends gekregen, hoort ze. Ze trekt de rits van haar portemonnee beurtelings open en dicht. De man tegenover haar aarzelt. ‘Het is kerstavond, mevrouw.’

Kerstavond

Haar gezicht vertrekt even van pijn, dan herhaalt ze zacht: ‘Kerstavond, ja.’ Haar hand strijkt over de verpakking, ze kijkt half naar buiten waar de schemering langs de gevels komt aankruipen en brengt haar hand langzaam naar haar mond, neemt haar onderlip tussen duim en wijsvinger en prevelt: ‘Kerstavond,’ terwijl haar ogen verder weg zwenken,
wegdraaiend als de autolichten buiten van de parkeerplaats.

‘Gaat u naar de kerstnachtdienst?’ vraagt hij zacht, als bij ingeving.
‘Nee, nee.’ ‘Weet u wat, ik kom dan straks wel even dat kussen brengen.
Vergeet uw stok niet.’ Hij noteert haar adres en beent voor haar uit om de winkeldeur voor haar te openen. Andere jaren is ze altijd bij Mirja en haar gezin. Dit jaar heeft ze al in november gezegd: Deze kerst wil ik thuisblijven. Verbazing alom. ‘Waarom, mama. U gaat toch niet alleen
zitten met de kerst? Ach kom, mama, Xavier en Peet
verheugen zich er zo op. Weet u wel dat voor Peet kerst betekent:
oma en een legpuzzel? En dromen van vuurwerk,’ voegde haar dochter er lachend aan toe. ‘Hans haalt u op van huis, u hoeft niet met de trein.’
Ze blijft meestal tot na de jaarwisseling.

‘Jezus heeft naar onze lichtjes mogen kijken, nu mogen wij naar zijn lichtjes kijken.

Nieuwjaarsnacht

Haar gedachten wentelen terug naar die nieuwjaarsnacht waarin ze met haar kleinkinderen buiten stond. ‘De knallen die ik nu hoor, raap ik morgen op,’ verkondigde Xavier. Even later was het vuurwerk gedoofd. ‘Wat een mooie sterren,’ zei Peet, ‘heeft dat ook met vuurwerk te maken?’ ‘Nee,’ meende Xavier, ‘Jezus heeft naar onze lichtjes mogen kijken, nu mogen wij naar zijn lichtjes kijken.’ Ze heeft ze beiden al heel jong een eenvoudige junior vogelkijker gegeven en een zakvogelgids, omdat hun opa dat
gedaan zou hebben. Smaakte bij een volgend bezoek het genoegen
dat er eentje riep: ‘Kijk oma, kramsvogels’ – wel acht dikke veerproppen gewoon in boompje in achtertuin. Ze had ze niet eerder gezien en lachte naar hem.

Waarom wil ze dit jaar niet?
Dat is nog niet zo makkelijk te achterhalen. Dat het veertig jaar geleden is, kan geen reden zijn. Van het meubelplein loopt ze naar de straat, langzaam en goed kijkend waar ze haar voeten neerzet. Ze wacht een stroom auto-ogen af en steekt over…….

Ria Borkent 

PUUR! boekentip:

Verhalen vertellen is juist in de kersttijd een waardevolle traditie. Het voorlezen van een goed kerstverhaal geeft een bijzonder moment, thuis of in een kerstviering.
Deze bundel bevat de allermooiste kerstverhalen. De geuren, kleuren en klanken van kerst komen op een verrassende en soms onverwachte manier in deze verhalen naar voren.


Bij Kerst hoort een kerstpakket. Zo’n luxe doos met allerlei verrassingen: zoutjes, wijn, ragout, chocolade en andere fijne dingen (die je misschien zelf nooit koopt). Zo ook deze bundel. In dit kerstpakket vind je zoete en zoute, kruidige en sappige verhalen van bekende auteurs, maar ook van debutanten. Allemaal leveren ze hun verfrissende, tedere, ontroerende of spannende bijdrage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *