‘Nico, zijn we nog vrienden?’

6 februari 2020
Delen via:

Een vraag als deze is niet heel normaal. De vrienden die je hebt gaan er normaal gesproken vanuit dat je nog steeds vrienden met ze bent, tenzij ze je iets verschrikkelijks hebben aangedaan. Dan zou deze vraag, na een welgemeend excuus, op zijn plaats zijn. Maar mij werd deze vraag gesteld zonder dat diegene mij iets heeft aangedaan. Zo maar, vanuit het niets. Niet onverwacht hoor, ik krijg ‘m namelijk wel vaker.

Voetbalclub

Allereerst stel ik jullie voor aan de vraagsteller: Bas, een pupil uit mijn g-team. Ik ben trainer van het gehandicaptenteam bij onze voetbalclub. Ik ken hem al heel lang omdat ik hem als klein jongetje heb leren kennen toen ik nog werkzaam was in de gehandicaptensector als begeleider. Later veranderde ik van werk, tot grote teleurstelling van hem, maar kwam ik hem alsnog elke dag tegen omdat m’n nieuwe werk vlakbij zijn dagbestedingslocatie was.

Om één of andere reden vindt hij me lief. Niet omdat ik altijd lief voor hem ben. Vaak ben ik juist heel streng. Dit heeft hij nodig en misschien is dat ook wel één van de redenen dat hij me mag. Hij voelt dat hij op me kan bouwen. Vaak ben ik ook gewoon lief voor hem hoor. Dan praten we even over het voetbal of maken we samen grapjes.

Bas heeft autisme, is verstandelijk beperkt en heeft een laag zelfbeeld. Hij wil het zo graag goed doen en elke keer als hij denkt dat hij iemand teleurstelt, moet hij van zichzelf ervoor zorgen dat het weer goed komt want hij is zo verschrikkelijk bang dat de wereld hem niet lief vindt. 

Zijn we nog wel vrienden?

Soms luistert hij even niet en wijs ik hem terecht. Vaak zegt hij dan meteen sorry. Soms wordt hij boos op me en duurt het even voordat hij weer bij me komt. Maar hij komt altijd. Hij zegt dan sorry en stelt me de vraag die boven dit stukje tekst staat. ‘Nico, zijn we nog wel vrienden? Ja hoor, Bas. Dat verandert niet. Wat je zojuist deed was niet goed maar je blijft een lieve jongen en we zijn nog steeds vrienden.’

Omdat ik Bas al zo lang ken hebben we ontzettend veel mee gemaakt. Ik weet nog dat zijn moeder kanker kreeg en hoe hij moest worden meegenomen in dit proces. Om je een beeld te geven: Wanneer Bas ’s ochtends opstond en ziek was, dan wilde hij hier niet aan toegeven. Als ik dan zijn temperatuur opnam en hem vertelde dat hij 40 graden koorts had en thuis moest blijven was hij woedend op me. Het past niet in zijn structuur en daarom moest hij naar school. Hij huilde van de pijn maar hij moest en zou naar school. Het omgaan met de ziekte van zijn moeder was voor hem dan ook niet te doen. Voor zijn moeder ook niet. Ze overleed.

Nu voetballen?

Van binnen brak mijn hart. De begrafenis was op een vrijdag en ’s avonds hadden we training. Zoals je misschien kunt begrijpen wilde Bas per se naar de training. Wij hadden waarschijnlijk overgeslagen maar Bas wil in zijn structuur blijven. Ik wilde hem zo graag knuffelen maar ik wist ook dat hij dat niet wilde. Toen hij me zag schreeuwde hij uit de verte dat zijn mem was overleden. Ik zei dat ik het wist, aaide hem eventjes kort over zijn arm. ‘Nu voetballen Nico? Ja hoor Bas, nu voetballen.’

Tijdens die training was Bas logischerwijs overprikkeld en af en toe moest ik hem corrigeren. Dan werd hij verschrikkelijk boos en schreeuwde: ‘snap je dan niet dat mijn mem is overleden?’ Jazeker Bas, dat weet ik. En dat vind ik heel erg voor jou maar daarom moet je wel naar ons blijven luisteren. En als het eventjes niet lukt dan ga je maar aan de kant zitten en kom je maar weer wanneer het weer gaat. ‘Sorry Nico. Geeft niet Bas.’

We blijven vrienden

Sinds de zomer werk ik niet meer vlakbij de dagbesteding van Bas waardoor ik hem niet meer elke dag zie. Kort nadat ik geswitcht was van baan hadden we de afsluitende training voor de zomerstop. We speelden beachvoetbal en hadden daar een barbecue bij. Bas kwam naast me staan en vroeg: ‘Nico, ik zie je nooit meer. Zijn we nog wel vrienden? Natuurlijk Bas, ook al zien we elkaar nu niet meer elke dag, we blijven vrienden.’ Hij sloeg kort zijn arm om me heen en ik de mijne om hem. Zo stonden we daar voor twee hele seconden.

Afgelopen zondag dacht ik met tranen in mijn ogen aan mijn relatie met de Heere. Wat lijk ik op Bas. Misschien heb je wel gedacht terwijl je dit verhaal las: wat zielig dat Bas zo door het leven moet. Maar weet je? Ik ben precies zo. Ik ken de Heere nu dik een jaar. En toen ik Hem leerde kennen, kende ik geen twijfel. Maar na een tijdje zakte het eerste gevoel weg en voelde ik me soms weer alleen of viel ik weer terug in zonden. Dan riep ik weer tot God en vroeg: Heere, bent U er nog steeds voor mij? Ook nu ik U dit aan doe? Elke keer heb ik die bevestiging nodig.

Bas en ik verschillen niet zo veel van elkaar.

*Bas is een fictieve naam


PUUR!vandaag boekentip

vriendenHet dagboek Woorden van Augustinus van Henk Florijn biedt dagelijkse Bijbelse overdenkingen over teksten van Augustinus. De grote theoloog en kerkvader Augustinus (354-430) weet na zestien eeuwen nog steeds zijn lezers te raken met zijn doorleefde, diepzinnige en gevoelige geschriften. Het is vooral door zijn bewogen en innige vroomheid dat mensen van verschillende geloofsrichtingen zich door hem aangesproken weten. Het dagboek Woorden van Augustinus bevat een selectie van Augustinus’ overdenkingen bij Bijbelteksten.

 

 

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *