Opvoeding gaat niet vanzelf | Bijbelstudie psalm 127 deel3/5

14 juni 2020
Delen via:

DAG 3: Zie, kinderen zijn het eigendom van de HEERE, de vrucht van de schoot is Zijn beloning.

Kinderoffers

In de laatste zinnen worden we gewezen op een belangrijkere verantwoordelijkheid: “Kinderen zijn een geschenk van de HEER, de vrucht van de schoot is een beloning van God. Als pijlen in de hand van een schutter, zo zijn kinderen, verwekt in je jeugd. Gelukkig de man wiens koker is gevuld met pijlen zoals zij. Hij staat niet te schande als hij zijn vijanden aanklaagt in de poort.” Een lastige tekst. Ook pijnlijk. Alsof kinderen een soort medaille zijn voor goede daden. Maar dat wordt hier niet bedoeld. Daarom dat andere vertalingen spreken van erfenis, of erfdeel. Kinderen zijn hier geen beloning voor ons morele gedrag, sterker nog: God zelf wordt hier als de ‘eigenaar’ van kinderen voorgesteld, waarin ouders mogen delen.

het feit dat kinderen van God zijn, betekent dat zij aandacht verdienen.

Kinderen krijgen is ‘delen in het bezit van God’. Dat kinderen een gave zijn, benadrukt dat ‘je kinderen niet neemt’. Dat zeggen we als christenen juist omdat we weten van dat er stellen zijn die zo graag een kindje zouden krijgen, maar waarbij het uitbleef of anders ging dan gehoopt. Onze pelgrim benadrukt dat kinderen geen vanzelfsprekendheid zijn. Maar nog meer, het feit dat kinderen van God zijn, betekent dat zij aandacht verdienen. Het is niet vanzelfsprekend en daarom brengt het ontvangen van kinderen verantwoordelijkheden met zich mee.

De pelgrim vergelijkt kinderen met de pijlen van een getrainde boogschutter, die zelf zijn eigen pijlen vervaardigt. Kinderen zijn een getuigenis van goed ouderschap, zoals een goed geschoten pijl getuigt van de kunde van de boogschutter. Het is niet eerst je werk, maar vooral je kinderen waarin je de belangrijkste inzet kan laten zien. Zij zullen je immers overleven. Dus in plaats van steeds harder te werken, besteedt liever je tijd aan je kinderen om hen voor te bereiden op het leven.

Wie investeert in zijn kinderen die zal dat niet tevergeefs doen.

Opvoeding gaat niet vanzelf. De kinderen die we krijgen hebben we niet zo besteld of uitgezocht. Dat we kinderen ontvangen bevestigt nog maar weer dat ons leven niet beheersbaar is, maar dat we leven van hoop. Namelijk dat we deze wereld niet opgeven. Tegelijk vraagt opvoeding tijd en training. Het gaat net als onze pelgrimsreis met vallen en opstaan. Maar zoals er aan werk geen komt, is dat bij opvoeding anders. Het is de investering dubbel en dwars waard.

Wie investeert in zijn kinderen die zal dat niet tevergeefs doen. De vader in deze psalm heeft zijn kinderen getraind. Zij zijn in hun gedrag en voorkomen een positief bewijs van zijn capabele vaderschap bij een eventueel rechtsgeding in de poort, de plek waar men als een soort ‘rijdende rechter’ recht sprak (vgl. Deut. 17:8; Spr. 22:22; Amos 5:10-12). Daar zijn de levens van je kinderen een getuigenis van wie je bent als mens. De woorden van onze pelgrim houden ons daarmee een confronterende spiegel voor.

Een confrontatie die ik zelf ook voel. Hoe vaak offer ik niet de aandacht en tijd voor kinderen op voor werk, voor dingen die ik ‘nog moeten doen’? En, kom je uit je werk, dan heb je ‘echt’ even tijd voor jezelf nodig. De vraag is waar we in willen investeren. Als christenen zien wij onze kinderen als ‘van God krijgen’ om zorg voor te dragen, hoe kan het dan dat  ons werk ons opslokt? Deze psalm stelt ons de pittige vraag: brengen wij niet teveel kinderoffers? Zijn onze kinderen niet het slachtoffer van ons jachtige leven? Betalen zij vaak niet de prijs? 

Dit is een Bijbelstudiereeks van 5 weken. Elke zondag delen we één van de vijf dagen.

Deel 1

Deel 2


7 Zie Goldingay, Psalms, 3:503-505; en Dahlberg, “An Exegetical Study of Psalm 127,” 62. De letterlijke tekst hier spreekt over ‘zonen’ (בָּנִ֑ים). Dit staat echter niet tegenover de waarde van het krijgen van dochters, maar in de toenmalige context waren het zonen die participeerden ‘verdediging’ van de familie en de stad. M.a.w. een man met zonen ‘staat sterker’.

8 Zie Daniel J.  Estes, “Like Arrows in the Hand of a Warrior (Psalm CXXVII),” Vetus Testamentum 41, no. 3 (1991): 304-311; Cf. Dahlberg, “An Exegetical Study of Psalm 127,” 68. Elie Assis maakt eenzelfde verbinding zij het in een meer historische lezing waarbij kinderen in de plaats van de tempelbouw staan: “It suggests that people invest their energies in the family unity, raise children while they are young, and that these will constitute the nation’s future power base.” Assis, “Psalm 127 and the Polemic of the Rebuilding of the Temple in the Post Exilic Period,” 266.

9 Cf. Stanley Hauerwas, After Christendom (Nashville: Abingdon Press, [1991], 1999), 129: “The fact that we find ourselves tied to people we did not choose, . . . is but a reminder that our lives are constituted by a narrative of creation and redemption that is not in our making.”

10 Cf. Tim Keller, Namaakgoden: De lege beloften van geld, seks en macht en de enige werkelijke hoop (Franeker: Wever van Wijnen, 2010), 11; vgl. ook Currid-Halkett, The Sum of Small Things, 44: “But conspicuous consumption is not the leitmotiv of just the wealthy; it is omnipresent and, in fact, one might argue its democracy has made it so accessible that other income groups may choose to spend on status goods rather than on things that may shape their and their children’s well-being in the long term.”


‘Breekbaar halleluja’ van Jan Martijn Abrahamse is een inspirerend boek over de pelgrimspsalmen. Psalm 120 tot en met psalm 134 zijn liederen voor mensen die op de een of andere manier onderweg zijn. Ze verwoorden alle menselijke emoties, en vertellen verhalen over o.a. hoop (psalm 122), vreugde (psalm 126), teleurstelling (psalm 131) en vriendschap (psalm 133).

Bestel dit boek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *