Remmen? Nee, gas blijven geven. Of toch, remmen?

16 april 2020
Delen via:

Oh nee!

‘Oh nee…’ ik haal diep adem. Rustig blijven.
Er is iets met mijn mountainbike aan de hand, vertelt mijn man. ‘De eerste dagen kan je niet fietsen!’
Zucht… Ik baal. Ik weet dat er heel veel ergere dingen zijn in de wereld.
Maar misschien herken je dat je, in deze tijd van in en rond het huis zijn, des te meer dat je eruit wil/moet. Ik wil de wind om mijn oren horen suizen, het groen om me heen zien met daarachter de helderblauwe lucht, langs de ossen met hun kleintjes op de Veluwe crossen en vooral heel hard trappen over kronkelende paadjes. Remmen en weer gas geven en zo maar door. Teleurgesteld om mijn kapotte mountainbike, vertrek ik naar zolder om nog wat te werken.

Gas erop

Maar mijn man heeft mijn gezicht gezien. Nadat ik nog een half uurtje heb gewerkt, roept hij me. Met allemaal materialen heeft hij het gerepareerd en kan ik toch nog even fietsen.
Dankbaar trek ik mijn fietskleren aan, eet een banaan en trap weg van ons huis. Ik vlieg de bossen door, geef een boel gas, rem als ik te hard naar beneden ga en geef weer gas. De natuur om me heen brengt me weer wat tot rust in deze onrustige tijd.

Het is soms non-stop hard gas geven thuis, met alle onderwijsprogramma’s, werk, je huishouden en dan heb ik het nog niet over het mentaal gas geven. Het is hard werken om rustig te blijven, onzekerheid en angst bij Hem te blijven leggen en in vertrouwen te blijven leven. 

Remmen

Terwijl ik het bos en de hei verlaat en op hoog tempo door het platteland de ondergaande zon tegemoet fiets, kriebelt het even. Zou ik…? Het is een beetje gek, maar toch…

Ik gooi de rem erop.

Ik leg mijn mountainbike op het platteland neer in het hoge gras. Dan loop ik een paar meter verder het veld in en laat me op mijn rug vallen.

Alles is stil. Alleen het gras om mijn oren ruist zacht heen en weer. De lucht is felblauw en er is geen vliegtuigstreep te zien. De lente hier op aarde leeft en danst, alsof Corona geen bezoeker is. Ik draai me om op mijn buik en laat het gras door mijn vingers glijden.

Dan schiet een tekst mijn onrustige hart te binnen. Als Hij al zorgt voor alles op de velden, voor het gras dat ik nu tussen mijn vingers voel… dan hoef ik me geen zorgen te maken.
Vanaf mijn buik zie ik de heldergroene sprieten heen en weer dansen. Mijn hart komt een beetje tot rust. Omdat ik fysiek gestopt ben met trappen en gas geven, maar ook omdat ik even een rem zet op mijn mijmerende en bezorgde hart.

Hoe blijven we veilig? Wie ga ik verliezen? Mag ik alstublieft nú weten hoelang dit nog duurt, want dan heb ik in ieder geval nog een beetje controle? En hoe moet het met die ene in mijn netwerk, let u wat extra op hem/haar? En oh ja Heer, moet ook ík een extra pak pasta of Wc-papier gaan kopen? En moet ik nog meer voor anderen doen?
Ik leg mijn zorgen bij Hem neer. Terwijl ik naar het gras kijk, waar Hij al zorgzaam naar omziet, word ik nog rustiger. Dan spreek ik uit dat ik inderdaad hoop én verwacht dat Hij een ieder vasthoudt.

Ik adem diep in en uit, draai me weer terug op mijn rug. De laatste warme zonnestralen kruipen over mijn wangen. Ineens vliegen er vijf vogels over door een verder lege lucht.
Ik glimlach: ‘Kijk naar de vogels in de lucht… het is jullie hemelse Vader die ze voedt.’

Verderop hoor ik een andere fietser aankomen. Ga ik overeind komen? Doen alsof ik hier niet lig en snel op mijn mountainbike stappen en verder fietsen? Ga ik weer gas geven, omdat het ongemakkelijk voelt dat iemand mij hier ziet liggen?
Nee, besluit ik toch. Ik blijf gewoon liggen en ervaar het ongemakkelijke gevoel maar even. Ik heb geen zin om nu gas te gaan geven voor wat een ander misschien denkt. Ik heb het nodig… zó nodig nog even de rem erop te houden.  De fietsers gaan voorbij. Blijkbaar zie ik er ontspannen uit, anders hadden ze vast wel gevraagd of alles goed met me was, terwijl ik hier zo in het veld lig. Gas geven hoeft niet voor anderen.

Remmen en gas geven

Met een weer kalm hart (en niet alleen omdat mijn fiets een tijdje in de berm heeft gelegen) stap ik terug op mijn fiets. De zon zakt en ik trap de laatste kilometers weer door het bos. Ik voel me lichter, ook al voel ik mijn benen wel na al die fietskilometers in deze weken van ‘distancing’.
Ik grinnik wat in mezelf. Ik mag wel wat vaker remmen, iets minder hard werken om rustig te blijven. Wat een geluk dat mijn fiets deze dag nog gefixt kon worden.

Het komt goed, verzucht ik.

Samen zuchten. Samen uitzien. We weten niet hoe of wanneer, maar wel dat Hij zijn handen onder deze wereld houdt. En daar zullen we niet tussendoor glippen.

PS. Eh… lieverd?

remmenAls ik thuiskom, heeft mijn man een mededeling voor me: ‘Eh lieverd…  dat veld waarin je zojuist lag en een foto van stuurde, ik zag dat ze dat gisteren net hebben bemest.’
‘Dat is een geintje toch?’ vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd, ‘Nee echt waar!’
‘Het rook al zo gek!’ roep ik uit en we lachen.
In elk opzicht was het blijkbaar vruchtbare grond 😉. 

 

 


PUUR!vandaag boekentip

remmen‘Beste mw. Bird’ van AJ Pearce is een onweerstaanbare debuutroman over de kracht van vriendschap ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in Londen. Emmy reageert op een advertentie waarmee haar droomcarrière als oorlogscorrespondente in vervulling zal gaan. Denkt ze. Ze blijkt brieven te moeten beantwoorden voor een damesblad. Ongepaste brieven horen in de vuilnisbak, aldus haar baas, mevrouw Bird. Maar als Emmy de soms wanhopige smeekbeden leest, besluit ze deze lezeressen in het geheim terug te schrijven. Dit boek is een ode aan de kracht van vriendschap, de vriendelijkheid van onbekenden en de moed van gewone mensen in buitengewone tijden.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *