Spiegel

9 augustus 2019
Delen via:

‘Je moet zélf volwassen worden. Je kunt mopperen op je puber over hoe eigenwijs die is, hoe boos of hoe brutaal. Maar misschien moet je zelf wat leren.’ Tot deze conclusie kom ik de laatste tijd erg vaak. Waarmee ik niet wil zeggen dat je je kinderen niet zou moeten corrigeren. Maar het is goed om dieper, beter te kijken.

Want sjonge, wat houden mijn kinderen mij ontzettend vaak een spiegel voor. Een spiegel waarin ik, soms vol schaamte, zie wat ik bij mijzelf zoveel jaren heb toegestaan maar niet wil zien bij mijn kinderen. Maar zij zeggen terug: ‘Je zegt dat zelf vaak mam.’ Oeps. ‘Jij zit ook Wordfeud te doen als we een film kijken.’ True. ‘Jij laat ook over je heen lopen.’ Hmm.

Pubers

Inmiddels leef ik al wat jaren met pubers in huis. Een paar jaar geleden kwam een van hen bij me met een probleem waarbij ik ontzettend graag wilde dat het vol zelfvertrouwen grenzen aan zou geven. Ik keek het aan en zag dat het onmogelijk leek in de ogen van mijn kind. Ik bad en besloot er later op terug te komen.

Want terwijl ik het verhaal tot me door liet dringen, realiseerde ik me dat ik dat ook niet kon: voor mezelf opkomen, grenzen aangeven. Iemand vraagt of ik iets wil doen en ik doe het of probeer het. Iemand vindt iets en ik stamel excuses voor wat ik zelf denk. Iemand roept dat hij iets nodig heeft en ik vlieg al. Vaak uit angst om afgewezen te worden, deed ik een heleboel terwijl ik het eigenlijk niet aankon of niet wilde. Of ik gaf maar toe, ook al was ik het er eigenlijk helemaal niet mee eens.

Lenen

Die middag, nadat mijn kind bij me kwam, appte iemand mij of hij iets mocht lenen. Iets wat mij zeer dierbaar is en zelfs mijn gezinsleden niet mogen gebruiken. Natúúrlijk mocht die persoon dat niet lenen. Maar dat durfde ik dus niet te zeggen. Terwijl ik zat te stressen over hoe ik hier op moest reageren, doemde het beeld van mijn kind op. Ik realiseerde me plotseling: als ik nu gewoon maar uitleen terwijl ik dat pertinent niet wil, dan kan ik mijn kind niet leren om nee te zeggen. Dus met zweet in mijn handen appte ik terug: ‘nee sorry, die leen ik niet uit’ en ik kreeg vrij snel een appje terug: ‘oke, dan zoek ik verder.’

Had ik me daar zo druk over gemaakt! Opgelucht legde ik mijn telefoon weg. Wat later kon ik mijn kind met meer overtuiging en compassie dan ooit zeggen dat het best wat meer ruimte in de wereld in mocht nemen. Dat het niet altijd ja hoefde te zeggen, niet altijd alles hoefde te beamen.

Onvolwassenheid

Ik werd door mijn kind geconfronteerd met mijn eigen onvolwassenheid. Ik realiseerde me dat ik kon kiezen er iets aan te doen en daar werd ik wat volwassener van. Zou dat vaker zo zijn? Dat mijn kinderen worstelen met dingen waar ik zelf mee worstel? Sinds dit voorval check ik dat en vraag: ‘Heer, is er iets wat ik kan leren in deze situatie? Hoe kan ik mijn kind helpen?’ Vaker niet dan wel, ontdek ik onvolwassenheden bij mezelf. Ik groei dus eigenlijk met mijn kinderen mee op.

En ik maar denken dat zíj zich zo ontwikkelen! Het is veel wederkeriger dan ik dacht. Ik kijk in de spiegel die zij mij voorhouden en ik spiegel (hopelijk) terug hoe het anders kan. Ik hoop dat we allemaal steeds tevredener en met meer begrip en compassie elkaar een spiegel voor kunnen houden.

 


PUURvandaag boekentip

volwassenIn haar nieuwe boek ‘Supermam’ leert Priscilla Docter-Agteres vrouwen het moederschap te omarmen met hart en handen. Priscilla, zelf moeder van vijf kinderen, ziet een grote hulpvraag groeien onder de moeders. De vraag om met andere moeders ervaringen uit te wisselen over de opvoeding.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *