Auteur:
Publicatiedatum:
1 maand geleden

In kwetsbaarheid jezelf laten zien

‘ik vind het zo leuk dat ik familie van jou ook ken’ hoorde ik laatst iemand tegen mij zeggen, waarop ik vriendelijk reageerde: ‘wie ken jij dan?’ Terwijl ik eigenlijk dacht: ‘leuk dat je familie van mij kent, maar je spreekt nu met mij en ik ben ik. Waar komt het eigenlijk door dat ik daar zo snel getriggerd wordt? Ik denk dat dit te maken heeft met dat ik niet vergeleken wil worden met anderen, maar gewoon gezien wil worden zoals ik ben. Ik ben ik en ik ben niet iemand anders. Ik ben uniek.

Waarom is het onderwerp uniek eigenlijk een onderwerp dat me zo raakt? Ik denk dat dit onder andere te maken heeft met dat ik uit een groot gezin kom en dat ik vroeger vaak werd vergeleken met iemand anders.

Op zo’n moment voelde ik mij niet echt gezien, zoals ik echt ben.

Die momenten heb  ik nog wel eens, dan kan ik door iets heel onbenulligs getriggerd worden en dan schiet ik weer in dat gevoel van niet gezien worden. Ik voel me weer dat kleine onzekere meisje, dat zich niet gezien voelde. Ik trek dan een muur om me heen en laat me ook niet meer zien. Op zo’n moment weet ik ook even niet meer hoe ik uit dat gevoel moet stappen en mijn negatieve gedachten over mezelf moet doorbreken. Ik veroordeel mezelf op zo’n moment en wil niet zo negatief zijn. Ik heb dan namelijk de neiging om veilig van achter mijn muurtje de eerste de beste die ik tegen kom te bekogelen met mijn gemopper of negatieve opmerkingen.

Ik verstop me dan achter mijn muurtje en wil niet nog meer gekwetst of geraakt worden.

Hoe ga jij er mee om als jij je niet gezien voelt? Hoe reageer jij dan? Wat vind jij dan fijn dat een ander doet? Verstop jij je dan ook achter een muurtje? Als jij een muurtje optrekt, hoe lukt het jou om weer achter je muurtje vandaan te komen?

Zelf kom ik achter mijn muurtje vandaan wanneer ik besef dat ik op de ander mopper, terwijl ik weet dat het niets met die ander te maken heeft. Ik voel ik dat ik mezelf veroordeel en dat het niet de ander is die me veroordeelt. Dat wil ik dan niet meer. Op dat moment lukt het me om weer echt eerlijk te zijn naar mezelf en het gevoel van niet gezien worden weer toe te laten. Ik stop dan met het bekogelen van de ander van achter mijn veilige muurtje. Ik stop dan ook met het veroordelen van mezelf. Ik omarm als het ware mijn angst voor afwijzing en van het niet gezien worden. Vaak gaat zo’n moment met bevrijdende tranen gepaard, op zo’n moment is er weer verbinding mogelijk. Verbinding met mezelf, maar ook met de ander. In die verbinding word ik dan weer echt gezien. Gezien zoals ik echt ben. Gezien in mijn kwetsbaarheid. Juist in kwetsbaarheid, zonder muurtjes, jezelf laten zien. Dat geeft verbinding. En jezelf laten zien, maakt dat je ook gezien kunt worden.

Geschreven door Johanneke Plaggenmarsch