Auteur:
Publicatiedatum:
7 maanden geleden

Kerstmemoires van een kerkbank

Eenzaam en verlaten stond de oude houten kerkbank keurig vooraan in het gelid in het oude monumentale kerkje. Achter hem stonden nog vierentwintig andere banken en aan beide zijden stonden houten stoelen met rotan zittingen, allemaal keurig in het gelid. Maar daar had hij weinig contact meer mee.

Vroeger was het anders, toen deelden alle banken en stoelen na elke dienst hun bevindingen met elkaar en konden ze urenlang doorpraten over hun gebruikers. Maar tegenwoordig betrokken de andere banken en stoelen hem nauwelijks meer bij hun gesprek. Maar ja, wat had hij ook te vertellen? Hij werd al jaren nauwelijks meer gebruikt en stond er maar en stond er maar. De meeste kerkbezoekers meden hem; bijna niemand wilde meer op de voorste bank.

Vroeger wel, ja, toen beschouwde men hem nog als een ereplaats. Bij sommige diensten was hij zelfs het belangrijkst! Als hij daar nog aan dacht, begon zijn hout spontaan te glimmen. Vroeger… ja, toen beleefde hij nog eens mooie tijden. Maar nu kwamen er niet meer zoveel mensen naar zijn kerkje, en in de winter gingen de deuren niet eens meer op zondagavond open. Degenen die nog wel naar de dienst wilden, schoven dan aan in een ander, moderner kerkgebouw, zodat er maar één kerk warm gestookt hoefde te worden. Dat begreep hij wel. De collectes voor het onderhoud van het gebouw waren verre van winstgevend, dus elke euro die bespaard kon worden, was er eentje. Maar wat hij niet begreep, was waarom de doopdiensten en bijzondere diensten tegenwoordig ook in die andere kerk gehouden werden.

Wat was er mis met zijn kerkje?

Alles bij elkaar hadden de banken achter hem en de stoelen geen reden meer om tegen hem op te kijken en een beetje jaloers te zijn wanneer hij plaats mocht bieden aan belangrijke gasten in een dienst. Sterker nog, ze lachten hem heimelijk uit. ‘Kijk hem daar nu staan, haantje de voorste, niemand wil nog op hem zitten. Nee, dan wij! Oké, wij hebben het ook niet zo druk meer als vroeger, maar we zijn nog niet zo nutteloos als hij!’ De enige die zijn verdriet een beetje begreep, was de kostersvrouw. Wanneer zij hem oppoetste, legde ze liefkozend haar hand op zijn leuning. ‘Ja, ouwe jongen, jouw stof wordt er niet meer afgezeten. Was het maar waar. Jij en ik zouden wel anders willen, he?’ Deze momenten van aandacht maakten dat hij het volhield om rechtop te blijven staan.

Maar… één keer per jaar was alles anders. Dan hing er al weken van tevoren een speciale sfeer in zijn kerkje, een sfeer van verwachting. Advent noemden ze het, of Kerstfeest. Nou, feest was het! In die weken kreeg hij iets van zijn oude glorie terug. Wel vier, vijf keer kwamen alle kinderen van de school oefenen met het zingen van kerstliederen. De kleuters mochten dan altijd op zijn bank. En dan de dag van de Eerste Kerstdag zelf… Al heel vroeg in de ochtend werd het heerlijk warm in de kerk en de organist kwam een half uur eerder dan gebruikelijk.

De mooiste klanken werden over de banken heen gestrooid.

Maar het hoogtepunt was het moment dat de boogdeuren open gingen en steeds meer mensen een plekje zochten. En hij, die het hele jaar verguisd was, zat dan zo vol dat hij bijna onder het gewicht bezweek. De banken achter hem en de stoelen wisten ook amper hoe ze iedereen van dienst konden zijn, maar je hoorden hen niet mopperen. Integendeel, het leek wel of ze van louter genoegen hun ruggen extra gestrekt hielden.

De oude bank genoot van elke minuut van de Eerste Kerstdagdienst, zo ook dit jaar. Hij nam aan het einde van de dienst dan ook weer met node afscheid van zijn bezoekers en keek hen na tot ze weer naar buiten waren. Zouden ze weer zo lang wegblijven? Blijkbaar had de bank achter hem dezelfde gedachte. ‘Was het maar altijd Kerst,’ verzuchtte die tegen hem. Even bleef het stil, maar toen schudde de voorste bank zijn hoofd. ‘Nee,’ sprak hij bedachtzaam.

‘Want wie alleen maar Kerstfeest viert, komt nooit bij Pasen aan’.

Bekijk ook eens...