Auteur:
Publicatiedatum:
2 maanden geleden

Let Go(d)

Vrijdagavond 16 juni

Morgen is het zover, de Selah vrouwendag ‘Dansen in de regen’. Een dag die ontstaan is uit het verlangen om vrouwen te mogen bemoedigen, en hen aan te moedigen zich vast te klampen aan God en aan de vreugde van Zijn aanwezigheid en beloften, ook (of misschien wel juist) als het stormt.

Wekenlang ben ik samen met mijn onmisbare team bezig geweest met de voorbereidingen en vol verlangen kijk ik naar morgen uit. Nee, niet kijk. Keek. Want zojuist zonk mij de moed in de schoenen en vloog de dag me naar de keel. Zo veel vrouwen (160) die morgen vol verwachting, verlangen en hoop naar de dag zullen komen. Veel van hen zullen zware bagage aan verdriet, gemis, zorgen en stormen bij zich hebben. Wat hebben wij hen nu eigenlijk te bieden? Wat kunnen wij nu eigenlijk doen om hun verdriet en zorgen te verlichten?

Maar met dat het me aanvliegt, komt ook de rust en de dankbaarheid dat we hen wel degelijk iets te bieden hebben, namelijk het Woord, de liefde en de troost van God. We hoeven niet uit eigen bron te putten, maar mogen gewoon doorgeven wat we zelf van Hem ontvangen hebben. Troosten met de troost waarmee we zelf zijn getroost. En of en hoe al het aangebodene door de vrouwen ontvangen zal worden? Dat is niet aan ons. Wij deden en doen ons best – Hij doet de rest. En met die gedachte laat ik mijn onrust los en leg ik de dag in Zijn handen.

Let go and let God.

Zaterdagmiddag 17 juni

Ik zit op het podiumtrapje en kijk naar de grote fles met waterparels. De parels staan symbool voor de tranen die we in dit leven hier op aarde huilen, en de fles staat symbool voor de fles waarin God onze tranen bewaart (Ps. 56:9) Terwijl bijna alle deelnemers een voor een hun zakje tranen in de fles leeggieten, raakt de fles voller en voller. Het zien van al die tranen, zowel in de fles als op veel gezichten, raakt me diep. Zo veel verdriet. Zo veel pijn, zorgen, vragen, ziekte en gebrokenheid. Mijn hart huilt mee. ‘Heer, hoe lang nog?’

Het vullen van de fles gaat maar door en door, tot ook de laatste vrouw haar tranen eraan heeft toegevoegd. Maar daarmee is het niet klaar, want we weten allemaal dat er na dit moment, na deze dag nog zo veel nieuwe tranen bij zullen komen. ‘Heer, hoe lang nog?’

Het verdriet dat ik zie en bijna tastbaar voel drukt steeds zwaarder op me en ik bedenk hoe onmetelijk aangrijpend en zwaar het voor God Zelf moet zijn om die fles dag in dag uit, jaar in jaar uit, eeuw in eeuw uit steeds voller te zien worden. En met dat ik het denk, besef ik dat de fles niet voor het podium hoort, maar aan de voet van het kruis. Want heeft God niet juist Zijn Zoon gegeven, en heeft Jezus niet juist Zichzelf gegeven om het mogelijk te maken dat die tranenstroom, op een dag, voorgoed zal stoppen? ‘Stil maar, wacht maar. Alles wordt nieuw.’

Ik vraag de twee muzikanten die op het podium staan de fles op te pakken en bij het kruis te plaatsen. Zodra hij daar staat, maakt het zware drukkende gevoel plaats voor de vreugde van de belofte, dat God, op een dag, Zelf de laatste van onze ogen zal afwissen. Wat een dag zal dat zijn. En tot dat moment zal Hij, de God van trouw en troost, Zich over al Zijn kinderen ontfermen, ook over de vrouwen van vandaag. Ik mag hun tranen loslaten, en ze overgeven aan Hem, die nooit het werk loslaat dat Hij begonnen is.

Let go and let God.

Maandag 19 juni

Na een zondag van rust, nagenieten en diepe dankbaarheid, kreeg ik net bezoek. In mijn hoofd. De bezoeker weet best dat hij ongewenst is, maar stoort zich er niet aan en vuurt het ene na het andere verwijt over zaterdag op me af. ‘Je bent veel te lang doorgegaan over het een, waardoor het ander te weinig aan bod is gekomen.’ ‘Je bent dit en dat vergeten.’ ‘Je had even naar die en die moeten gaan.’ ‘Je hebt… Je had… Je zou…’ En met elk verwijt spoelt een stukje vreugde door het putje. Verweren lukt me even niet zo goed. Ik ben moe en bovendien heeft hij hier en daar wel een punt. Ontmoedigd koers ik richting het verliezersbankje. Maar dan ineens besef ik wat er gebeurt, en wat ik kan doen.

Ik recht mijn schouders en spreek hem aan. ‘Ja, er zijn dingen die beter hadden gekund, maar dat is geen reden om dan maar niets te doen. Bovendien: Hij roept niet de bekwame, maar Hij bekwaamt de geroepene. Met Zijn hulp mag ik op pad, leren en groeien. Steeds wanneer ik struikel, zet Hij me op mijn voeten. En naast al de dingen die Hij me leert, leert Hij me ook dat ik niet meer hoef (en niet meer kan) doen dan mijn best. Hij vraagt toewijding, geen perfectie in mijn werken.’

En met dat ik mijn bezoek de deur uit zet, komt de rust naar binnen en mag ik de dag loslaten en die met al haar mooie dingen en haar gebreken overgeven aan God.

Let go and let God.

 

Woensdagmiddag 21 juni

Bezorgd kijk ik naar mijn been. De chirurg is niet tevreden over het resultaat van de ingreep van vorige maand en overweegt hem te herhalen. Ook zit er sinds vandaag een nieuwe ontsteking op de bewuste plek. Angstvallig houd ik de zwelling en de roodheid in de gaten. Ik doe mij uiterste best om beelden van een nieuwe ziekenhuisopname op afstand te houden, maar het lukt niet erg. Ik denk aan wat ik in mijn boek schreef over bezorgdheid en probeer te praktiseren wat ik schrijf, maar het lukt niet zo erg.

Dan ineens klinkt het geluidje van de app. Ik open het geluidsbestand dat me is toegestuurd en de tranen schieten in mijn ogen als het een opname  blijkt te zijn van het moment waarop ik zaterdag een fragment uit mijn boek voorlas: ‘Dit is (niet) zo’n dag’. Ik had er geen idee van dat een deelnemer het met haar telefoon had opgenomen en ervaar het als een cadeautje. Maar de reminder aan de tekst dat God ons draagt, ‘dag aan dag, gisteren, vandaag en morgen,’ is nog een veel groter cadeau. Want ook al is het niet zo’n vreugdedag, Hij draagt me. Bemoedigd door Zijn Woord, wat ik zelf mocht uitspreken en nu terug ontvang, laat  ik mijn zorgen voor morgen weer los en geef ik me over aan Hem, bij wie ik veilig ben. Wat er ook gebeurt.

Let go and let God.

Bekijk ook eens...