Brief aan mijn gynaecoloog

3 maart 2021
Delen via:

Beste dokter,

Gefeliciteerd met jullie nieuwe ziekenhuis! Ziet er prachtig uit! Mooie lichte ruimtes, gezellige zitjes, goede koffie, enzovoort. Natuurlijk hoop ik niet te vaak op bezoek te komen, maar de keren dat het nodig is, is het fijn om in zo’n mooi gebouw te gast te zijn.

Beste dokter,

Gefeliciteerd met jullie nieuwe ziekenhuis! Ziet er prachtig uit! Mooie lichte ruimtes, gezellige zitjes, goede koffie, enzovoort. Natuurlijk hoop ik niet te vaak op bezoek te komen, maar de keren dat het nodig is, is het fijn om in zo’n mooi gebouw te gast te zijn.

Toch heb ik een ‘maar’.

Een hele grote ‘maar.’

Ik zag namelijk iets waarvan ik uit ervaring weet dat het veel pijn kan doen. Onnodig pijn (en ik heb het nu niet over lichamelijke pijn).

Om een beetje inzicht te geven in mijn besluit u deze brief te schrijven, neem ik u even mee terug naar de jaren tachtig/negentig en het oude ziekenhuis. Niet dat u daar toen al werkte, maar een groot aantal van uw collega’s wel, en ik was er ook. Vaker dan me lief was.

Ik heb de tel niet bij gehouden, maar heb misschien wel meer dan honderd keer de route van de ingang naar de poli gynaecologie gelopen. In het begin vol hoop en dromen, later veel gematigder.

Soms vlamde de hoop weer op en liep ik vol verwachting (sorry voor de woordkeuze) bij uw collega de kamer in, om er verslagen weer uit te lopen. Al dan niet met tranen in mijn ogen.

Toch bleven we proberen, iedere keer weer.

Dus bleef ik komen.

En zat ik steeds weer in die wachtkamer; met mijn lege buik tussen vrouwen die meer dan duidelijk zwanger waren.

Soms zocht mijn blik die buiken in de hunkering er zelf ook zo bij te zitten.

Andere keren meed mijn blik die buiken juist omdat de confrontatie zo’n pijn kon doen, en sloot ik mijn oren voor alle zwangerschapsverhalen die werden gedeeld – én voor het geluid van babygehuil, dat uit de tegenoverliggende kinderpoli onze kant op dreef.

Het is dat ik toen nog niet schreef, anders had ik er een complete roman aan kunnen wijden.

Maar om een lang verhaal kort te maken: Godzijdank (!) heb ik, zoals u weet, uiteindelijk toch een zoon gekregen, en acht jaar later – tot grote verbazing, verbijstering zelfs, van uw collega – ook nog spontaan een dochter. Iets waar ik diep dankbaar voor ben, maar natuurlijk weet ik maar al te goed dat het niet zo bij iedereen afloopt.

En daarom schrijf ik deze brief, als pleidooi voor alle vrouwen die nog steeds (of opnieuw) met lege handen en lege buik op uw poli binnenkomen en (of) daar weer weggaan.

Ik ontdekte namelijk tot mijn schrik dat in het nieuwe ziekenhuis de wachtkamer van de kinderpoli direct aan uw wachtkamer grenst en de ruimtes zelfs in elkaar overlopen.

Toen ik vorige week een bezoek aan u bracht, waren de stoelen voor uw poli al bezet en moest ik in het gedeelte van de kinderpoli plaatsnemen, tussen een aantal moeders met nog jonge baby’s en peutertjes in.

In die slordige drie kwartier dat ik zat te wachten, namen daar nog meer diverse patiënten van u plaats. Stilletjes sloeg ik hen gade en voelde en proefde bij sommigen de pijn dat dat zij met hun onvervulde dromen, en misschien zelfs wel verloren kindjes, tussen de moeders met hun baby’s moesten zitten.

U vertelde mij desgevraagd dat het zo handig is om als gynaecologen en kinderartsen dicht bij elkaar zitten en dat daarom deze keuze is gemaakt, maar hebben jullie met elkaar ook enig idee wat deze ‘handigheid’ bij een deel van uw patiënten aan onnodige pijn oproept?

Ik begrijp dat het niet altijd mogelijk is om zwangere en niet-zwangere patiënten op verschillende tijden te laten komen – zeker niet wanneer er meerdere gynaecologen tegelijk spreekuur houden – maar zou u, alstublieft, samen met uw collega’s wel op zoek willen gaan naar een mogelijkheid om in ieder geval de wachtkamers van de gynaecologie en kinderpoli te splitsen?

Bij voorbaat mijn hartelijke dank!

Marianne Grandia

PS. Ik heb begrepen dat deze situatie zich in veel meer ziekenhuizen voordoet. Misschien goed om dit mee te nemen naar een landelijk overleg?


‘Dansen in de regen’ van Marianne Grandia gaat over vreugde vinden in God. Hoe kun je vreugde vinden in God wanneer het stormt in je leven? En welke Bijbelteksten helpen daarbij? In haar toegankelijke, warme stijl vertelt Marianne Grandia over licht en schaduw, keuzes maken, het leven omarmen en dansen in de regen. Eerder schreef Marianne Grandia de romans ‘Witter dan sneeuw’, ‘Lenteregen’ en ‘Hemeldauw’.

Reacties (2)

  • Sijs schreef:

    wat herkenbaar Marianne!
    wij hebben zelf ook geen kinderen gekregen , wel pleeg en adoptie. en toch als ik in de wachtkamer kom dan geef dat bij mij toch altijd weer pijn! kan dit echt niet anders geregeld worden?!!!

  • Hanneke Kunz schreef:

    Beste briefschrijver,

    Heb (helaas) alles meegemaakt op het gebied van Gynaecologie en kinderartsen.
    Maar ik ben altijd gesteund door de gynaecologen als ik zelf vroeg om bij het ouderen spreekuur te komen.

    Ik heb deze ervaring helemaal niet. Daarom zeg ik altijd, geef zelf op welk spreekuur je wil komen. Ze houden ook ouderspreekuur.

    hartelijke groeten,
    Hanneke Kunz-Dankers
    Schrijfster Lentekind

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *