Een onzichtbaar personage

18 november 2019
Delen via:

Vorige winter bracht ik voor een groot deel door in mijn schrijfkamertje, waarin ik me dagelijks terugtrok om me in de belevenissen van Noortje, Pam en Orlando te verdiepen. En, nee, dat vond ik helemaal niet erg; ik zag er zelfs naar uit. Inmiddels kende ik de drie hoofdpersonages van mijn boek-in-wording Waar hoor ik thuis? zo goed, dat ik het gevoel had als een soort onzichtbare vierde personage met hen mee te lopen.

Ik stond naast Noortje in de werkkamer van haar vader toen ze stiekem naar boven was gegaan om het adoptiedossier op te zoeken en daar foto’s van te maken. Mijn hart bonkte in mijn keel! Net als zij had ik geen idee waar het sleuteltje van de bureaulade kon liggen.

Ik voelde met haar mee toen ze verplicht ‘s avonds met haar vader sommen moest maken om haar rekenvaardigheid omhoog te krikken. (Zo toevallig ook, ik had als kind hetzelfde meegemaakt…) Op die laatste schooldag wandelde ik mee door de gang en voelde net als zij een knoop in mijn maag toen de deur voor de laatste keer achter hen dichtsloeg. Die verwarrende mengeling van heimwee, angst en opwinding kan ik me nog zo goed uit mijn eigen jeugd herinneren.

Wat had ik een plezier in Noortjes vrolijke vriendin Pam en haar kleurrijke Surinaamse familie. Neem nu oma Tibby, dat was zo’n leuk mens! De etensgeuren die omhoog stegen uit de pannen waarin ze uren stond te roeren, kon ik gewoon ruiken.

En Pams broer Orlando, die aanvankelijk alleen maar stoer deed, maar zich toen toch liet meeslepen in het avontuur van de zoektocht naar Noortjes roots, hem mocht ik ook wel.

Toen de zoektocht in Portugal van start ging hield ik af en toe mijn hart vast. Ze zouden in Faro toch zeker niet naar dat huis van die enge vent gaan? Dat was vragen om problemen. Helemaal toen Noortje er later in haar eentje op af ging. ‘Nee joh, niet doen!’ waarschuwde ik nog, maar luisteren, ho maar. En wie het boek gelezen heeft weet waartoe dat leidde. Hoe dom kun je zijn?!

Elke dag beleefde ik met mijn drie vrienden en hun familie een nieuw avontuur. Ze waren vaak verschrikkelijk eigenwijs en deden dingen die ik zelf echt nóóit gedaan zou hebben.

Maar ik begreep het best. Natuurlijk wilde Noortje weten wie haar echte moeder was en of ze nog meer familie had. Dat dit verlangen sterker was dan de schuldgevoelens ten opzichte van haar Nederlandse ouders, dat snapte ik ook. Maar dat je daar zó ver in gaat? En heeft het uiteindelijk gebracht waarop ze hoopte…? Nee, ik verklap niets meer.

Wie dat graag wil weten, moet het boek maar lezen.

Femmie van Santen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *