Els Florijn

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 22/22)

    22 mei 2020

    Ik vouw mijn handen in elkaar, voel de ring aan mijn vinger en strijk over het gladde, ronde oppervlak van het groenblauwe stukje glas. Zeeglas. Gebroken, gebeukt, geschuurd, beschadigd, opgepakt en in een ring gezet.

    Ik pak mijn telefoon weer op. Ze staat bovenaan in mijn adreslijst, onder ICE.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 21/22)

    21 mei 2020

    Vandaag was hij min of meer helder. Cecile klom bij hem op bed en vertelde over het nieuwe stuk dat ze op de piano instudeerde. Hij zei niet veel terug, maar ik zag dat hij zijn arm terugtrok toen ze zijn hand aanraakte.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 20/22)

    20 mei 2020

    De andere foto is van een grote groep mannen in uniform. Ik moet lang zoeken voor ik meen Franz te herkennen, en dan nog kan ik niet met zekerheid zeggen dat ik het goed heb. Misschien stond hij wel net onder het stukje foto dat nu aan het karton van de andere foto kleeft.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 19/22)

    19 mei 2020

    Ik keek naar zijn gezicht, bleek en ingevallen. Zijn ogen waren groot en keken vreemd; het was alsof hij door me heen terugkeek naar wat hij had meegemaakt. Ik kon de verwoesting in zijn blik zien.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 18/22)

    18 mei 2020

    Ik vouw de krant voorzichtig dicht en leg hem met de foto van mijn grootmoeder en haar ouders, het overlijdensbericht en het briefje van grootmoeder op de dagboeken, stop dan de stapel in mijn tas. De rits wil niet meer dicht. Ik leg de rest van de papieren terug in de kaptafella, doe hem weer […]

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 17/22)

    17 mei 2020

    Hij draaide zich niet om, maar ik zag dat hij zijn handen even liet rusten. Toen zei hij: ‘Dat wat ik voor de zijnen heb gedaan, heb ik voor Hem gedaan. Kom, probeer je maar te wassen. Het zal er wel niet helemaal af gaan, maar voor een gedeelte toch wel.’

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 16/22)

    16 mei 2020

    Die foto’s van dat schaap, daar doet deze foto me aan denken. Grootmoeder, geknield op de harde grond, geslagen, vernederd. De harde en ongenadige lens die vastlegt, haar lijden verzwaart, voor generaties later haarscherp laat zien wat ze heeft gedaan en wat haar is aangedaan. Het kind is op de foto wakker en het huilt. Mijn moeder. Wat is ze nog klein! Ik kijk naar de datum op de krant. Nog niet eens twee maanden oud.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 15/22)

    15 mei 2020

    Ik werd teruggeduwd in de rij vrouwen. De oudere vrouw die naast me stond was aan de beurt. Ze liep moeilijk, maar werd zonder pardon voortgeduwd. Ze schreeuwde en tierde, ze riep dat ze onschuldig was, dat ze een fout maakten, dat ze nooit iets met een Duitser had gehad, ze hadden het fout. Dat bleef ze maar roepen. ‘Het is een fout, het is een fout! Ga maar kijken in mijn huis, ik heb Joden verborgen, ik had alleen een dekmantel nodig!’

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 14/22)

    14 mei 2020

    Ik leg de foto apart en blader door de papieren. Er zitten brieven tussen, een overlijdensbericht van de vader van grootmoeder. Esmee. Haar naam staat eenzaam onder de naam van haar moeder. 1932. Wat was ze nog jong, toen haar vader stierf.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 13/22)

    13 mei 2020

    ‘Gaat u maar even zitten,’ zei de vrouw, en toen ik weer wat op adem was gekomen, ging ze op haar hurken voor me zitten. Het was een oude vrouw met een grof gezicht. Ze droeg een lange, zwarte jurk. Ik herinner me vooral haar scherpe ogen, die door me heen leken te kijken, leken te zien dat dit kind er nooit had mogen zijn.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 12/22)

    12 mei 2020

    Sommige bladzijden zijn zo woest in elkaar gekreukt dat het papier op verschillende plaatsen gescheurd is. In gedachten zie ik grootmoeder voor me, zittend op haar bed, en ik voel bijna, alsof het nog ergens in de hoeken van deze kamer is blijven hangen, de razernij waarmee ze deze bladen uit haar dagboek heeft gescheurd en de machteloze woede waarmee ze zijn verfrommeld en op de grond gesmeten.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 11/22)

    11 mei 2020

    Ik probeer het zo goed mogelijk te verbergen. Dat is niet zo moeilijk. Ik kom bijna de deur niet meer uit. Ik zou het kind weg willen denken. Ik probeer te doen alsof daarbinnen in mij niets groeit, alsof het verbeelding is. Soms geloof ik dat zelf bijna.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 10/22)

    10 mei 2020

    Alles aan deze kamer ademt de luxe van lang geleden. Ik wist wel dat grootmoeder rijk was, want het witte huis waar ik haar als kind bezocht, was statig en groot en er stonden prachtige meubels, maar het was niet zo overdadig ingericht als dit kleinere appartement. Wat moet dit destijds wel niet gekost hebben? En dit appartement, in het hart van Parijs?

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 9/22)

    9 mei 2020

    Ik wil niet dat hij gaat, ik wil hem bij me houden. Ik wil niet weer zijn geur kwijtraken, vergeten hoe hij lacht en lieve dingen zegt. Hij ziet mij, hij weet wie ik ben, en ik heb iemand nodig die weet wie ik ben, die me liefheeft. Waarom ben ik hem niet eerder tegengekomen, iemand met wie alles klopt, alles goed is zoals het is?

    Ik wil mezelf uitwissen, mezelf laten verdwijnen.

    Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 8/22)

    8 mei 2020

    Ik ben in gedachten naar de rand gedwaald, daar waar de stoep bijna onmerkbaar overloopt in de weg. De vrouw die me duwde, rijdt op een oude brommer. Ik heb haar niet gehoord. Ik heb niet eens gemerkt dat ze voor mij moest remmen, of uitwijken.