Hou van Holland

19 november 2017
Delen via:

Tijdens een bezoek aan Nederland vertellen al mijn zintuigen mij dat ik hier al even weg ben. Het begint al op Schiphol bij het bord met ‘Aankomsthal’. Lang niet gezien, zo’n dubbele a. En het blauw van de KLM-stewardessen is ineens wel erg knal. Datzelfde geldt even later voor het geel van de treinen. En van de nummerborden op de auto’s. Wat een vrolijke bedoening, eigenlijk.

Zo veel geel in het straatbeeld, het lijkt wel een grap.

Er valt me van alles op wat me anderhalf jaar geleden nog zou zijn ontgaan. Fietsers die driftig tikkend op hun telefoon langs terrasjes scheren (gaat allemaal maar net goed). Een USB-stick in de vorm van een rookworst (echt HEMA). Een puzzel op de rommelmarkt met de kaart van Nederland (leuk voor mijn lessen). Een lap stof in een kraam met het Melkmeisje van Vermeer erop (zou een geinig jurkje opleveren).

Ook smaken, geuren en geluiden dragen bij aan het rood-wit-blauw-gevoel. Ik klok de karnemelk naar binnen alsof ik het zelf heb uitgevonden, laat me vertederen door het geklots van een waterfiets in de gracht en duw als een junk mijn neus in een zakje speculaaskruiden.

Vooral de hoofdstad is ineens het summum van schattig. Op het Museumplein maak ik bijna een selfie bij de levensgrote letters I AMSTERDAM. Alsof het land een laatste troef uitspeelt in het spel ‘Ik hou van Holland’ is het ook nog eens SAIL, wat übernostalgische beelden oplevert van witte masten tegen een lucht vol schapenwolken.

Groen driehoekje

‘Ik voel me thuis en toerist tegelijkertijd.’ Met mijn vriendin P, die al ruim drie jaar in Hongarije woont maar ook hier vakantie viert, bespreek ik deze vreemde sensatie. Ze geeft me de uitleg die ze ook wel voor haar kinderen gebruikt wanneer die met dit bijltje hakken. ‘Stel, als Nederlander ben je een blauw rondje. Een Hongaar is bijvoorbeeld een rood vierkantje. Verhuis je als Nederlander naar Hongarije, dan word je nooit zo’n rood vierkantje. Maar kom je terug in Nederland, dan merk je dat je ook geen blauw rondje meer bent. Je voelt je meer een soort… groen driehoekje.’ Vanaf het drijvende terras op de IJssel waar we theedrinken laat ik die woorden op me inwerken.

Wel een veelzeggend plekje voor ons, dit: we dobberen maar wat tussen wal en schip.

‘Omdat wij hier alleen ’s zomers komen, krijgen de kinderen trouwens nogal een vertekend beeld van Nederland,’ gaat ze verder. ‘Het is nog een hele klus om uit te leggen dat hun neefjes en nichtjes echt niet het hele jaar op het Urkerstrandje ijsjes zitten te eten tot de zon ondergaat.’ Ik schiet in de lach, maar er wordt me wel iets duidelijk. Mijn rooskleurige beeld is gewoon een gevolg van mijn vakantiestemming. Voorheen moest ik hier van alles, nu kom ik hier voor de lol. En dan lijkt alles leuk.

Terwijl we via de loopplank terugkeren naar vaste wal, kijk ik even in de waterspiegel. Ik dacht toch echt dat ik hier als mezelf rondliep, maar wie schetst mijn verbazing – ik ben een groen driehoekje met een roze bril. Nu al, na anderhalf jaar buitenland. Wat belooft dat voor de toekomst?


Sandra van Tongeren woont in Engeland. Ze heeft een tekstbureau (Ieder woord), geeft Nederlandse taal- en cultuurles en werkt als vrijwilliger voor de organisatie Hospices of Hope, die zich inzet voor betere palliatieve zorg in Oost-Europa.


Voor de fans van Sarah Young en Rachel Held Evans: Reisgenoten van Sharon Garlough Brown vertelt over vier vrouwen die op zoek gaan naar God en daagt je als lezer uit om hetzelfde te doen.

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *