Recept voor een bijzonder kerstdiner

23 december 2020
Delen via:

We moeten even opwarmen, mijn kleindochter en ik. Moe maar voldaan ploffen we neer bij de haard met een beker warme chocolademelk. We hebben zojuist een stevige wandeling gemaakt. Het was ijzig koud buiten, maar toch wilden we deze kans benutten. Zo vaak gebeurt het niet dat er zo’n pak sneeuw valt.
‘Oma,’ hoor ik het stemmetje van mijn kleindochter, ‘u houdt toch ook heel veel van sneeuw?’
Ik kijk uit het raam waar uit de loodgrijze lucht nog steeds sneeuwvlokken dwarrelen. De straat is vol leven. De lantarenpalen zijn nog net niet aangesprongen en het lijkt wel of de sneeuw alle kinderen voor het donker nog de straat op jaagt. Mensen haasten zich naar de winkels voor de laatste boodschappen voor hun luxe kerstdiners. Zij lijken het veel te druk te hebben om de sneeuw op te merken.
‘Ja, meisje’, bevestig ik, ‘oma houdt heel veel van sneeuw en vooral met Kerst. Dan moet ik altijd denken aan mijn allereerste, witte Kerst…’

‘Maartje, Maartje!’ De stem van mijn jongere zusje maakt me wakker. Geërgerd trek ik de warme dekens over mijn oren, totdat het tot me doordringt hoe opgewekt ze klinkt. Ik weet het al weer, het is Kerst. 

‘Maartje! Kom nou! Er is sneeuw gevallen!’ Dat laat ik me geen tweede keer zeggen; voor sneeuw spring ik meteen mijn bed uit. Geertje heeft gelijk, het is prachtig buiten. Ze is al aangekleed en ik hijs me ook snel in mijn warme kleren.

Onze wangen zijn roodgekleurd en onze handen tintelen als we klaar zijn met het bouwen van een reusachtige sneeuwpop.
Moeder heeft speciaal voor het kerstmenu wat winterpeen achter de hand gehouden. Nu komt ze ons er eentje brengen.
‘Zo’n mooie sneeuwpop verdient een mooie neus,’ lacht ze vrolijk.
Het is al vier jaar lang oorlog en er is niet veel eten meer. Zelfs op onze boerderij wordt het voedsel nu schaars. Er komen steeds vaker mensen van heinden en ver om bij ons eten te halen.
Vader en moeder proberen zoveel mogelijk de helpende hand te bieden, want zij vinden dat we moeten delen van onze rijkdom. Dat vind ik wel een beetje vreemd, we zijn immers helemaal niet rijk. Toch snap ik best dat we elkaar nu moeten helpen. Daarom twijfel ik nog wat over die peen. Maar mama knikt me toe, ze begrijpt wel waarom ik twijfel, maar het mag echt. Eén winterpeen voor de sneeuwpop. Omdat het feest is vandaag.

Met z’n vieren genieten we van ons kerstdiner: hutspot met een klein stukje spek. Ik kan me niet herinneren dat iets me ooit zo goed heeft gesmaakt. Na het eten loop ik naar het raam en schuif voorzichtig een klein stukje van het verduisteringsgordijn opzij. Ik wil nog even een glimp van onze sneeuwpop opvangen. Ik zie zijn vage silhouet in het maanlicht en ik voel me warm worden van trots.

Als Geertje en ik de volgende dag verwoede pogingen doen om het erf sneeuwvrij te krijgen, zien we twee mensen naderen. Moeder heeft hen ook al gezien en komt naar buiten. Ze nodigt hen uit in onze warme keuken. Met open mond luisteren we naar het verhaal van de vader en zijn zoontje. Ze komen uit het Westen en zijn al dagen onderweg op zoek naar eten voor hun gezin. Er is in de grote steden bijna niets meer te krijgen, vertellen ze.
Moeder maakt de logeerkamer in orde. De twee gasten blijven vannacht slapen; vooral zoon Kees is te uitgeput om de lange tocht naar huis meteen weer te hervatten.
Die tweede kerstavond eten we weer hutspot, nu met z’n zessen. De gasten vallen op het kerstmaal aan en verzuchten: ‘Dit is echt het allerbeste kerstdiner wat we ooit hebben gegeten’.

Na een goede nachtrust en met een gevulde maag, vertrekken de twee. Thuis wachten een vrouw en nog drie kinderen op hen. Ze krijgen eten mee voor thuis. Het is niet genoeg, beseft vader, maar er is niet meer. Ik loop een klein stukje met hen op. Dan ziet Kees de sneeuwpop. Hij is er verrukt van.
‘Heb jij die gemaakt?’ vraagt hij, ‘hij is prachtig, ik heb nog nooit zo’n mooie gezien.’
Ik knik trots. Dan nemen we afscheid van elkaar.

Verdrietig kijk ik hen na, wat heb ik met hen te doen. Pas als ik hen bijna niet meer kan zien, draai ik me om. Ik kijk recht in het gezicht van de sneeuwpop. Wat staart hij mij opeens verwijtend aan. Gemeen bijna. Zijn zwarte kraaloogjes loensen en zijn steentjesmond trekt een scheve grijns. Maar dat hij zo boosaardig kijkt, komt vooral door zijn neus, weet ik ineens: de grote, knaloranje peen.
In een flits trek ik de peen uit de sneeuwpop en begin te rennen. Ik ren zo hard ik kan. ‘Kees!’ roep ik, zo hard als ik kan. ‘Kees, wacht!’
Als ik hen eindelijk ingehaald heb, duw ik Kees de peen in zijn hand en ren zonder wat te zeggen terug naar huis, naar de sneeuwpop. Hij ziet er raar uit met dat gapende, zwarte gat in zijn gezicht. Raar, maar hij kijkt niet meer gemeen of verwijtend.
Als Geertje hoort wat er aan de hand is, moeten we heel hard lachen om die rare sneeuwman, zo hard dat er tranen over onze wangen biggelen.

Mijn kleindochter slaakt een diepe zucht.
Ik glimlach om de herinnering. En vader en moeder? Ach, wat waren ze trots op ons. En wat ben ik trots op hen, nog steeds. Niet geld en bezit waren hun rijkdom, maar gastvrijheid en vriendelijkheid. Ze deelden er royaal van uit. Maar dat zal ik haar later wel vertellen, mijn kleindochter van vijf.
Ik sta op. ‘Ik ga naar de keuken. Vanavond komen immers jouw papa en mama eten. En weet je wie nog meer? Tante Geertje!’

Voor de ingrediënten van mijn kerstrecept hoef ik gelukkig niet naar de drukke winkels om boodschappen te doen of uren in de keuken te staan, denk ik, terwijl ik de aardappelen schil. Daardoor heb ik mijn dag aan veel waardevoller zaken kunnen besteden. Toch staat mijn gasten vanavond een bijzonder kerstdiner te wachten. Een diner naar een zeventig jaar oud recept. Ik heb er geen receptenboek voor nodig, ik ken het uit mijn hoofd. 

Ik pink een traantje weg. Dat heb je, met uien.


PUUR!vandaag boekentip

De Bijbels-historische roman ‘Dochter van Rome’ van Tessa Afshar neemt je mee naar de vroege kerk in Rome, waar christenen samen moesten strijden om verraad te kunnen veranderen in liefde en verlossing.

Rome, de eerste kerstdinereeuw na Christus. Wanneer de dochter van een prominente Romeinse generaal en een onterfde Joodse immigrant elkaar ontmoeten, hebben ze nog geen idee dat ze een van de meest invloedrijke koppels van de vroege kerk zullen gaan vormen. De liefde tussen Priscilla en Aquila bloeit op, en samen bouwen ze aan een gemeenschap van gelovigen.

Maar moord en verraad blijven hen achtervolgen. Wanneer ze uit hun huis worden gejaagd door een wispelturige keizer, schakelen ze de hulp in van de ongewone rabbi Paulus. Zullen ze er samen in slagen om verlossing te brengen in het heetst van de strijd?

Tessa Afshar laat de begintijd van het christendom tot leven komen in deze wervelende roman vol romantiek en intrige.

Bestel dit boek voor €22,99

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *