Redding is nabij – Wat mis je?

27 december 2017
Delen via:

‘Weet je wat ik mis?’ Zoonlief van vijftien ploft naast me op de bank. Het is een enorme, superzachte, comfortabele hoekbank met maar liefst drie plekken waar je met je benen omhoog kunt zitten. Plus bekerhouders in de leuning, wat het pas écht een Amerikaanse bank maakt. Het verrast me dat hij iets mist, want hij is juist degene die het liefst in Amerika zou blijven wonen en niet blij is dat we hier maar tijdelijk zijn neergestreken. Toen we een tijdje geleden voorzichtig polsten hoe hij het zou vinden als we een bijbelschool in Amerika gingen doen, was hij gelijk enthousiast. Doen! riep hij. Wanneer gaan we?

Vertel eens, wat mis jij?

Het blijkt dat hij die nacht een droom gehad heeft, die eindigde in een Nederlandse supermarkt. ‘En we konden gewoon alles in ons karretje leggen: lekkere broodjes … ‘

Het blijken vooral de lekkere broodjes te zijn die hij mist en er volgt een gedetailleerde beschrijving van de broodjes die hij het lekkerst vindt. ‘Van die vierkante, met verschillende soorten zaadjes erop en lekker knapperig. In Nederland kan ik voor schooltijd gewoon naar de winkel fietsen en broodjes halen voor m’n lunch, verse!’

Nog een gemis: ‘Op de fiets naar de winkel’. Want niet alleen zijn de wegen er niet op berekend, ook de afstanden zijn enorm. Dus even een kind om een boodschapje sturen terwijl je staat te koken, is er niet bij! We kletsen een poosje over het missen van fietsen en verse broodjes met zaadjes. Dit is zo’n moment waarop ik me opeens weer heel bewust ben van waar we ons bevinden. Van het feit dat het niet ‘normaal’ is dat we hier zijn, in Redding California in Amerika (waar het trouwens begin september nog bijna 40 graden is buiten!).

Wat mis jij? De vraag die ik mijn zoon stel, stel ik nu mijzelf.

Broodjes

Ook al vind ik stroopwafels en beschuitjes met hagelslag erg lekker, ik mis de mensen meer dan het eten. Onze oudste dochter, ouders, familie, vrienden…

Ik herinner me het gesprek dat ik een paar weken geleden met mijn 88-jarige vader had tijdens een wandelingetje, over ons aanstaande vertrek. ‘Hoe toch je toekomst eruit gaat zien…’ zei hij hoofdschuddend, met een wat weemoedige blik in zijn ogen. ‘Wat de toekomst brengen moge…’ reageerde ik luchtig, verwoed knipperend om opkomende tranen terug te dringen. ‘Mij geleidt des Heren hand!’ vervolgde hij op gedragen toon. ‘Moedig sla ik dus de ogen… naar het onbekende land!’ Verrast keek hij me aan. ‘Nou, dat is toch toepasselijk! Het onbekende land…’‘Niet helemaal onbekend, hoor,’ betweterde ik. ‘We zijn er immers al een paar keer geweest, in Redding!’

Hij lachte zachtjes. ‘Tja, je weet wat ze zeggen, Redding is nabij!’

Hier in Redding, zittend op de bank, bedenk ik weemoedig dat Redding helemaal niet dichtbij is. Het is juist ver weg. Ruim 8.000 kilometer maar liefst!

Ver weg van de mensen van wie we houden. En ver weg verse broodjes, van die vierkante, met zaadjes. Ik kan ze niet hier naartoe toveren, al zou ik het willen, mensen noch broodjes. Ik zou nog kunnen proberen zelf broodjes te bakken, maar ze zouden nooit hetzelfde smaken als die waar mijn zoon zo dol op is.

Redding is nabij

Ik klop hem op zijn been. ‘Het is een gemis. Maar… dan hebben we wél iets om naar uit te kijken, als we weer terug gaan naar Nederland!’ Hij humt somber, maar opeens klaart zijn gezicht op. ‘Weet je waar ík zin in heb? In boerenkool!’ Verbaasd kijk ik hem aan en wijs naar buiten. ‘Met dit weer?’ Hij knikt verwoed. ‘Daar kunnen we alle ingrediënten voor vinden in de winkel. Zelfs de rookworst smaakt bijna hetzelfde!’

Glimlachend woel ik door z’n haar. Misschien moeten we het doen zonder onze geliefde Nederlandse mensen, fietsen en vierkante broodjes. Maar we kunnen wél boerenkool maken! Misschien is Redding dan toch nabij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *