Thuiszorg

23 februari 2018
Delen via:

Na jaren ‘thuisgezeten te hebben’ (wat een niet-dekkende uitdrukking toch!), werk ik alweer een tijdje in de thuiszorg. Vroeger had ik dat ook gedaan. Het leek me leuk om bij anderen het huis op orde te krijgen, en goed om mijn eigen gedachten wat te verzetten.

Op kantoor kreeg ik 3 adressen, een waslijst aan algemene instructies en weinig informatie in het bijzonder. Dat was vroeger wel anders! Dan kreeg je vooraf uitvoerige informatie over de toestand  van je cliënt. ‘Mevrouw X heeft reuma, mevrouw Y heeft net een hernia-operatie achter de rug’.

Nu moest ik het zelf maar ontdekken.

Cliënt A bleek een keurige oude dame te zijn met een keurig huis. ‘Wat moet ik hier elke week doen?’ vroeg ik me verbaasd af. Haar huis was nog schoner dan het mijne!
Cliënt B was een ander verhaal. Een overvol huisje, overal spullen op of onder. In de keuken een aparte geur. Later bleek dat het gootsteenkastje flink aan het schimmelen was, maar toen waren we alweer even verder.
Cliënt C begon meteen met haar levensverhaal. Ze had veel problemen, had één kind  ‘en als die mij niet meer nodig heeft, maak ik er een eind aan’, beëindigde ze haar relaas met een glimlach.

Gelukkig heb ik al enige levenservaring, anders was ik van schrik meteen de deur weer uitgelopen!

Verschillen

Mijn cliënten bleken dus zeer verschillend te zijn en ook  verschillende behoeften te hebben. Cliënt A, waar ik elke week moet stoffen op plekken waar nauwelijks stof ligt, is best eenzaam. Zij heeft veel meegemaakt  en vertelt daar graag over. Maar ze kan ook luisteren en zet heerlijke koffie. Geen straf om daar te werken!

Cliënt B raakt langzaam aan mij gewend. In mijn ogen is het er niet fris, maar gaandeweg leer ik daarmee om te gaan. Zij lijkt er geen last van te hebben. Op mooie dagen doen we de deuren open en drinken buiten koffie. En zo rommelig als het huis is, zo fleurig haar tuintje! Ze heeft geen man meer en geen kinderen, niemand die eens bijspringt.

Dan valt het leven toch niet mee.

Cliënt C is vaak moe. Het is moeilijk voor haar om grip op haar leven te krijgen. Blijkbaar helpt het als ik de douchecel poets of de trap zuig. Het is verbazingwekkend hoeveel pillendoosjes er rondslingeren, en dat dat toch goed gaat. Soms valt ze in slaap als ik er ben. Dat zie ik dan maar positief, dat mijn aanwezigheid haar ontspant (en niet verveelt…).

Vragen

‘Vind je dit werk nou echt leuk?’, wordt me weleens gevraagd.  Nou, de rommel van een ander opruimen is niet per definitie leuk. Toch het is fijn om zo wat voor mensen te betekenen. Daarbij; ik heb tenminste kinderen, een man en een leuk huis! Nou ja leuk… het is eigenlijk best vettig op mijn keukenkastjes. En er slingert overal wel wat rond. Schoenen, pyjama’s, boeken van de bibliotheek die te laat zijn.

Als ik mijn eigen huis model laat staan voor mijn leven, ziet dat er niet super uit.

De buitenkant valt nog wel mee, maar binnen is er rommel.

Ik denk dat de Heer niet veroordelend klaar staat. Ik zie het voor me dat Hij gaat helpen de rommel op te ruimen en mijn leven te ordenen. Maar….dan moet ik de deur wel open doen! Want pas stond ik bij een cliënt die de deur niet open deed, terwijl ze wel thuis bleek te zijn. Dat voelde naar.

Ik neem me voor om de deur van mijn huis altijd open te doen als de Heer aanklopt. Rommel of niet, Hij mag binnen komen!

 

In dit boek denkt Henri Nouwen na over wat het betekent de beker van het leven te drinken: vasthouden, heffen en drinken, en verkent zo de geestelijke horizonten die zich door Jezus’ vraag voor ons openen.

 

Reacties (4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *