Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 14/22)

14 mei 2020
Delen via:

Het is al namiddag als ik het eerste dagboek uit heb. Ik strijk de losse bladen nog een keer glad en leg ze op de plek waar ze zeventig jaar geleden nog vastzaten. Ik leg het schrift voor me op de tafel en stut mijn hoofd in mijn handen. Mijn moeder. Genoemd naar een wildvreemde vrouw die aardig was voor mijn grootmoeder. Ik wrijf in mijn ogen. Tijdens het lezen heb ik gehuild, mijn oogleden prikken.

Grootmoeder heeft mijn moeder dit nooit verteld. Maar toch weet ze het. Hoe is ze er achter gekomen?

Jaren geleden kreeg ik van grootmoeder de ring met zeeglas. Hun gesprek toen, waar ik niets van begreep. Hun woorden leken wel geheimtaal; ik zag moeder af en toe naar mij kijken. Ik herinner me er niet veel van, omdat ze in zulke bedekte termen spraken, maar ik weet nog wel dat moeder aan grootmoeder vroeg, haar stem vreemd laag: ‘Maar waarom hebt u het nooit gezegd? Had ik niet het recht om het te weten? Het recht!’

Grootmoeders antwoord herinner ik me niet meer. Maar vlak daarvoor moet mijn moeder het ontdekt hebben, anders was ze niet weggegaan.

Terwijl ik zachtjes mijn slapen masseer, vallen er dingen op hun plek. De foto op de piano.

De stilte in Engeland. Geen Czerny meer, geen Liebestraum van Liszt, muziek die ze met zo veel liefde kon spelen. Al haar talent moet haar een leugen hebben geleken.

Haar eindeloze wandelingen. De triestheid die bijna tastbaar om haar heen kwam te liggen.

Een andere herinnering dringt zich aan me op. Mijn moeder die aan de eetkamertafel zit met een hand onder haar hoofd. Ze schrijft zinnen op een los blad.

‘Wat doet u?’ vroeg ik. Het was nog in Frankrijk, dat weet ik zeker; het moet nog voor mijn laatste ontmoeting met grootmoeder zijn geweest.

‘Ik schrijf een aantal dingen op,’ zei ze.

‘Wat dan?’ Ik ging naast haar staan en legde mijn hoofd tegen haar bovenarm.

Ze duwde me weg.

‘Niet doen, Julie. Ik moet een moeilijk gesprek voeren en daarom schrijf ik de dingen die ik wil zeggen op. Ga maar spelen. Vanavond ga je vroeg naar bed. De buurvrouw komt oppassen.’

‘Waar gaat u dan naar toe?’

Ze gaf me geen antwoord, maar schreef driftig een paar woorden op, zette er een dubbele streep onder. Ik trok me terug en keek naar haar, naar hoe ze daar zat. Haar gezicht was wat vlekkerig, ze zag er moe uit. Ze haalde een zin door en schreef er nieuwe woorden boven. Toen legde ze de pen neer en ze steunde haar hoofd in beide handpalmen. Vanachter haar vingers kwam een gesmoord gekreun en toen was het stil. Ze zat met haar schouders opgetrokken, zodat ze nog kleiner en smaller leek dan ze al was.

Maman?’ zei ik. Ze zag er zo vreemd uit.

Ze haalde haar handen voor haar ogen vandaan en wreef over haar gezicht en langs haar neus, maar ze zei nog steeds niets.

Dat is de enige keer dat ik haar heb zien huilen.

Wat zal ik eerst doen: het andere dagboek lezen of in de kaptafel kijken? Een venijnige hoofdpijn is opgekomen, vlak boven mijn linkeroog. Ik besluit het laatste te doen. Dat andere dagboek kan ik op mijn hotelkamer lezen, als ik lang en heet gedoucht heb en een paar pijnstillers heb ingenomen.

Als ik opsta van de stoel moet ik weer niezen. Ik kijk naar buiten. De eerste schemer legt zich over Parijs. Avond in, avond uit is het rondom dit appartement donker geworden. De regen heeft tegen de ramen geslagen, de zon heeft het behang gebleekt.

Ik rek me even uit, mijn armen hoog boven mijn hoofd. En op het moment dat ik dat doe, dringt ineens ten volle het besef door dat deze Franz Walser mijn opa is. Een man wiens DNA ik ergens in mij draag, van wie ik misschien meer weg heb dan ik weet.

Er staat maar één houten doosje op de kaptafel. Ik open het voorzichtig. Tussen wat rommel ligt een goudkleurig sleuteltje. Als ik het oppak, lijkt het warm aan te voelen, en even heb ik het idee dat er iets van grootmoeders lichaamswarmte is achtergebleven in het metaal.

Ik lijk wel paranoïde te worden.


    

Meer van Els Florijn

Rode papaver van Els Florijn is een historische roman over de moed van twee verpleegsters in de Eerste Wereldoorlog, gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

Bestel dit boek voor €12,50

 

 

 

 

 


Ik buig me voorover en steek het sleuteltje in het rijk bewerkte slot. Deze sleutel draait soepel rond. Ik trek de la open. Er liggen papieren in, een paar kranten, een paar vulpennen en ik zie een potje verdroogde inkt.

Ik doe een nieuw papieren zakdoekje om mijn hand en haal alle papieren en kranten er uit, neem het mee naar de schoongemaakte stoel. De kranten leg ik apart. Ik besluit de papieren een voor een te bekijken. Het zijn er niet veel.

Het eerste wat ik bekijk, zijn rekeningen. Zo te zien van de eetkamertafel en de gordijnen. Het volgende van de stapel is een envelop met foto’s. Ik bekijk elke foto nauwgezet. Er staan veel mensen op van wie ik niets weet, maar de laatste foto heeft iets bekends. Er staan een man en een vrouw op met een kind tussen hen in. Het kind kijkt naar de vrouw omhoog en iets in haar houding doet me aan grootmoeder denken. Ik draai de foto om. Er staat alleen een jaartal: 1927. Ik bekijk de gezichten van de volwassenen beter. Grootmoeder leek op haar moeder. De vrouw kijkt recht in de camera met een scheve, bijna uitdagende lach; ze lijkt het niet op te merken dat het kind naast haar naar haar opkijkt. De man lacht ook in de camera, maar hij houdt de hand van het kind vast.

Ik leg de foto apart en blader door de papieren. Er zitten brieven tussen, een overlijdensbericht van de vader van grootmoeder. Esmee. Haar naam staat eenzaam onder de naam van haar moeder. 1932. Wat was ze nog jong, toen haar vader stierf.

Ik blijf een tijd met de kaart in mijn handen zitten. De overlijdensmededeling is kort en zakelijk, maar achter deze zwarte randen ligt iets verborgen van het kind dat grootmoeder was. Ik kan alleen maar raden hoe haar jeugd verder is geweest.

Om de overlijdenskaart zit een briefje gevouwen. Ik leg het bijna op de stapel terug zonder goed te kijken, maar dan valt mijn oog op grootmoeders handschrift. Ik vouw het open en wrijf de kreukels glad. Er staat op: Une carte de décès de Louis de la Porte.

Dat moet ik opzoeken. Ik pak mijn telefoon. Het lijkt me plotseling vreemd dat ik hier, waar de tijd zo lijkt te hebben stilgestaan, internet zal hebben. Maar de telefoon gehoorzaamt meteen op mijn verzoek: message de condoléances, krijg ik als synoniem. Rouwkaart. Of bidprent – wat dan ook; dit is de kladversie misschien.

Maar dat kan toch niet? Mijn opa – tenminste, de man van wie ik dacht dat het mijn opa was – is in 1952 overleden aan longontsteking.

Ik knijp even met mijn vingers in de brug van mijn neus, doe mijn ogen een moment stijf dicht om te proberen mijn gedachten wat meer te ordenen.

Een bidprent dus, of een rouwkaart, wat dan ook. Er staan een paar woorden die ik nauwelijks kan ontcijferen; blijkbaar heeft ze haast gehad toen ze het schreef. Na wat puzzelen kom ik erachter dat er ‘Ma volonté’ staat. Grootmoeders wil.

De tekst gaat op de achterkant van het blaadje verder. ‘Mon mari bien-aimé, Louis de la Porte, est endormi en Christ. Esmee de la Porte.’

Mijn zeer geliefde echtgenoot. Maar hij leefde toen nog! Misschien heeft ze dit alvast geschreven voor als ze bericht zou krijgen van zijn dood.

Ik begrijp het, dat ze hier vandaan gegaan is. Want wat moest ze hier nog, op deze plaats die was beladen met herinneringen, de plek waar ze veracht werd en met de nek aangekeken?

Dit is het eerste deel van het vervolgverhaal Zeeglas, geschreven door Els Florijn.

Dit vervolgverhaal bestaat uit 22 delen, waarvan dit het veertiende deel is. Elke dag zal er een nieuw deel geplaatst worden, het volledige overzicht van de delen vindt u hier.

 


   Meer van Els Florijn

Ditte Stein wordt geboren op de dag dat Nederland capituleert. Als het gezin Stein in 1943 bericht krijgt dat ze zich in kamp Vught moeten melden, besluiten ze onder te duiken – zonder Ditte. Ditte wordt meegenomen door de huishoudster, in de hoop dat de sd het kleine meisje met rust zal laten. Maar het ondenkbare blijkt mogelijk: door toedoen van de burgemeester wordt Ditte anderhalve week later al opgehaald en helemaal alleen op transport gezet naar Auschwitz.

Bestel dit boek voor €10,00

 

 

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *