Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 16/22)

16 mei 2020
Delen via:

Alleen de twee kranten heb ik nog niet bekeken. Ik sla de eerste open. Grote koppen, korrelige foto’s. Parijs bevrijd. Het zijn maar een paar bladzijden. Ik bekijk ieder bericht, maar zie niets bijzonders. Dan leg ik de andere krant op mijn schoot. Het papier knispert tussen mijn vingers, voelt broos aan. Op de vouwen zitten scheuren, alsof deze krant vaak is gelezen. Ik sla de pagina om en dan zie ik haar. Ook deze foto is korrelig, maar ik herken hem meteen. Deze foto ken ik. Deze heb ik eerder gezien.

Ik ga in mijn hoofd terug naar vroeger, en zie mezelf, zittend in moeders slaapkamer. Het boek over de Tweede Wereldoorlog, de misselijkmakende foto’s die ik in dat boek had zien staan. Op een van de bladzijden zat een gele post-it. De bladzijde met deze foto. Precies dezelfde foto.

Het is grootmoeder, de jonge vrouw die ze toen was, haar baby stevig in haar linkerarm. Ze zit op haar knieën en de fotograaf moet vlakbij geweest zijn. Er zitten nog wat slordige, donkere plukken haar op haar hoofd. Er is een hakenkruis op haar voorhoofd geverfd. Ze kijkt recht in de lens, en ik zie angst en wanhoop in haar ogen. Haar jurk is gescheurd, een stuk van haar bovenbeen is zichtbaar.

Een vreemd beeld dringt zich aan me op. Een vriendin van mij is in Ethiopië geweest, voor een paar maanden, om te helpen een hospitaal op te zetten. Ze vertelde me dat ze daar met een fourwheeldrive door de dorpjes reden. ‘Niet stoppen, nooit stoppen,’ zei ze, ‘je weet nooit of het veilig is. Je voelde het soms. De woede van de mensen. De weerzin tegen ons.’


   Meer van Els Florijn

Ditte Stein wordt geboren op de dag dat Nederland capituleert. Als het gezin Stein in 1943 bericht krijgt dat ze zich in kamp Vught moeten melden, besluiten ze onder te duiken – zonder Ditte. Ditte wordt meegenomen door de huishoudster, in de hoop dat de sd het kleine meisje met rust zal laten. Maar het ondenkbare blijkt mogelijk: door toedoen van de burgemeester wordt Ditte anderhalve week later al opgehaald en helemaal alleen op transport gezet naar Auschwitz.

Bestel dit boek voor €10,00

 


Toen ze op een dag door een dorpje reden, begonnen de mensen te schreeuwen en te roepen. ‘Doorrijden, doorrijden!’ schreeuwde ze tegen de chauffeur. ‘Niet stoppen!’

Maar ze bleven achter hen aankomen, roepend en schreeuwend; mannen met stokken, maar ook vrouwen en kinderen. De weg was slecht en ze konden niet te hard rijden.

‘En toen,’ zei ze, ‘kwam er door de velden een man aangerend, grote stappen, wapperende kleren. Hij sprong zo voor onze auto en hij spreidde zijn armen en we moesten wel stoppen. We konden niet om hem heen. Ik durfde mijn portier niet te openen, maar de man die ons had tegengehouden, liep om de auto heen en we merkten dat hij aan de achterkant van de auto morrelde. Toen stapte de chauffeur uit, omdat hij bang was dat hij iets kapot zou maken. Hij wenkte me. We hadden, terwijl we door het dorpje reden, blijkbaar een schaap geraakt. Hij was met zijn kop aan onze auto vast blijven zitten, en was op zijn knieën nog een stuk meegesleurd.’

Ze liet me foto’s zien die ze had gemaakt, en die zich onmiddellijk in mijn geheugen brandden. Dat schaap daar op zijn knietjes, bloedend en tot op het bot kapot, en die ogen van dat beest! De mensen erachter, met stokken, hun monden open in verstild schreeuwen.

‘En weet je wat zo vreemd was?’ zei ze, ‘Die mensen deden niets. De man maakte het schaap los en ze durfden niet dicht bij hem te komen. Hij vroeg van wie het schaap was en hij gaf de mensen geld en hij nam het beest mee. Wij konden zonder problemen weggaan. Ik heb later nog nagevraagd wie die man was. Een medicijnman, dachten ze op de compound.’

Die foto’s van dat schaap, daar doet deze foto me aan denken. Grootmoeder, geknield op de harde grond, geslagen, vernederd. De harde en ongenadige lens die vastlegt, haar lijden verzwaart, voor generaties later haarscherp laat zien wat ze heeft gedaan en wat haar is aangedaan. Het kind is op de foto wakker en het huilt. Mijn moeder. Wat is ze nog klein! Ik kijk naar de datum op de krant. Nog niet eens twee maanden oud.

Onder de krantenfoto is iets geschreven, dwars door de gedrukte letters daaronder heen, in een handschrift dat van het papier lijkt te glijden: C’est moi, Dieu, blessée, cassée et sanglante, impure. En dit ben ik nu, God, gewond, gebroken en bloedend, onrein.

Ik denk dat ze huilde toen ze het schreef. De letters vlekken een beetje aan het einde.

Mijn grootmoeder, mijn moeder. De hartstocht, de geheimen, de slapeloze nachten, het zelfverwijt. Ergens lijkt het in deze kamer allemaal nog aanwezig, verstild in de tijd.

Een scherp gevoel van medelijden trekt door me heen. Geen wonder dat mijn moeder wegging. Als ze het ontdekte zoals ik denk dat ze het ontdekte, werd alles in haar wereld aan het wankelen gebracht. Niets is wat het lijkt. Mijn moeders levensmotto.

Dit is het eerste deel van het vervolgverhaal Zeeglas, geschreven door Els Florijn.

Dit vervolgverhaal bestaat uit 22 delen, waarvan dit het zestiende deel is. Elke dag zal er een nieuw deel geplaatst worden, het volledige overzicht van de delen vindt u hier.


    

Meer van Els Florijn

Rode papaver van Els Florijn is een historische roman over de moed van twee verpleegsters in de Eerste Wereldoorlog, gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

Bestel dit boek voor €12,50

 

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *