Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 21/22)

21 mei 2020
Delen via:

 

1952

 

Vandaag ben ik opnieuw met Cecile bij Louis in het ziekenhuis geweest. Hij gaat er steeds slechter uitzien. De dood heeft zijn gezicht getekend. Hij ligt daar maar en staart voor zich uit, en ik heb soms het idee dat hij nauwelijks doorheeft dat ik hem iedere dag bezoek.

Vandaag was hij min of meer helder. Cecile klom bij hem op bed en vertelde over het nieuwe stuk dat ze op de piano instudeerde. Hij zei niet veel terug, maar ik zag dat hij zijn arm terugtrok toen ze zijn hand aanraakte.

Ze moet het merken, dat kan niet anders. Er is altijd iets in zijn houding wat bij Cecile vandaan lijkt te buigen, behalve als ze samen pianospelen.

Ik boog me over hem heen om hem een kus te geven, toen hij fluisterde: ‘Neem haar maar niet meer mee.’

Ik dacht eerst dat ik hem verkeerd verstond. Maar toen zei hij het nog een keer, en hij keek me aan. Het was te laat om de geschokte uitdrukking op mijn gezicht te verbergen.

Ik moest moeite doen om niet boos te worden, maar ik hield me in en keek naar hem, zoals hij daar in de kussens lag, met die hortende ademhaling die iedere dag moeizamer gaat, met zijn magere vingers die zonder tot rust te komen aan de lakens blijven plukken. Mijn boosheid vervluchtigde, en ik kon naar hem kijken met erbarmen.

 

Ontferming. Dat is de hoogste liefde die ik nog voor hem kan opbrengen. Meer kan ik hem niet geven. Hij weet dat. Ik weet dat hij het weet.

 

Hij draaide zijn gezicht van me af en Cecile en ik zijn de ziekenhuiskamer uit geslopen.

‘Papa slaapt, hè?’ fluisterde Cecile toen we op de gang waren. Ik knikte.

 

Het is een week na de begrafenis. Cecile is erg stil. 

Ze is zo gesloten. Ze kijkt me met grote ogen aan als ik haar vragen stel, maar ze geeft me geen antwoord, wat ik ook probeer.

Ik zou willen dat ik wist wat er in haar hoofd gebeurt, wat ze denkt, wat ze doorheeft. Ze lijkt zo oud voor haar jaren. De manier waarop ze soms naar me kan kijken, nadenkend, doet me vermoeden dat ze meer weet en ziet dan ik prettig vind.

Ik kan er niet omheen dat deze week op een bepaalde manier voelde als bevrijding, al vind ik het vreselijk om dat in mezelf te ontdekken. Het laatste jaar was zo moeilijk, en hij had zo veel zorg nodig, dat ik bijna niet aan mezelf toekwam. Ik weet nu haast niet wat ik met mijn tijd moet doen. Ik kan weer een boek lezen, ik kan weer de deur uit.

Ik denk veel aan Franz. Ik heb de belofte die ik aan Louis heb gedaan, nooit gebroken, maar nu is Louis er niet meer. Nu kan ik hem opzoeken. Ik hoef alleen maar te weten hoe het met hem gaat. Ik zou hem zo graag nog een keer zien.

Al die tijd heb ik niets van hem gehoord. Hem zien, hem spreken – het is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een verlangen dat soms uit mijn lijf lijkt te barsten. Binnenkort neem ik Cecile mee en ik weet nog niet hoe ik het zal doen, maar ik moet hem vinden.

 

Dit is het eenentwintigste deel van het vervolgverhaal Zeeglas, geschreven door Els Florijn.

Dit vervolgverhaal bestaat uit 22 delen, waarvan dit het eenentwintigste deel is. Elke dag zal er een nieuw deel geplaatst worden, het volledige overzicht van de delen vindt u hier.


                                    

Meer van Els Florijn

Rode papaver van Els Florijn is een historische roman over de moed van twee verpleegsters in de Eerste Wereldoorlog, gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

Bestel dit boek voor €12,50

 

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *