Zeeglas van Els Florijn (Vervolgverhaal: deel 22/22)

22 mei 2020
Delen via:

Ik word tegen het einde van de middag teruggebeld.

‘U spreekt met Antoine Dupont. Ik had begrepen dat u informatie zocht over een persoon.’

Een diepe, prettige stem.

‘Ja. Kunt u mij verder helpen?’

‘Ik ben met voorrang voor u op zoek gegaan. Dat viel eerst niet mee, aangezien de naam Franz Walser vaker voorkomt. Maar er was uiteindelijk maar een persoon waarbij alles klopte. De foto gaf de doorslag. Ik heb degene die u zoekt gevonden.’

Ik ga in de foyer op een bankje zitten. Mijn benen trillen, maar ik weet mijn stem te beheersen.

‘Dat is goed nieuws. Wat kunt u me over hem vertellen? Leeft hij nog?’

‘Hij werd geboren in 1907 in Saarbrücken. Hij leeft niet meer, het spijt me, mevrouw. Hij is omgekomen tijdens het Ardennenoffensief, Bretagne. Zegt u dat iets?’

Mijn mond is droog. Ik slik en zeg dan: ‘Ja.’

‘Ik heb kunnen achterhalen dat zijn vermoedelijke sterfdatum 14 juni 1944 moet zijn geweest. Er is door de familie een tijd later een herdenkingsdienst gehouden in de plaatselijke kerk. Behalve deze Franz waren er nog meer doden uit verschillende families te betreuren, en er werd een gezamenlijke dienst gehouden.’

‘Dat is mijn moeders geboortedag,’ zeg ik.

‘Wat bedoelt u?’

‘Niets. Niets bijzonders. Gaat u verder.’

‘Ik zal alle informatie waar ik de hand op heb weten te leggen, naar Jerôme sturen. Daar kunt u het ophalen, of u kunt aan hem vragen het u toe te sturen. Ik heb een zoon van deze Franz gevonden; hij woont nog in de buurt van Saarbrücken. Ik zal zijn adres bijvoegen. Kan ik verder nog iets voor u doen?’

‘Nee, dank u. Dank u dat u zo snel wilde reageren.’

Lang blijf ik voor me uit kijken, zittend op de bank in de foyer.

Doe het goede, Julie.

Ik begrijp wat je bedoelt, grootmoeder.

Ik vouw mijn handen in elkaar, voel de ring aan mijn vinger en strijk over het gladde, ronde oppervlak van het groenblauwe stukje glas. Zeeglas. Gebroken, gebeukt, geschuurd, beschadigd, opgepakt en in een ring gezet.

Ik pak mijn telefoon weer op. Ze staat bovenaan in mijn adreslijst, onder ICE.

Ik luister hoe de telefoon overgaat.

Haar stem komt toch nog onverwacht en klinkt zo bekend, dat ik even niets kan zeggen. De wachtende stilte die geluid wordt, ruist in onze oren. Het geeft me een vreemd gevoel van verbondenheid.

Ik hoef niets te zeggen; ik kan nu nog terug. Ze zal zien dat ik heb gebeld. Ik kan afwachten of ze de moeite neemt om terug te bellen.

Allô?’ De scherpe klank in haar stem die ik me zo goed herinner.

Dan zeg ik, en mijn eigen stem klinkt me vreemd in mijn oren: ‘Salut, maman. C’est moi. C’est Julie.

Dit is het tweeëntwintigste en laatste deel van het vervolgverhaal Zeeglas, geschreven door Els Florijn.

het volledige overzicht van de delen vindt u hier.


                                    Meer van Els Florijn

Ditte Stein wordt geboren op de dag dat Nederland capituleert. Als het gezin Stein in 1943 bericht krijgt dat ze zich in kamp Vught moeten melden, besluiten ze onder te duiken – zonder Ditte. Ditte wordt meegenomen door de huishoudster, in de hoop dat de sd het kleine meisje met rust zal laten. Maar het ondenkbare blijkt mogelijk: door toedoen van de burgemeester wordt Ditte anderhalve week later al opgehaald en helemaal alleen op transport gezet naar Auschwitz.

Bestel dit boek voor €10,00

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *